De term sjia in de Koran

0

De term “Sjia” in de heilige Koran…


In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle

“En toen Ibrahim door zijn Heer beproefd werd met gezagswoorden die hij daarop vervulde.
Hij zeide: Ik zal u maken tot een leiding voor de mensen.
Hij zeide: Ook die van mijn nageslacht? Hij zeide: Niet zal Mijn verbond ten deel vallen aan de onrechtdoeners.”

(Soera Al Baqara 2:124)

 

In het hedendaagse leven krijgen we vaak te maken met discussies waar onder de term sjia bekritiseert wordt door bepaalde groeperingen binnen de Islam. Helaas krijgt de term sjia vele verkeerde interpretaties waardoor de ware betekenis voor “niet -Sji´ieten” niet duidelijk blijft.

De sjia leerschool krijgt vaak de stempel dat ze innoveren na de dood van de laatste profeet, verdwaalde tak binnen de Islam of sterker nog, een sekte met Joodse invloeden. Helaas leiden dit soort vooroordelen en misverstanden vaak ook tot propaganda waardoor er breuken ontstaan binnen de islamitische gemeenschap. Vaak worden de sjia volgens “niet sji’ieten” in de islam, gezien als een stroming die pas later is ontstaan. Terwijl het ouder is dan men aanvankelijk denkt. Het sji’isme bestond al voor de geboorte van profeet Mohammad (vzmh).

Als we nu de Heilige Koran openslaan,dan komen we een aantal verzen tegen, waarin Allah (swt) Zijn profeten en de volgelingen van zijn profeten met de term “Sjia” aanspreekt. Dit laat zien dat deze term, islamitisch gezien is toegestaan en ten tweede bewijst dit dat deze term al zeer oud is en er dus geen sprake van innovatie is na de dood van de Heilige profeet (vzmh).
Voordat we naar bronnen refereren en deze bestuderen, is het handig om te achterhalen wat de letterlijke betekenis van de term “Sjia” is in het arabisch. De letterlijke betekenis van Sjia is ‘volgeling’, volgeling van Ali zijn is een onderdeel van de islam. De islam zou zonder Sji’isme eigenlijk in praktijk onmogelijk zijn als we het vanuit het volgende perspectief bekijken:

Een gelovige dienaar van Allah (swt) dient namelijk het bevel van zijn Schepper, profeet en leider (imam) op te volgen. Zo’n persoon is dan automatisch ook Sjia, dus ‘volgeling’. Een voorbeeld zal meer duidelijkheid geven om dit begrip nog wat toegankelijker te maken. Als men nu zegt, meneer ‘X’ is Sjiatu Mohammad en Ali, dan wil dat zeggen dat diegene de volgeling van profeet Mohammad (vzmh) en imam Ali(as) is. Dit begrip kunnen we net zo goed anders toepassen waardoor de term negatief wordt. Bijvoorbeeld: meneer ‘X’ is; ‘Sjiatu iblies(duivel)’, dan hebben we weer een kloppende zin, maar dan een totaal ander richting die tegen de islam in gaat. Namelijk meneer ‘X’is volgeling van de duivel.

Conclusie: Sjia is een universeel woord. Dus Sjia kan men in zowel positieve als negatieve context plaatsen en dan is het afhankelijk van de context waarin dat woordje geplaatst wordt.

 

AANTAL POSITIEVE VOORBEELDEN UIT DE KORAN

1. Wanneer we de Koran bestuderen komen we een aantal verzen tegen waarin God zijn profeet, met de term Sjia aanspreekt.

“En voorzeker, Abraham was een van de SJIA (volgeling) van hem (dat wil zeggen, Noah)”

(Koran 37:83)

Blijkbaar was het zeer noodzakelijk dat de Schepper een van zijn beste dienaren hier, volgeling van een andere hoge dienaar (profeet Nuh) noemt. Profeet Ibrahim (vzmh), volgt als het ware het pad van zijn voorganger profeet Nuh (vzmh). Hier wordt het voor ons duidelijk dat een aantal van zijn rechtvaardige dienaren Sji’ieten waren.

2. Nog een voorbeeld uit de Koran. Hier gaat het om de volgeling van profeet Musa (vzmh). En opnieuw maakt Allah(swt) ons duidelijk wat Hij bedoeld met de term Sjia. In deze vers krijgen we een situatie voorgeschreven waarin de profeet opkomt voor zijn volgeling oftewel Sjia.

“En hij (Musa) ging de stad in op een tijdstip dat de mensen (van de stad) niet opletten, en zo zag hij daarin twee mannen, één behorend tot zijn Shia(volgeling) en de ander was zijn vijand, en de ene die tot zijn Sjia (volgeling) behoorde riep uit naar hem om hulp tegen degene die tot zijn vijand behoorde”

(Koran 28:15)

Sjia is dus een officieel woord dat is gebruikt door Allah(swt) in de Heilige Koran. En als iemand een Sjia is van de meest rechtvaardige dienaar van God, dan is er geen probleem met het zijn van Sjia in de islam.

 

De term Sjia in een negatief context in de heilige Koran

1. Na een aantal positieve voorbeelden van de term Sjia, kunnen we ook een voorbeeld vinden van de negatieve context waarin de term Sjia kan worden geplaatst. Iemand die als volgeling verkeerd handelt, zal het zelfde lot ondergaan als zijn leider die het kwade voortzet, zo wordt het in de Koran gezegd. Hier maakt Allah (swt) het volgende vers bekend dat elk volk op de Dag des Oordeels achter zijn leider (goed of slecht) staat als volgeling.

“..de dag dat Wij alle mensen samen met hun imam zullen roepen”

(Koran 17:71)

In het omgekeerde geval, dus als men de volgeling van het kwade is geweest, dan heb je automatisch te maken met een leider (imam) die voor het kwade zorgt:

“En Wij maakten hen imams (leiders), die roepen naar het vuur en op de Dag van de Wederopstanding zullen zij niet geholpen worden. En Wij zorgden dat een vloek hen in deze wereld volgt, en op de Dag van de Wederopstanding zullen ze behoren tot degenen die afschuwelijk zullen verschijnen”

(Koran 28:41-42)

Elk volgeling heeft dus in deze wereld te maken met een leider (imam).

“En Wij maakten van onder hen imams om volgens Ons (Allah) bevel te leiden als ze geduldig waren, en ze waren ervan verzekerd met Ons (Allah) in verbinding te staan”

(Koran 32:24)

En in antwoord van de Heer der werelden zeggen de feilloze imams (leiders) het volgende:

“Wij zijn het touw van Allah, over wie Allah heeft gezegd: ‘Houd je vast aan het Touw van Allah, alles doen wat jullie samen en niet divergeren”

(Koran 3:103)

Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat Allah (swt) ons niet heeft overgelaten aan ons lot en Hij heeft ons de mogelijkheid aangereikt om te kiezen met gezond verstand, tussen een goede leider en een kwade leider (imam). De HEER der WERELDEN stelt ons vervolgens gerust met de volgende vers uit de Heilige Koran:

“En de ongelovigen zeggen; “Waarom is hem geen teken van zijn Heer nedergezonden?” Gij zijt waarlijk een waarschuwer en er is voor ELK VOLK EEN, LEIDSMAN (imam).”

(Koran 13:7)

En aangezien er volkeren tot op de Dag des Oordeels zullen zijn, dient een volkdus ook een leider te hebben die door God is gekozen. De kwestie van herkenning is weer aan de dienaar zelf of hij zijn leidsman kan herkennen aan de hand van verschillende tekenen die in de Koran en de overleveringen voor komen. Wat in iedergeval wel vast staat is dat we God dankbaar moeten zijn voor Zijn rechtvaardigheid, omdat Hij ons niet aan ons eigen lot heeft overgelaten in de wereld.

 

DE TERM SJIA IN DE OVERLEVERINGEN (AHADITH)

Voor dat we in de bladzijden van de geschiedenis bladeren, is het als eerst noodzakelijk, om te gaan kijken in hoeverre men een rationeel onderzoek kan verrichten over de term sjia.

Als we echt op zoek zijn naar de waarheid in de pure islam, moeten we eerst grondig op onderzoek gaan over de term sjia, maar dan niet alleen uit de Sji’itische boeken, maar ook uit de Soennitische boeken. En aangezien het aan de Sji’itische kant al bekend is, blijft de definitie van de term Sjia aan de Soennitische kant soms ongeloofwaardig (apocrief) door de uitleg van de overleveringen. Ondanks de onduidelijkheden en tegenstrijdigheden aan de Soennitische kant, hebben we toch een aantal sterke bronnen gevonden die de moslims niet kunnen ontkennen of weigeren. Een voorbeeld van die sterke bronvermelding is namelijk Ibn Manzur, de leraar van Bukhari(auteur van één van de hadithboeken voor de Soennieten genaamd: Sahih al Bukhari). De leraar van deze Bukhari zegt in de onderstaande bron wie een Sji’iet is:

“De mensen die van het nageslacht van profeet houden en loyaal zijn aan dit nageslacht en hemzelf” [1]

Laten we  nu nog wat specifieker in gaan op het standpunt van de Sji’ietische leerschool (Madhab). Als we het tegenwoordig over Sjia hebben, dan hebben we het vaak over de volgelingen van de Ahlalbayt (as) en dus ook de Profeet (vzmh) en de prins der gelovigen, imam Ali (as).

De term Sjia werd na de dood van de profeet(s) gebruikt voor de volgelingen van imam Ali (as). Zij werden voornamelijk ‘Sjia van Ali’ genoemd omdat ze vlak na de dood van de profeet niemand anders dan hem zagen als leider. ( nota bene op het verzoek van de profeet zelf)

Er moet worden benadrukt dat de profeet Mohammad (vzmh) het nooit gewenst heeft om de islamitische gemeenschap in verschillende groepen en onder verschillende namen(termen) te verdelen. De profeet gaf bevel aan alle moslims om imam Ali (as) te volgen als zijn vertegenwoordiger tijdens zijn leven en als zijn opvolger en leider na hem. Helaas waren zij die de wens van hun profeet in acht namen, slechts een kleine groep die bekend stonden als: ‘Sjiatu-Ali’. Zij werden onderworpen aan allerlei soorten discriminatie, onderdrukking, vooroordelen en vervolging. Als alle moslims de profeet en hun imam hadden gehoorzaamd, dan waren er geen verschillende stromingen binnen de islam ontstaan. In een overlevering zei de heilige profeet Mohammad (vzmh):

“Kort na mij zal onenigheid en haat opkomen onder jullie, als zo’n situatie zich voor doet, ga en zoek Ali, want hij kan de waarheid van leugen onderscheiden” [2]

En wat betreft het geciteerde vers over het Touw naar God, in de heilige Koran werd imam Jafar al Sadiq (a) de 6e generatie van de Profeet (vzmh) zijn bloedlijn, door een aantal geleerden ondervraagd wat de uitleg (tafsier) van dit vers (Koran 3:103) is. De imam legde uit:

“Wij zijn het Touw van Allah over wie Allah heeft gezegd: “En hou vast, jullie allen tezamen, aan het Touw van Allah en wees niet onderling verdeeld.” [3]

God maakte in dit vers uit de Koran duidelijk dat sektarisme niet wordt getolereerd in de islam. En wie zich van dit touw (de Ahlalbayt) afkeert, is verdwaald als volgeling van het juiste pad.


Bronnen:

[1] Ibn Manzur, Lisan al Arab, volume VIII (Z.p.z.j) 189/ geciteerd uit Hamidullah Khan, schools of Islamic prudence, 121.
[2] Ali Mutaqi al Hindi, Kanz al Ummal II, (Z.p.z.j) 612, aldaar nummer 32964.
[3] Al Tha’alabi, tafsier al Kabir (Z.p.z.j) in het commentaar bij vers 3:103. Uit ibn Hajar al Haythami, Al Sawa’iq Al Muhriqah (Cairo z.j), 233.


 

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.