Preek 29 – Over hen die een smoes zochten tijdens jihad

0

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.

Over hen die een smoes zochten tijdens jihad..


O mensen, jullie lichamen zijn samen maar jullie verlangens zijn uiteenlopend. Jullie spraak verzacht de harde stenen en jullie acties trekken jullie vijand naar jullie toe. Jullie beweren in jullie vergaderingen dat jullie dit en dat gaan doen, maar wanneer het strijden nadert, zeg je (tegen de oorlog), “Wend je af”. Als iemand jou om help vraagt, krijgt zijn oproep geen gehoor. Hij die nauwelijks omgaat met jou, zijn hart heeft geen verlichting.  De excuses zijn te onpas net zoals dat van een schuldenaar die niet bereid is om te betalen. De onedelen kunnen zich niet verdedigen tegen onderdrukking. Recht kan niet worden bereikt zonder moeite. Welke is het huis naast deze om te beschermen? En met welke leider zou je gaan vechten achter mij?

Bij Allah! Misleid is hij die jij bedrogen hebt terwijl, bij Allah! Hij die succesvol is met je, ontvangt alleen nutteloze pijlen. Jij bent zoals gebroken pijlen die over de vijand is geworpen. Bij Allah! Ik ben nu in de positie dat ik nog jouw standpunten bevestig noch voor jou medewerking hoop noch door jou de vijand uitdaag. Wat is het probleem met jou? Wat is je ziekte? Wat is je genezing? De tegenstander is ook een partij van mensen van jouw gestalte (maar ze zijn zo verschillend in karakter).  Zal er spraak zijn zonder actie, slordigheid zonder wijsheid en hebzucht in dingen die niet goed zijn? (1)


(1) Na de slag van Nahrawan, verstuurde Mu`awiyah ad-Dahhak ibn Qays al-Fihri met een strijdkracht van 4000 naar Kufah met het doel om wanorde te creëren in dit gebied, mensen vermoorden en verdergaan met bloedvergiet en vernietiging zodat Amir al-mu’minin geen rust of zielsrust kon vinden.
Hij vertrok met het volbrengen van dit doel, met het gieten van onschuldige bloed en met het verspreiden van vernietiging tot aan de plaats ath-Tha’labiyyah. Hier viel hij een karavaan van pelgrims (naar Mekka) aan en plunderde ze van hun rijkdom en eigendommen. Daarna vermoordde hij in al-Qutqutanah de neef van Abdullah ibn Mas’ud, de metgezel van de Heilige Profeet, genaamd ‘Amr ibn ‘Uways ibn Mas’ud samen met zijn volgelingen. Op deze manier veroorzaakte hij verwoesting en bloedvergiet overal. Toen aan Amir al-mu’minin deze kwelling en verderf bekend werd, riep hij zijn mannen op om zich klaar te maken voor oorlog om een halt toe te roepen op deze vandalisme, maar mensen leken oorlog te vermijden.Vol walging met hun slaapzucht en gebrek aan enthousiasme ging hij op de preekstoel en bracht hij deze preek over waarin hij de mannen aanwakkert om schaamte te voelen en hij spoort ze aan om niet de oorlog te vermijden maar hun land te verdedigen zoals dappere mannen dat doen zonder dat ze daarbij slechte en slappe excuses in dienst nemen. Uiteindelijk voerde  Hujr ibn `Adi al-Kindi 4000 strijdkrachten om de vijand te verslaan in Tadmur. Slechts een kleine ontmoeting had plaatsgevonden tussen de partijen toen de nacht viel en de vijand vluchtte weg met slechts negentien doden aan hun kant. In Amir al-mu’minin’s leger vonden twee personen martelaarschap.

 


-Vertaald door Ali Naimi

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.