Het verdrag van Hudaybiya: een ware overwinning.

0

In het jaar 628 na Christus (6 Hijri) had Profeet Mohammed (a) een droom waarin hij een pelgrimstocht maakte naar Mekka om daar de heilige rituelen van Allah te vervullen. Toen de profeet wakker werd informeerde hij de metgezellen over deze droom waarna ze in vreugde reageerden, omdat dit betekende dat de moslims een pelgrimstocht zouden maken naar Mekka. Het was inmiddels al 6 jaar geleden sinds de moslims genoodzaakt waren Mekka te verlaten voor Medina. De reden voor het vetrek toendertijd was de groeiende druk vanuit de polytheïstische elite van Mekka (Bani Qureish) op de Moslims. De elite van Mekka merkten dat hun sociaaleconomische machtspositie binnen Mekka werd ondermijnd door de egalitaire en ethische principes van de Islam en wilden koste wat het kost een einde maken aan deze steeds groeiende overtuiging. Tijdens die zes jaar, van het verblijf van de Profeet met zijn volgelingen in Medina groeide deze druk uit tot hevige militaire operaties tegen de Moslims. De profeet (a) was genoodzaakt samen met de moslims zichzelf te verdedigen. Het jaar 628 was echter anders want de Profeet wilde ongeacht de slechte relaties met de elite van Mekka geheel volgens Arabische gewoonte deelnemen aan een pelgrimstocht naar het Huis van Allah. Uiteraard volgens de Islamitische leer en niet volgens de polytheïstische leer.

De pelgrimstocht naar Mekka is namelijk een traditie die al ver voor de komst van de Islam jaarlijks plaatsvond. Echter vanwege de verstoring van de originele regels en de achterliggende filosofie van de pelgrimstocht door de jaren heen, werd de tocht naar Mekka niet meer uitgevoerd op de manier waarop Allah het zou willen. Begin zevende eeuw bevatte deze pelgrimstraditie van Medina inmiddels vele ongewilde polytheïstische elementen (bijvoorbeeld de 360 goden beelden in de Kaaba). Het profeetschap van Mohammed (a) moet daarom ook begrepen worden als een poging om de Goddelijke traditie van de pelgrimstocht naar Mekka te herstellen naar de wil van Allah, de almachtige.

De Profeet verzamelde de moslims van Medina en vetrok met een groep van 1400 mensen richting Mekka. Het doel en de intentie was helder: een pelgrimsreis vervullen in naam van Allah. De groep vertrok ongewapend en vergezeld door familie om de rituelen te vervullen.  Toen de Qureish stam en zijn gealieerden van de komst van Mohammed (a) hoorden zaten ze met een dilemma. Als de Qureish de Moslims toelaten om de pelgrimstocht uit te voeren heeft dat twee rampzalige gevolgen voor de machtspositite van de Qureish. Als ze de Profeet (a) zouden toelaten om de tocht uit te voeren op de manier dat de Islam dat uitschreef, betekent dat dat de Qureish indirect erkenning geeft aan de Islam als een volgbaar geloof. Dit was problematisch voor de Qureish want dit zou de Islam verspreiden binnen hun eigen machtsbasis (Mekka) waardoor Profeet Mohammed (a) nog meer volgers zou krijgen en de Qureish invloed verliest.

Ten tweede zou het een morele overwinning voor de profeet zijn en een vernedering voor de Qureish als hun aartsvijand zomaar een pelgrimage kan maken zonder dat de Qureish daar wat tegen kan doen. Aan de andere kant als de Qureish met macht en wapengekletter de moslims probeert tegen te houden, dan zou dat de traditionele regel verbreken dat er geen geweld gepleegd mag worden tijdens het pelgrimsseizoen. Het verbreken van deze regels zou de verkregen positie van de Qureish, als de beschermers van de Kaaba mogelijk ontnomen worden.

Toen de Profeet (a) en zijn volgers aan de grens van Mekka arriveerden werd de Profeet geconfronteerd met het feit dat de polytheïsten van Mekka weigerden de moslims toe te laten om de pelgrimstocht te vervullen. De Polytheïsten dreigden zelfs geweld te gebruiken mits dat nodig was. De Profeet probeerde uit te leggen dat ze niet naar Mekka zijn gekomen om oorlog te voeren maar enkel om de rituelen van pelgrimage uit te voeren. Dit was een redelijke eis omdat traditioneel gezien tijdens het pelgrim seizoen iedereen geheel vrij was om mekka binnen te treden om zijn religieuze plicht te vervullen. Ook was tijdens deze periode veiligheid gegarandeerd omdat geweld verboden was tijdens het pelgrim seizoen.

Na meerdere malen dit te hebben uitgelegt aan de stam van Qureish via boodschappers, weigereden de elite van Mekka alsnog de moslims toe te laten.  Uiteindelijk stuurde de profeet Uthman ibn Affan als vertegenwoordiger van de moslims om met de elite van Mekka te overleggen. De Stam van Qureish bood Uthman aan om de rituelen van de pelgrimstocht uit te voeren bij de Kaaba. Uthman weigerde dit en benadrukte dat de gehele moslimgroep de pelgrimstocht wilde uitvoeren. Qureish wederom wees dit af. Het duurde een redelijke tijd voordat Uthman terugkwam naar het kamp van de moslims buiten Mekka. Er gingen geruchten rond dat Uthman geëxecuteerd was door Bani Qureish. De Profeet interpreteerde dit als een opgezette ultimatum door Qureish en verzocht de moslims om hun loyaliteit te zweren aan de Islam. De metgezellen die toendertijd trouw zworen aan de Profeet heten ook wel de ‘metgezellen van de boom’ omdat de profeet onder een boom stond toen de metgezellen hun loyaliteit zworen.  Dit werd gedaan om collectief en religieus voorbereid te zijn op elk mogelijk volgende manouvre van Bani Qureish jegens de moslims.

Uthman kwam echter wel terug, de geruchten bleken niet waar te zijn.  De Qureish begrepen dat moslims bereid waren om te strijden voor hun recht op pelgrimage en wisten over de ‘metgezellen van de boom’. De Qureish wilde echter geen conflict beginnen omdat zoals eerder was gesteld dit hun positie aanzienlijk zou schaden bij het algemene publiek. Qureish stuurde Suyal ibn Amr naar de Profeet (a) om met hem te onderhandelen. Uiteindelijk kwamen de twee partijen erover uit en besloten ze de volgende vijf overeenkomsten:

 

  1. De Moslims moeten voor nu teruggaan naar Medina en mogen niet hun pelgrimstocht vervullen.
  2. Tussen de Moslims en Qureish zal er tien jaar vrede heersen vanaf de datum van ondertekening van dit verdrag.
  3. Als een persoon uit Mekka moslim wordt en hij vlucht naar Medina (waar de profeet verblijft) dan moet hij terug gestuurd worden naar Mekka. Als een persoon uit Medina vlucht naar Mekka dan hoeft hij niet terug gestuurd te worden naar Medina door de verantwoordelijke van Mekka.
  4. Alle stammen van het Arabisch Schiereiland mogen verdragen tekenen met beide partijen.
  5. De moslims mogen aankomend jaar een pelgrimstocht maken naar de Kaaba mits ze maar voor drie dagen blijven en het enige wapen die ze met zich meebrengen hun zwaard in hun schede zal zijn.

Dit verdrag heet het “Verdrag van Hudaybiya”. Tijdens de ondertekening ervan vonden wel enkele incidenten plaats waar we lessen en inzichten vanuit kunnen halen tot de dag van vandaag. Het eerste incident was toen de Profeet (a) aan Imam Ali (a) dicteerde om ‘In naam van Allah de meest genadevolle de meest barhartige’ te schrijven op het verdrag. Suhayl ibn Amr maakte bezwaar en zei dat enkel ‘In naam van jou o Allah’ geschreven moest worden. De profeet accepteerde dit bezwaar en er werd geschreven wat Suhayl wilde. Vervolgens dicteerde de Profeet aan imam Ali (a) het volgende: ‘Dit is een verdrag van vrede tussen Mohammed (a), de boodschapper van Allah en Qureish.’. Suhayl onderbrak weer en zei: ‘Als wij jou als de boodschapper van Allah hadden erkend, waarom zouden wij dan tegen jou vechten? Schrijf daarom alleen jouw eigen naam en de naam van jouw vader op’.

            De profeet accepteerde wederom het bezwaar van Suhayl. Ali (a) vertelde echter de Profeet dat hij al ‘Mohammed de boodschapper van Allah had geschreven’ en dat hij dat niet wilde wissen. Ali (a) zei: ‘deze hoge rang is aan u geschonken door Allah zelf, en ik zal de woorden ”Boodschapper van Allah” nooit verwijderen met mijn hand’. De Profeet nam de pen zelf ter hand en schreef hoe Suhayl het geschreven wilde hebben. Let op hoe Imam Ali (a) zijn vertrouwen in de Profeetschap van Mohammed (a) hoog hield tijdens het diplomatieproces.

De Qureish zagen dit als een overwinning voor hun belangen. Hun zagen het als een succesvolle poging om overgeving af te dwingen bij de moslims en dat bani Qureish gewonnen had. Enkele moslims zagen dit spijtig genoeg ook als een verlies en een overwinning voor Qureish. Zo ging Omar Ibn al Khattab naar de Profeet(a) toe met de vragen of hij wel echt de Profeet (a) was en of hij wel echt de belangen van moslims beoogde. De Profeet (a) maakte aan Omar duidelijk dat hij de Profeet was en doet wat Allah hem beveelt. Noteer hoe Omar het profeetschap van Mohammed (a) in twijfel trok in deze situatie en te kortzichtig was. Want het was geen verlies voor de moslims.  Kort na het ondertekenen van het verdrag openbaarde de profeet het volgende vers ‘Wij hebben jou een duidelijk succes laten behalen’ (48/1) en bewees dat Hudaybiya een overwinning was en geen verlies.

De Islam is niet een religie van blind dogmatisme maar een geloof van gematigdheid, pragmatisme en wijsheid. Echter kan alleen een persoon met een scherpe blik inzien waarom het verdrag van Hudaybiya een duidelijk succes was.  Hier volgen enkele kenmerken waarom het verdrag van Hudaybiya een succes was voor de Islam en geen verlies:

 

  1. Ten eerste de Mekkaanse elite was dankzij het verdrag gedwongen de profeet te erkennen als een gelijke. Voor het verdrag was de Profeet behandeld als een verstorende rebel en genoot geen enkele erkenning bij de Qureish waardoor het voor de Moslims moeilijk bleef om constructief te handelen namens hun geloofsovertuiging.
  2. Door het ondertekenen van dit verdrag gaf de Qureish tegelijkertijd ook erkenning aan Medina als een islamitische staat.
  3. Voor de moslims die in Mekka woonden bij de Qureish en hun geloof verborgen hielden ondstond er nu een gunstigere politieke omgeving waarvoor ze minder hoeven te vrezen voor vervolging binnen Mekka door Qureish.
  4. Dankzij het verdrag van Hudaybiya kwam er een eind aan het feit dat de moslims zich in een constante situatie van oorlog bevonden. Er onstond voor het eerst een mogelijkheid voor de Islam om zich te uitten binnen een situatie van vrede, waardoor er een begrip voor de islam ontstond als een geloof dat niet enkel opereert in een situatie van oorlog.
  5. Doordat er overeengestemd was dat alle stammen vrij waren om met elkaar verdragen te tekenen, waren er polytheïstische stammen die verdragen durfden te tekenen met de moslims waardoor er een grotere interactie ontstond tussen de groepen. Andere stammen kregen hierdoor meer kennis van de islam.
  6. Dit verdrag maakte ook een einde aan de geruchten die Qureish verspreidde over de Profeet (a). Zo zou de Profeet (a) enkel een oorlogslustig persoon zijn die alleen uit zou gaan op macht en welvaart ook als dit geweld met zich mee zou brengen.
  7. Er onstond een atmosfeer van vrijheid en openheid waar men zonder constante angst voor economisch machtsverleis gerust kon spreken over de kritiek punten die de Profeet (a) aankaartte over zijn maatschappij. Gedachten en discussies konden nu plaatsvinden om de lokale gemeenschap te verbeteren. Een bewijs van deze atmosfeer is dat het aantal Moslim bekeerlingen aanzienlijk steeg na het verdrag.

 

 

Had men dit ooit met oorlog kunnen bereiken? Of kan zoiets enkel bereikt worden met vrede?

Bronnen:

 Lings, Martín , Muhammad : his life based on the earliest sources(1983).

Mubarkpuri, Saifur-Rahman. The Sealed Nectar: Biography of the Prophet. (2002).

Razwy, Sayyid Ali Ashgar. A Restatement of the History of Islam and Muslims.

Pipes, Daniel. “Lessons from the Prophet Muhammad’s Diplomacy.” Middle East Quarterly (1999).

 

 

 

 

 

Share.

About Author

Comments are closed.