Wat betekent Taqlid?

0

Wat betekent eigenlijk Taqlid, is dat wel verplicht voor ons?

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.


Taqlid betekent letterlijk “(iemand) volgen”, “imiteren”. In de islamitische wettige terminologie betekent het een ‌‌mujtahid volgen in religieuze wetten en gebod, zoals hij ze heeft afgeleid.

Een mujtahid is een persoon die een expert is in Islamitische jurisprudentie(fiqh); Hij wordt ook een faqih genoemd. Om te zien waar en waarom de praktijk van taqlid is aanvaard in de Shi’a wereld, is het eerst noodzakelijk om het in detail uit te leggen.

De aard van een mens dicteert dat hij alleen goed kan functioneren in een samenleving en een maatschappij die bepalend is voor zijn bestaan op wet- en regelgeving. De Islam leert dat Allah een serie van boodschappers en profeten met goddelijke wetten heeft gestuurd voor de oriëntatie van de mens (vanaf het allereerste begin van zijn bestaan). De laatste boodschapper en profeet was Muhammad bin ‘Abdullah(vrede zij met hem en zijn huishouden) die bracht de laatste en meest perfecte religieuze berichten van Allah; Islam, die als een gids gediend moet worden voor de mensheid tot het einde van de tijd.

Allah is de Schepper van de mens en het heelal en dus alleen hij kan, of heeft het recht om wetten te maken voor ons. De profeten en boodschappers zijn slechts de leraren en verkondigers van Allah’s wetten en voorschriften; ze maken zelf geen wetten. Het onderwijs van de islamitische Shi’ah zegt dat de Imam de opvolger van de profeet is en optreedt als een beschermer en tolk van de Islam en zijn goddelijke wet; de shari’a. Tijdens de vroegste periode van de islamitische geschiedenis heeft de Profeet de moslim ummah(gemeenschap) geleidt in elke stap die zij maakte en hij was er om alle moeilijkheden op te lossen. Vanaf het moment van de eerste Imam, Ali(a), tot de dood van de elfde Imam Hassan al-Askari(a), ontvingen de Shi’ah aanwijzingen rechtstreeks van de Imams. Vervolgens tijdens de periode van de kleine verduistering (al-ghaybatul sughra) van de twaalfde Imam heeft hij achtereenvolgens zelf vier vertegenwoordigers (1)

aangewezen die optraden als een koppeling tussen de Imam en zijn Shi’ahs. Echter, toen de huidige Imam in de grote duisternis (al-ghaybatul kubra) ging in het jaar 328 ( in opdracht van Allah), waren de Shi’ah verplicht om taqlid te volgen in hun religieuze aangelegenheden.

 

Is taqlid verstandig/logisch in een tijd van wijdverspreid onderwijs?

Het is niet altijd verstandig om anderen onkritisch en met vol vertrouwen te volgen in hun adviezen. We kunnen vier mogelijke vormen onderscheiden.

a) de advies van een onwetende persoon dat gevolgd wordt door een onwetende persoon,
b) de advies van een geleerde persoon dat gevolgd wordt door een hoger geleerde persoon,
c) de advies van een onwetende persoon dat gevolgd wordt door een geleerde persoon,
d) de advies van een geleerde persoon dat gevolgd wordt door een minder geleerde persoon.

Het is duidelijk dat de eerste drie vormen van navolging onredelijk zijn en niet voor een doel kunnen dienen. Echter, de vierde soort is uiteraard niet alleen redelijk, maar ook noodzakelijk EN een kwestie van gezond verstand; in ons dagelijks leven volgen en imiteren we anderen in vele dingen. We willen het gevoel hebben dat wij het advies van deskundigen aannemen op het gebied buiten onze eigen kennis reikt. Iemand die een huis wil bouwen legt het idee(van wat hij wil) voor aan een architect en dan onderwerpt hij zich aan zijn advies over hoe het moet met de daadwerkelijke bouw; de invalide volgt het advies van zijn behandelend arts; een aanklager raadpleegt een advocaat bij het oplossen van zijn zaak voor voordracht in de rechtbank. Er zijn voorbeelden in overvloed; in de meeste gevallen wordt het advies vrijwillig opgevolgd, maar soms worden burgers in een land verplicht door de wet om te zoeken naar deskundig advies en daar naar te handelen. Het duidelijkste voorbeeld is natuurlijk in het geval van een juridisch geschil tussen twee partijen waardoor ze verplicht zijn om met hun klachten voor een rechter laten komen wanneer ze hun onenigheid niet kunnen uitpraten. Zij moeten het besluit van de rechter respecteren. De praktijk van taqlid is een voorbeeld van dezelfde aard: een persoon die geen expert is in de jurisprudentie, is wettelijk verplicht om de instructies op te volgen van een deskundige. Dat wil zeggen; de mujtahid.

En in dit geval is dit een verplichting die moet worden nageleefd, want het is een essentieel onderdeel van de goddelijke wet. Er moet opgelet worden dat taqlid alleen geldt voor het rijk van de shari’a; Er kan geen taqlid zijn in de zaken van het geloof (usul al din). Een Moslim moet zijn geloof in de fundamenten van zijn godsdienst houden na het bereiken van de overtuiging van de waarheid(door middel van onderzoek en reflectie). De Koran verduidelijkt het veroordelen van degenen die anderen blindelings volgen op het gebied van het geloof:
“En wanneer er tot hen wordt gezegd; Kom nu tot hetgeen wat Allah heeft geopenbaard en tot de boodschapper, antwoordden zij: Voor ons is datgene waarin wij onze vaders zagen geloven, voldoende”. Zelfs als hun vaders kennis van niets hadden en niet terecht geleid waren?” (5:104)

Deze sterke veroordeling van de ongelovigen wordt elders herhaald:
“En wanneer er tot hen wordt gezegd; Volg wat Allah heeft geopenbaard, zeiden zij: Nee, wij zullen hetgeen volgen wat onze vaders volgden”. (2:170 en 31:20)

Dit betekent niet dat iemand per se tegenstrijdig moet zijn in dat wat zijn voorvaders geloven; wat de Koran zegt is dat iemand ze niet blindelings moet volgen, dat wil zeggen, zonder rekening te houden met de geldigheid van de argumenten in iemands overtuiging. De Islamitische attitude is gericht op fundamentele overtuiging, men kan de standpunten en meningen van anderen overwegen, maar moet alleen hetgeen aanvaarden wat redelijk/logisch overtuigend is:
“Dus geeft gij goed nieuws aan mijn dienaren die gehoor geven aan mijn woord en het mooiste daarvan volgen. Zij zijn degenen die Allah heeft geleid, deze mensen bezitten het verstand. (39:17-18)”

Om het samen te vatten kan er worden gezegd dat binnen de islam de enige benadering is; de aanvaarding van de leerstellingen op een zodanige wijze dat men volledig overtuigd is van de geldigheid. En dit kan alleen worden gerealiseerd wanneer iemand het zorgvuldig en nauwlettend onderzoekt.

 

Taqlid in de Koran en ahadith (overleveringen)

De Koran verzoekt de moslims om advies te vragen aan mensen die geleerd zijn in zaken waarvan zijzelf geen kennis hebben:
“Vraag de mensen van nagedachtenis, als u het niet weet” (21:7)

In de Islamitische leer is het verplicht voor een (spiritueel) geleerde om hetgeen wat nodig is te bestuderen. Ook materiële ontwikkelingen en het welzijn van de Islamitische gemeenschap. Echter is het een verplichting die bekend staat als kifa’i plicht (?). Bijvoorbeeld, de islamitische maatschappij heeft behoefte aan deskundigen in de medische wetenschappen, in natuurkunde en scheikunde, techniek, onderwijs, wetenschap enzovoort. Zolang er op deze gebieden een gebrek aan kennis is, is het een verplichting voor de gemeenschap om het te verwerven. Dit betekent dat een groep moslims zich aan onderzoek moeten wijden om dit voor de islamitische bevolking als geheel ten goede te laten komen. Tegelijkertijd kan een Islamitische maatschappij zichzelf niet volkomen islamitisch beschouwen zonder deskundigen in de shari’a. Het is dus een verplichting voor een groep van personen uit deze maatschappij om zich te wijden aan studie van de religieuze wetenschappen, zodat de goddelijke leiding aan alle moslims geboden wordt. Dit is de betekenis die opgenomen is in het volgende vers uit de Koran:
“En het is niet voor de gelovigen om allemaal tegelijkertijd een strijd in te gaan. Er moet een partij van elke sectie van hen(de gelovigen) een geleerde in religie worden en zijn mensen die terugkeren naar hen waarschuwen om op te passen”.(9:122)

Het is duidelijk dat de imams werden ingezet wanneer één van hun metgezellen opgeleid werd in religie of wanneer er wettelijke uitspraken (fatwa) gegeven moest worden aan anderen. Er zijn een aantal gedocumenteerde gevallen van Shi’ah die ver van Medina leefden. Zij vroegen de Imam van die tijd om iemand in hun omgeving te benoemen die uitspraken doet tussen hen in religieuze problemen. Zakariyyah ibn Adam al-Qummi en Yunus bin Abdul-Rahman werden bijvoorbeeld benoemd door imam al-Reza(a) om kwesties in hun eigen omgeving op te lossen (2)

. In een bekende hadith vroeg Umar ibn Hanzalah aan Imam al Sadiq(a) over de wettigheid van twee Shi’ahs die op zoek zijn naar een uitspraak over een onwettige heerser in een conflict over een schuld of een erfenis. De Imam antwoordde dat het absoluut verboden is om dit te doen. Ibn Hanzalah vroeg vervolgens wat de twee moeten doen en de imam antwoordde: Zij moeten op zoek gaan naar iemand die onze tradities overlevert, die bekwaam is in wat toegestaan en verboden is, die goed op de hoogte is van onze wetten en bepalingen en ze moeten hem aanvaarden als rechter en arbiter voor ik hem als rechter over hen benoem. Als de uitspraken die hij maakt op basis van onze wetten worden afgewezen, zal deze afwijzing neer komen op het negeren van Allah’s bevel en ons afwijzen is hetzelfde als Allah afwijzen en dit is hetzelfde als polytheïsme (3).

Een andere overlevering van imam al-Sadiq, dit keer verteld door Imam Hasan al-Askari(a): “Als er iemand onder de fuqaha is die controle over zichzelf heeft, zijn godsdienst beschermd, zijn kwade verlangens onderdrukt en gehoorzaam is aan de opdracht van zijn heer, dan zouden de mensen hem moeten volgen.”(4)

Een derde hadith is van de huidige imam al-Mehdi(a) die in een antwoord naar Ishaq ibn Ya’qub zei: “Wat betreft nieuwe voorkomende omstandigheden moet u zich wenden (voor raad) tot de vertellers van onze ahadith. Zij zijn mijn bewijs over jullie net zoals ik Allah’s bewijs ben.”(5) We kunnen twee dingen opmaken uit deze verzen uit de Koran en ahadith van de imams:

  1. Er moet altijd een groep fuqaha zijn in elke islamitische samenleving,
  2. Degenen die niet gekwalificeerd zijn als fuqaha’ of mujtahids, moeten er een volgen en het afwijzen van zijn instructie in religieuze zaken komt op polytheïsme neer.

 

De noodzakelijke voorwaarden voor kwalificatie als mujtahid

Uit de twee ahadith die hierboven zijn genoemd kan makkelijk worden afgeleid dat- het worden van een expert in figh en andere islamitische wetenschappen op zich niet genoeg is voor de kwalificatie als mujtahid die de mensen kunnen volgen. Naast dit stelt de Islamitische wet vast dat een mujtahid een vrij man en rechtvaardig moet zijn, die voorbij de leeftijd van de pubertijd is, een Ithna- ashari Shi’ah en adil (wat vertaald kan worden als “rechtvaardig” maar waartoe andere morele en wettelijke kwaliteiten bevat zoals vroomheid en onthouding van alles wat de shari’a verbiedt en het vervullen van alle verplichtingen).

Over de vraag hoe een gewone gelovige moet ontdekken welke mujtahid hij moet volgen zijn er drie erkende manieren;

  1. Door zijn eigen persoonlijke kennis, als hij zelf een religieuze geleerde is.
  2. Door de getuigenis van twee rechtvaardige, goed geïnformeerde personen aan iemand over een mujtahid.
  3. Door een zekere mate van populariteit bij een mujtahid waar geen twijfel over bestaat.

In deze huidige tijd zeggen de ‘ulama’ dat het meest wenselijk is om een mujtahad te volgen die “al al’am” is, wat in de algemene zin “het meest geleerd” is, maar in deze specifieke context betekent het een faqih die over de grootste expertise/kennis beschikt bij de afleiding van de uitspraken van de shari’a uit bronnen. De a’lam(meest geleerde) kan worden herkend aan de hand van de 3 erkende manieren (die hierboven staan)(6). Echter, is het soms moeilijk voor de Shi’ah ‘ulama’ om te onderscheiden wie van alle fuqaha ‘de meest geleerde’ is en zodoende kan er in één keer meer dan één mujtahad gevolgd worden in taqlid (uiteraard niet door dezelfde persoon), zoals het hedendaagse geval. Maar een dergelijke hoeveelheid leidt niet tot praktische onenigheid over juridische zaken binnen de Shi’ah gemeenschap.

 

Waarom zijn er verschillen tussen de mujtahids in hun wettelijke adviezen?

Veel mensen vragen zich af hoe het komt dat de mujtahid’s verschillen in hun religieuze opvattingen of fatwa’s als de basis van hun ijtihad hetzelfde is. Ten eerste moet worden opgemerkt dat eventuele verschillen in de fatwa’s vrijwel nooit in tegenspraak zijn, het is bijna onmogelijk om een geval te vinden waarin een mujtahid zegt dat een actie verplicht is terwijl een ander zegt dat het verboden is.

Neem bijvoorbeeld het geval van salatul-jum`ah, het vrijdag gebed. Alle Shi’ah ‘ulama’ zijn van mening dat in de tijd van de aanwezigheid van de Imam dit gebed verplicht is op de vrijdag, omdat het de Imam of zijn vertegenwoordiger is die het recht heeft om de mensen op te roepen tot het vrijdag gebed. Maar ze verschillen van mening over wat de juiste manier van handelen is wanneer de imam in de duisternis is. Dit verschil van mening zal echter geen praktische problemen geven voor de gemeenschap. Ayatullah seyid Mohsin al-Hakim (gestorven in 1970) was van mening dat het vrijdag gebed niet verplicht is tijdens het verblijf van de iman in duisternis. Het betekent dat men dit niet hoeft uit te voeren en dat het verrichten van dit gebed niet verwacht wordt van hem, op voorwaarde dat hij het middaggebed wel verricht. Ayatullah seyid Abul Qasim al-Khu’i zegt dat men kan kiezen tussen het uitvoeren van het middaggebed of het vrijdaggebed, maar zodra dit met al haar voorwaarden wordt vervuld, is het uitvoorzorg verplicht om hier aan deel te nemen. Ayatullah Seyid Ruhullah al-Khumayni zegt dat men kan kiezen tussen het verrichten van het middaggebed of het vrijdaggebed, maar als men kiest voor het laatste, dan is het raadzaam (mustahab) om uitvoorzorg ook het middaggebed te verrichten(7) . Hoewel er verschillen zijn in de meningen van deze mujtahids, is er geen botsing die zou voorkomen bij een volger(muqallid) van één van hen, wanneer zij aan het vrijdag gebed deel zouden nemen (wanneer deze wordt verricht).

Daarnaast moet worden opgemerkt dat het bestaan ‌‌van verschillen in wetenschappelijke adviezen niet beschouwd mag worden als een teken van een aanzienlijk gebrek in de zoektocht naar kennis en een reden om er totaal afstand van te nemen Het is eerder een teken dat kennis in geleidelijke stappen vooruit gaat naar perfectie. Verschillen van mening zijn in alle wetenschappen te vinden en niet alleen in de fiqh. Er kan bijvoorbeeld meer dan een mening zijn over de behandeling van de ziekte van een bepaalde patiënt en al deze meningen kunnen later vervangen worden door de ontwikkeling van nieuwe methoden van omgaan met deze ziekte. Zodoende kunnen deze observaties als relevant gezien worden. Er zijn niet alleen verschillen tussen de meningen van de hedendaagse wetenschappers, maar ook in historische verschillen. Al deze verschillen dienen beschouwd te worden als een teken van levendigheid binnen een wetenschap en het passeert een fase in zijn route tot perfectie.

Het moet onthouden worden dat een mujtahid zijn mening formuleert nadat hij het uiterste uit zichzelf heet gehaald voor zijn onderzoek en studie. Dit is alles wat er van hem wordt verwacht, want hij is niet onfeilbaar, noch een ‘alim bil ghayb’(kenner van het ongeziene). Aan een muqallid (volger) wordt opgelegd om zijn mening te volgen. Dus, zelfs als de fatwa van de mujtahid niet echt in overeenstemming is met de echte opdracht van Allah, noch zal hij gestraft worden op de dag des oordeels voor het afgeven van de fatwa, noch zijn muqallid(volger) voor het handelen volgens zijn mening. Beiden hebben gedaan wat hen was bevolen en wat er voor hen menselijkerwijs mogelijk was om te doen.

De meest gevolgde mujtahid is momenteel Ayatollah al-Sistani, lees hier meer over hem: Biografie Ayatollah al-Sistani


Terugkoppeling:

1 = Deze vier vertegenwoordigers waren:
Uthman ibn Said al-Amri, van 260 tot 265;
Muhammad ibn Uthman al-Amri, vanaf de dood van zijn vader tot zijn eigen dood in 305;
Husayn ibn Rawh een-Nawbakthi, tot 326, en tenslotte Ali ibn Muhammad as-Samari tot zijn dood in 329.

2 = Shaykh Hurr al-Amili, Wasa’ilu ‘sh-Shi`ah, vol.18, Tehran 1401 A.H., pp.106-7

3 = Shaykh al-Kulayni, Furu`ul-Kafi, vol.7, Tehran 1379, p.412 (zie ook bijlage in het arabisch)

4 = Shaykh at-Tabarsi, al-Ihtijaj, vo.2, Najaf 1966, p.263

5 = Ibid, p.283

6 = Voor deze en andere uitspraken met betrekking tot de marji’u al‌‌-taqlid, zie Sayyid Mohammed Kazim at-Tabataba’i al-Yazdi, al-Urwatu’l-Wuthqa, Teheran 1972 (gepubliceerd met de aantekeningen van de hedendaagse maraji’u)

7 = Zie hun aanzienlijke verzamelwerk van fatwa’s die bekend staan als Tawdih ul-masa’il onder uitspraken nos. 733, 737 en 741

Wajib kifa’i = een verplichting die voor elk lid van de gemeenschap geldt zolang deze onvervuld is. Maar zodra er één of meerdere personen zijn die deze verplichting vervullen, is het niet langer een verplichting voor degenen die er niet aan hebben voldaan.

Bron: http://www.islam-laws.com/taqlid.htm


 Bijlage: Klik Hier

 

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.