Preek 56

0

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.

Amir al-mu’minin sprak tot zijn metgezellen over Mu’awiyah


Spoedig na mij zal er een man met een brede mond en een grote buik worden opgesteld. Hij zal alles dat hij krijgt inslikken en zal begeren naar datgene wat hij niet krijgt. Jullie horen hem te doden, maar (ik weet) jullie zullen dat niet doen. Hij zal jullie opdragen mij te beledigen en af te zien van mij. Wat betreft het beledigen, jullie beledigen mij omdat dat voor mij zuivering is en verlossing voor jullie. Wat betreft het verwerpen, jullie horen niet af te zien van mij omdat ik geboren ben in de natuurlijke religie (Islam) en was voorste in het accepteren ervan en ook in Hijrah (migratie van Mekka naar Medina) (1)


(1) – Over de personen op wie Amir al-mu’mineen doelt in deze rede zeggen sommigen dat het Ziyad ibn Abih is. Anderen zeggen dat het al-Hajjaj ibn Yusuf ath-Thaqafi is en anderen zeggen dat het doelt op Mughira ibn Shu’bah. Maar de meeste commentatoren zijn het erover eens dat het Mu’awiyah moet zijn en dat is correct want de kwaliteiten die Amir al-mu’mineen beschrijft bewijzen die van Mu’awiyah alleen te zijn.

Ibn Abi’l-Hadid heeft geschreven over de gulzige kwaliten van Mu’awiyah toen de Profeet iemand voor hem stuurde en dat hij geinformeerd werd dat Mu’awiyah bezig was met eten. Een tweede en een derde keer werd er een man gestuurd maar de Profeet kreeg hetzelfde nieuws. Daarna zei de Profeet: “Moge Allah zijn buik nooit tevreden stellen.” Het effect van deze vloek was dat wanneer hij zich moe voelde door eten hij zou zeggen, “Neem het weg, want, bij Allah, ik ben niet verzadigd maar ik ben moe en ik walg.”

Vergelijkbaar, zijn beledigingen jegens Amir al-mu’mineen en het bevelen van zijn officieren om dat ook te doen zijn geaccepteerde feiten van de geschiedenis waar geen ontkennen aan mogelijk is. In zijn context werden woorden zo gebruikt op de preekstoel dat het zelfs Allah en de Profeet beledigde. Vandaar dat Umm al-mu’minin Umm Salamah aan Mu’awiyah schreef, “Het is zeker dat jullie mensen Allah en de Profeet beledigen, het is op deze manier dat jullie beledigingen smijten op ‘Ali en zij die van hem houden, terwijl ik getuige ben dat Allah en zijn Profeet van hem houden. ” (al- ‘Iqs al-Farid, Vol 3, p.131)

Met dank aan ‘Umar ibn ‘Abdul-‘Aziz, die een stop op de belediging van ‘Ali invoerde en de volgende vers invoerde in plaats van belediging tijdens de preken:

Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt (Heilige Koran 16:90)

(In deze preek heeft Amir al-mu’minin het bevel uitgegeven voor het doden van Mu’awiyah op basis van de Profeet’s bevel, “Wanneer jullie (O Muslims) Mu’awiyah zien op mijn preekstoel, dood hem.” (Kitab Siffin, pp. 243, 248; Sharh of Ibn Abi’l-Hadid, Vol. 1, p.348; Ta’rikh Baghdad, Vol. 12, p. 181; Mizan al-I`tidal, Vol. 2, p. 128; Tahdhib at-tahdhib, Vol. 2, p. 428; Vol. 5, p. 110; Vol. 7, p. 324)


-Vertaald door Ali Naimi

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.