Overlevering al-Kisa

0

Dit is een hadith van Jaber bin Abdullah Ansari waarin Fatima vertelt over een gebeurtenis die voorafging aan surah ahzaab vers 33 waarin de Ahlalbayt van zonden wordt gevrijwaard.


In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle

Ahl ul Kisa

 

Mijn naam is Jaber bin Abdullah Ansari. Ik behoor tot de aanhangers van de Profeet Mohammed ibn Abdullah (vzmh). Ik heb een lang leven gehad, ik heb zelfs Imam al Baqir gezien. Op verzoek van de Profeet zelf, gaf ik de Imam zijn groeten. Ik kwam in contact met deze grootse familie tijdens de vroege islam. Ik heb zowel fijne als bittere herinneringen over hetgeen wat ik met hen meemaakte. Vandaag wil ik graag de mooiste herinnering in mij naar boven roepen. Een gebeurtenis die zo wonderschoon is dat ik die nooit zal vergeten.

Af en toe bezocht ik de dochter van de Profeet (vzmh). Tijdens deze bezoeken leerde ik veel nieuws en er werden mij vele geheimen over deze grote familie (Ahlalbayt) verteld. Toen ik dit keer sayedatun Nissa el Alamien (beste vrouw van de werelden), Fatima al-Zahra (as) in haar huis aantrof, leek zij oneindig gelukkig te zijn. Ik vroeg haar waarom zij zo gelukkig was en deze uitmuntende vrouw vertelde mij toen het volgende verhaal:

Op deze dag kwam mijn vader, de Boodschapper van Allah (vzmh) op bezoek. Ik zag hem iedere dag maar ik kon hem niet vaak genoeg zien, ik kon geen genoeg krijgen van mijn lieve vader. Ik hield zo veel van hem. Ik hield meer van hem, dan van mijzelf. Zijn stralende gezicht gaf mij altijd kracht. Het was goed duidelijk wat hij voor mij betekende, dat hij de man was die de wereld zegen en voorspoed bracht. Hij noemde mij altijd de ‘vrucht van zijn leven’. Hij was de vriendelijkheid zelve. Iedere keer als hij mij omarmde, bedolf hij mij met kussen en zei:

‘Mijn dochter! Van jou komt de geur van Jannah.’ “Mijn Umme abiha”

Hij zei tegen mij: ‘Lieve Zahra, jij bent als een moeder voor mij. Wie jou kwaad maakt, maakt mij kwaad. Jij bent een van de verlichtten en een deel van mij. Zahra! Jouw vader houdt zo veel van jou. Jouw toorn is ook de toorn van God en jouw vreugde is ook de vreugde van God.

Op deze dag, zoals gebruikelijk was, kwam hij bij mij. Hij zag er zeer moe en gespannen uit. Hij was niet zo gelukkig en energierijk als hij altijd was. Mijn vader zei tegen me:

“Mijn dochter, ik voel me moe en zwak en wil graag een beetje uitrusten”.

Ik was bedroefd en onrustig. ‘Lieve vader, zeg niet dat je moe bent. God verhoede dat ik je treurig en vermoeid zie.’

Mijn vader antwoordde:
‘Liefste Zahra, breng mij mijn Jemenitische mantel en leg die over me heen’. (Jemenitische mantel had hij ooit in het verleden gekregen van de bevolking in Jemen).

Treurig en bezorgd sloeg ik zijn mooie stralende gezicht gade, dat schijnt als de maan in een donkere nacht. Ik verheugde me erop, hem te zien, het verwarmde mijn hart en gaf me hoop; ik moest jou eraan herinneren dat hij in zijn zware en gebeurtenisrijke jaren van zijn profeetschap was, in welke hij zeer beproefd was. Ik herinner me die gebeurtenis met betrekking tot zijn leeftijd sterk en roep hem altijd op in mijn gedachten.
Ik herinner me nog goed dat mijn zoon me begroette. Hij was het kleinkind van de Profeet. Hasan leek heel erg veel op de Profeet en mijn vader hield veel van hem. Hij hield meer van hem dan een grootvader van zijn kleinkind houdt. Hij tilde hem op zijn schouders en zei: ‘Degene die van mij houdt, moet ook van Hasan houden’.

Een keer waren de aanhangers van de Profeet er getuige van dat de Profeet tijdens zijn gebed een zeer lange buiging maakte. Na het gebed vroegen ze hem: Gezegende Profeet, waarom heeft u zo’n lange buiging gemaakt? Verscheen er een engel?’ De Profeet antwoordde:

‘Tijdens mijn buiging klom mijn kleinzoon Hasan op mijn rug en ik heb gewacht tot hij weer naar beneden klom.’ (Moet je nagaan hoeveel de Profeet (vzmh) van hem hield en hoeveel respect Rasulullah had voor deze Hasan (as).

Op een dag toen Hasan thuiskwam, zei hij tegen mij: ‘Moeder, ik ruik een wonderlijke geur. Zo ruikt mijn grootvader, de gezant van Allah’.

Ik zei tegen hem: ‘Ja, lieve zoon, deze wonderlijke geur is de geur van de Profeet’.

Hasan kwam binnen en vroeg: ‘Moeder, waar is hij?.. ik mis mijn grootvader!’ Ik antwoordde hem: ‘Mijn vader rust uit onder de mantel’.

Hasan liep snel naar de mantel. Hij begroette de Profeet en vroeg hem: ‘Grootvader, wilt u mij toestaan, bij je te komen?‘ Toen mijn vader dit hoorde zei hij:

‘Gegroet ben je mijn zoon, kom dicht bij mij. Jij mag alles. Kom, kom dicht bij mij, want ik ben zeer blij je weer te zien.’

De Profeet omarmde en knuffelde Hasan en hield hem zolang vast, tot hij eindelijk insliep. Maar korte tijd later kwam ook Husain thuis en begroette mij. Ik zei tegen hem: ‘Wees gegroet mijn zoon, het licht van mijn ogen en de vrucht van mijn hart.’ Ik weet werkelijk niet van wie mijn vader meer hield, want hij toonde dezelfde liefde en toenadering voor beiden. Maar het is duidelijk, hij hield ontzettend veel van ze misschien wel te veel. De reden van die grote liefde was duidelijk. Mijn vader zelf zei altijd:

‘Allah beveelt me om hen zo lief te hebben en te eren, want Allah steunt die vrienden, die hun vrienden zijn.’

De meesten of beter gezegd, iedereen hoorde hem altijd weer zeggen: ‘Hasan en Husain zijn de leiders, zowel in deze tijd als in het hiernamaals. Of Hasan en Husain zijn de jongeren van het paradijs (shababol ahlal Jannah)

Hij benadrukte telkens weer dat die beiden zondeloos zijn en dat hun vijanden de vijanden van Allah (swt) zijn.
Hij sprak altijd over hen samen. Maar in enkele gevallen sprak hij ofwel over Hasan ofwel over Husain.

Hij zei bijvoorbeeld toen hij over Hasan sprak: ‘Het bloed van de moslims wordt door hem met de genade van Allah (swt) beschermd.’

En over Husain zei hij: ‘Husain is van mij en ik van hem.’

Mijn vader wilde daarmee zeggen dat de bescherming van de religie toebehoorde aan Husain en hij benadrukte vaak dat de imam’s opvolgers van Husain afstammen. Natuurlijk zei hij ook nog andere dingen over Husain, maar dit werd voor mij verborgen. Alleen op enkele momenten vertelde hij over de gebeurtenis die Husain zal overkomen in de toekomst.

Maar nu, nu Husain de voordeur betrad, wist hij dat zijn Grootvader thuis was. En ook hij zei dat hij de geur van de hemel rook en dat deze geur alleen van zijn grootvader kon zijn. Ik bevestigde dat en zei tegen hem dat zijn grootvader onder de mantel lag.

Hij ging voor zijn grootvader staan en zei: ‘Wees gegroet mijn grootvader, de Profeet van Allah. Mag ik bij je komen?’

Mijn vader antwoordde: Wees gegroet, mijn zoon. Kom, kom bij me.’ Husain kwam ook bij hem.

Nu was het tijd dat mijn man thuiskwam. Hij kwam binnen en zei: ‘As salaam aleikum! Oh dochter van de Profeet van Allah’.

‘Zijn stem vervulde me met kracht en liefde. Wat kan ik over hem zeggen? Het maaktte niet uit hoezeer ik het probeerde, ik kon de grote band tussen mijn man en mijn vader niet verklaren. Iedereen wist dat de Profeet van niemand meer hield dan van Ali ibn abu Taleb. Ook niet van mij, want Ali is de vlagdrager van islam, Ali is de leider van zijn leger, Ali is de rechter na zijn tijd. Is dat verrassend? Nee, hij hield van niemand zo veel als van Ali. Ook al hadden zijn warme hart en goedheid geen grenzen naar mij toe, ik moet toch zeggen dat hij meer van Ali hield dan van mij. Zijn aandacht voor Ali is duidelijk, omdat hij zijn kind was en hij hem opvoedde alsof het zijn eigen kind was.

Gedurende al deze jaren, dat hij de pelgrimstocht naar de grot Hira maakte en ook voordat hij door de Profeet uitgekozen werd, was Ali zijn getuige en zijn enige vertrouweling. De eerste persoon die zich tot islam bekeerde en hem volgde was de 12 jarige Ali in de vroege Islam. Hij was destijds pas 12 jaar oud, toen mijn vader hem als zijn opvolger van de Quraish-stam benoemde. Zijn kracht in het geloof kreeg hij van hem. Hij kende hem zoals hij zichzelf kende en vertrouwde op Ali, dat hij zijn geloof kon uitbreiden. Telkens opnieuw had mijn vader, Ali als zijn opvolger aangewezen. In de slagvelden: Badr, Odod, Honnain, Ghandaq, Khaibar enz. was Ali de eer voor de Moslims.

Niemand kende de geheimen, die in de Qur’an staan, beter dan hij. (Na de Profeet). Hij kende de Qur’an vers voor vers van buitenaf. Ali kende de Qur’an net zo goed als mijn vader. De Qur’an was in zijn hart opgeslagen!

Ali hield zo veel van de Profeet. Hij beschermde hem meer dan zijn eigen leven. Dit is ook de reden waarom Ali op de slaapplaats van de Profeet ging liggen, wanneer de Profeet voor de ongelovigen verdween uit Mekka. Altijd en altijd weer had Ali zijn leven voor dat van de Profeet geriskeerd toen de meeste sahaba’s tijdens het slagveld Ohod, de Profeet in de steek lieten, was Ali die bij de Profeet bleef en hem beschermde tegen al die zwaarden, pijlen, en speren.

Net als altijd, was het ook Ali die mijn huis daarnet betrad. Ik verwelkomde hem met een warme groet. Ook hij wist dat de Heilige Profeet er was. Niemand herkende zijn geur beter dan Ali ibn abu Taleb. Hij wendde zich naar mij en zei: ‘Is dit niet mijn broeder en neef, die ik ruik?’ En ik antwoordde hem: ‘Ja, mijn lieve man, hij is het, die met onze beide kinderen onder de wollen mantel ligt uit te rusten. Ali liep naar hen toe en sprak: ‘Oh gezant van Allah! Wees gegroet! Sta je mij toe, dat ik bij je kom, zodat ik ook bij jou kan zijn?’ De Profeet antwoordde:

‘Wees gegroet, mij opvolger mijn geliefde broeder. Kom dichterbij.’

Toen ik hen allen zo bij elkaar zag; mijn vader, mijn man en mijn kinderen liep mijn hart over van verlengen om me ook naar deze speciale groep te gaan om ook deel van hen te zijn. Ieder van hen wachtte op mij, dus ook ik ging naar hen toe en sprak: ‘Oh Profeet van Allah, wil je mij de gelegenheid geven dichterbij te komen, zodat ik ook bij jullie kan zitten? Hij zei:

‘Wees gegroet, mijn dochter, mijn ziel. Kom, kom bij ons.’

Dus kwam ik en ging bij mijn dierbaren zitten, in het midden van beminnelijkheid. Deze liefde, die door degenen om mij heen werd uitgestraald. Een gebeurtenis die plaatsvond en waarvan mijn vader het al van te voren wist. Hij nam de beide uiteinden van zijn mantel in zijn handen en bedekt ons vijven daarmee. Toen hief hij zijn rechterhand in de hoogte richting de hemel en begon te fluisteren:

‘Oh Allah, dit is mijn familie (ahli),
Hun vlees en bloed is dat van mij
Wie hun kwelt en boos maakt, die kwelt mij en maakt mij boos.
Wie hen blij maakt, maakt mij blij.

Geliefde Schepper, ik ben een vijand van diegene die hun vijand is.
En ik ben een vriend van degene die hun vriend is.

Zij zijn van mij en ik ben van hen.
Wij zijn een. Wij werden uit Licht geschapen.

Dit werd door hem gezegd. Ookal had hij het ervoor ook al gezegd, ditmaal was het anders; alsof er iets gebeurde. Na zijn woorden kwam zijn gebed.

‘Geliefde Allah (Ya Rabbal 3Alamieen), zegen ons met Uw zegen en houd ons weg van het onreine. Maak hen tot de gereinigden en heiligen.’
[Surah al Ahzaab, vers nr.33]

De Profeet bad uit de grond van zijn hart en ook wij zeiden ‘Ameen’ uit de grond van onze harten.

De almachtige God verhoorde de gebeden van de Profeet en bepaalde voor allen een hemellichaam en engel.
‘Oh, Engel’, ‘Oh, hemelse schepping!

Ziet u hen? Deze vijf gedaanten die onder de mantel zijn? Is het jullie duidelijk dat Ik de enige ben die de open hemel stichtte en de uitgestrekte aarde, de schijnende maan, de stralende zon, de verlichte hemellichamen en de bewegende zeeën. Ik schiep al dit uit liefde en vriendschap voor jullie.’ (Ahlalbayt)

Gabriel/Jibrail Amin (de hoogste engel van visioen) vroeg toen: ‘Oh almachtige God (Ya Rabbal Alamin) en wie zijn diegenen onder de mantel over wie U zo hoog spreekt?’

‘Zij zijn de familie van de Profeet en de bron van de taak van de Profeet. Deze vijf mensen zijn Fatima, haar vader Muhammad, haar man Ali en haar beide zoons.
Gabriel/Jibrail vraagt dan: ‘Almachtige God, wilt u mij toestaan dat ik hen in het bijzijn van de Profeet een bericht van U overbeng?’ En die toestemming werd gegeven.

Gabriel daalde neer en zei tegen de heilige Profeet:

‘Oh Profeet van Allah, de almachtige beveelde mij het volgende tegen u en uw familie te zeggen:
‘Ik zweer dat de Hemel niet opent,
noch de uitgestrekte aarde,
noch de schijnende maan,
noch de stralende Zon,
noch de stralende hemellichamen,
noch de reusachtige zeeën,

….alleen voor jullie, mijn welbehagen is met jullie!’
‘ Oh Profeet van Allah, het is Allah alleen die mij toestemming gaf je te bezoeken.’

Ik zei: ‘Oh Allah! Dit is Gabriel/Jibrail, uw trouwe engel, die mijn vader een bericht van u, de almachtige, overbracht. Hoe kunnen wij u ooit dit bijzonders en goeds dat u ons ten deel liet vallen teruggeven?’

Toen kwam Gabriel bij ons en werd de zesde “persoon” aangewezen. Hij zei tegen mijn vader:
‘Oh huisgenoten/Ahlalbayt, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te maken.’ (33:33)

Wij waren allen gelukkig. Ali vroeg mijn vader: ‘Oh Profeet van Allah. Wat is de reden dat wij ons allen onder deze mantel verzamelden?’

De heilige Profeet antwoordde:

‘Ik zweer bij Allah, die mij tot uitverkorene maakte om de verloren zielen te leiden. Als iemand onder mijn aanhangers, deze gebeurtenis vooruit zou hebben kunnen zien, dan zou de zegen en genade van Allah zeker bij hen blijven.’

Ali antwoordde gelukkig: ‘Ik zweer bij Allah dat wij en onze aanhangers met de waarheid zijn.’

Fatima’s woorden maakten me sprakeloos. Oh Allah! In dit kleine arme huis en onder een eenvoudige wollen mantel vond deze ongelovelijke gebeurtenis plaats. Oh Allah! Hoe dicht bij u zijn deze mensen? Oh Allah, heeft u alleen wegens hen alles geschapen? Zij sloten de ogen voor de schoonheden van deze Wereld voor U. Daar U hen Uw wereld gaf.

Deze grootse gebeurtenis vond plaats in Fatima al-Zahra’s huis en niemand behalve de engelen en de hemellichamen waren getuige. Het gebeurde nog twee keer, namelijk in het huis van Umm Salama en in het huis van Aisha. Door hun overleveren is het nu bijna in de hele wereld bekend. Er wordt ook gezegd dat de Profeet vanaf toen iedere dag, gedurende acht maanden naar hun huis kwam en het volgende vers luid sprak, zodat iedereen het kon horen:

De Heilige Koran, 33:33:

[su_note note_color=”#64d857″ text_color=”#ffffff” radius=”4″][su_quote] ‘Oh huisgenoten, Allah wenst alleen onreinheid van u te verwijderen en u schoon en zuiver te maken.’[/su_quote] [/su_note]

Bekijk hier de bewijzen en de goedkeuringen van deze overlvering: De Bewijzen

[su_divider]

-Geschreven door zuster Zainab Al Kisa

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.