Ghadir Khum

0

 

Een verontrustende ayah

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle, 

 ‘’O boodschapper, breng over wat tot u neergezonden is van uw Heer, en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn (swt) boodschap helemaal niet overgebracht. Allah (swt) zal u beschermen tegen de mensen, Allah (swt) leidt het ondankbare volk niet recht.’’ (5:57)

Deze verontrustende ayah werd op de 18e van de Arabische maand Dhul el Hija in het jaar 10 geopenbaard. Het was verontrustend, omdat de Profeet te verstaan kreeg, dat hij Allah’s boodschap misschien totaal niet overgebracht had, als hij niet vertelde wat hij moest vertellen. Waar ging dit over? Had de Profeet niet altijd zijn uiterste best gedaan om Allah’s boodschap te verkondigen? Had hij niet zojuist nog zijn laatste afscheidhadj gehouden ten overstaan van honderdduizend moslims en hen gevraagd of hij de boodschap goed had overgebracht?

Laten we vanaf het begin gaan kijken. Wat er zich afspeelde is door een overweldigend aantal mensen overgeleverd, waaronder:

Aboe Hoeraira, Aboe Layla al Ansari, Aboe zaynab bin Auf al Ansari, Aboe Fadhalet al Ansari, Aboe al Haythem ibn Al Tiehan, Buraida ibn al Huseib, Jaber ibn Abdullah al Ansari, Jurair ibn Abdullah Ibn Jaber al Bujle, Heba bin Juwain, Habshe ibn janadah al Salawie, Hudayfa ibn Usied ( Aboe Sarieha), Imam Hasan ibn Ali ibn Abu Taleb (as), Imam Husain ibn Ali ibn Abu Taleb (as), Refaa ibn Abdulmundhir al Ansari, Zayd ibn Arqam, Zayd ibn Thabet, Saeed ibn Abee Weqaas, Saeed ibn Zayd al Qoerashi, Talha ibn Abdoellah al Timimi, Ammar ibn Layla al Gheefari, Abbas ibn Abdul Mutalib, Othman ibn Affan, Ammar ibn Yasser, Fatima  al Zahra (sa) en Fatima bint Hamzah ibn Abdul Mutalib.

 

De preek op Arafat

 

Het was de enige en tegelijkertijd de laatste bedevaart die onze Heilige Profeet (s) volgens de islamitische voorschriften deed. Hij had aan de metgezellen op Arafat gevraagd: ‘’Weten jullie waar jullie zijn?’’

De metgezellen antwoordden hierop: “Natuurlijk, dit is het heilige land, de heilige maand en de heilige dag.”

Hier hield de heilige Profeet (s) zijn beroemde preek waarin hij de meeste belangrijke islamitische principes meedeelde. Hij zei onder andere:

‘’O mensen, ik laat twee waardevolle dingen na: het boek van Allah (swt) en mijn Ahlalbayt (as).’’ (Ook wel overgeleverd als: het boek van Allah (swt) en mijn familie.)

En hij zei:

‘’Hou je vast aan Allah (swt), wees niet onderdrukkend tegenover de mensen en wees niet corrupt. Als jij iemands eigendom hebt, geef het hem dan terug. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier en andersom ook niet. Heb ik jullie de boodschap meegedeeld?’’

De metgezellen antwoordden : “Ja, Rasoeloellah.”

De Heilige Profeet (s) : ‘’O Allah (swt), wees mijn getuige.”

En hij zei: “Kom niet met jullie namen, maar met jullie daden. Heb ik het jullie meegedeeld?’’

Zij antwoordden: ‘’Ja.’’

De Heilige Profeet (s) : ‘’O Allah (swt), wees mijn getuige.”

En hij zei: “Een moslim is de broeder van een moslim. Zij verraden elkaar niet, bedriegen elkaar niet en vermoorden elkaar niet. Heb ik het jullie meegedeeld?´´

Zij antwoordden wederom:  ‘’Ja.’’

 

De Heilige Profeet (s) sprak over veel meer belangrijke onderwerpen. Hij eindigde zijn preek met het volgende:

‘’Word geen ongelovige en word niet bazig over elkaar.’’

‘’O mensen, ik laat twee waardevolle dingen na: het boek van Allah (swt) en mijn Ahlalbayt (as). Hou je aan allebei vast, want deze twee zullen nooit van elkaar scheiden tot zij naar mij terugkeren bij de vijver.’’

‘’Heb ik het jullie meegedeeld?’’

En nogmaals antwoordden zij: ‘’Ja.’’

En de Heilige Profeet (s) zei weer: ‘’ O Allah (swt), wees mijn getuige. Jullie zijn verantwoordelijk hiervoor. Geef het door aan degenen die niet aanwezig zijn. ‘’

 

 

Terugkeer en Goddelijk oponthoud

 

Na deze preek was de bedevaart ten einde. De mensen maakten zich op om terug te keren naar huis. Sommigen kwamen van ver weg, van Jemen, of van Shams (Syrië) of van Irak. Ook de Heilige Profeet (s) was begonnen aan zijn terugreis naar Medina. Je zou denken dat alles naar wens was verlopen. Maar toch was Allah (s) niet tevreden. Want Hij zond de engel Jibraiel (as) naar beneden met het vers:

 

‘’O boodschapper, breng over wat tot u neergezonden is van uw Heer, en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn (swt) boodschap helemaal niet overgebracht. Allah (swt) zal u beschermen tegen de mensen, Allah (swt) leidt het ondankbare volk niet recht.’’ (5:57)

 

Blijkbaar was de boodschap nog niet compleet. Blijkbaar had de Profeet iets weggelaten, omdat hij zich zorgen maakte over de reactie van de mensen. Maar Allah (swt) liet hem weten dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat Hij de Profeet (s) zou beschermen tegen de mensen….

De Heilige Profeet (s) was op dat moment bij Ghadeer Khum. Ghadeer Khum is een plek waar moslims in die tijd afscheid van elkaar namen na een bedevaart: een kruispunt waar de wegen zich scheiden. Sommige waren al een eind heen, maar voor deze belangrijke boodschap liet de profeet hen terugroepen. Iedereen moest wachten in de brandende zon. Nadat de metgezellen bijeen waren, leidde de Heilige Profeet (s) het gezamenlijk gebed. Vervolgens gaf hij een preek voor meer dan 80.000 man. Het was een lange toespraak waarvan we hier alleen de belangrijkste punten zullen citeren.

 

De preek bij Ghadeer Khum

De Heilige Profeet (s) zei onder andere: ‘’Zie hoe men tegen de Thaqalayn (twee waardevolle zaken) in zal gaan.‘’

Een metgezel vroeg: ‘’Wat zijn de Thaqalayn, o Boodschapper van Allah?’’

 

De Heilige Profeet (s): ‘’Het grootste en meest waardevolle is het Boek van Allah (swt). Hou daaraan vast. Het andere is mijn Ahlabayt (as).  Deze zullen nooit van elkaar scheiden tot zij bij mij terugkeren bij de vijver.’’

 

Vervolgens pakte de Heilige Profeet (s) Imam Ali (as) bij zijn hand en zei: ‘’O mensen, ben ik niet dichter bij de gelovigen dan zij zelf?’’

Zij antwoordden: ‘’Allah (swt) en de Heilige Profeet (s) weten dat beter!‘’

Vervolgens hief de Heilige Profeet (s) de arm van Imam Ali (as) hoog de lucht in en zei:

‘’Allah (swt) is mijn leider en ik ben de leider over de gelovigen. Voor wie ik leider ben, is Ali de leider.’’

 

Dit herhaalde de Heilige Profeet (s) drie keer en vervolgens zei hij:

‘’O Allah (swt), steun degenen die hem steunen (sta achter degenen die achter hem staan) en wees een vijand voor degenen die zijn vijanden zijn. Wees een helper voor degenen die hem helpen en laat hen in de steek die hem in de steek laten.‘’

 

Door deze toespraak werd duidelijk dat de neef en schoonzoon van de Profeet (s) de status van Imam had gekregen: hij was benoemd tot opvolger van de Profeet (s). Iedereen getuigde dat ze de boodschap hadden begrepen en erkend door hun hand op te steken. Alleen de meest vooraanstaanden gingen naar voren  en feliciteerden Imam Ali (s).

Na deze gebeurtenis werd het volgende vers aan de Heilige Profeet (s) geopenbaard:

 

’Heden heb ik voor u uw godsdienst volmaakt en heb ik voor u mijn weldaad volgemaakt en de Islam voor u als godsdienst gekozen.’’ (5:3)

Nu was Allah (swt) wel tevreden en was de islam als godsdienst compleet.

Iemand twijfelde echter aan het leiderschap van Imam Ali (as) en zei tegen de Heilige Profeet (s): “O, Profeet, het gebed is verplicht; wij bidden. Het betalen van aalmoes is verplicht; wij betalen. Echter, hoe kan het dat Ali, uw neefje, de leider wordt over ons? Heeft u dat bepaald of is dat door Allah (swt) besloten?”

Daarop werd het volgende vers aan de Heilige Profeet (s) geopenbaard:

 

‘’Gevraagd heeft een vrager om een invallende bestraffing.’’

(70: 1)

Allah (swt) verplicht het ons om naar de Heilige Profeet (s) te luisteren en de Heilige Profeet (s) heeft ons duidelijk gemaakt wie zijn opvolger is en welk pad wij moeten volgen om niet als onwetenden te overlijden. Imam Ali (as) zal blijven schitteren in de ogen, want hij is een door God gekozene en een strijder voor de menselijke waardigheid en vrijheid.

 

 Vraag en antwoord

 

Vraag: Men beweert dat het woordje ‘’mawla’’ in de context door de Heilige Profeet (s) is gebruikt, om te laten zien hoeveel de Heilige Profeet (s) van Imam Ali (as) houdt. Klopt het dat het woordje ‘’mawla’’ vriend betekent en niet leider?

Antwoord:

“In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle. “Roep op tot de weg van uw heer met wijsheid en schone vermaning en bestrijd hen met een betoog dat schoner is. Uw Heer is het die het best kent wie afgedwaald is van zijn weg en hij kent het best de recht geleiden.‘’ (16: 125)

 

Ten eerste, de Heilige Profeet (s) heeft meerdere woorden gebruikt om uit te leggen dat Imam Ali (as) de opvolger is zoals: Wasee; Khaliefa en Amier.

Ten tweede, het woordje ‘’Mawla’’ is door vele geleerden uitgelegd als leider zoals door: Mohamed ibn Al Sa’eb Alkalbi, Aboe Zayd bin Auws bin Thabet al Ansari al Laghawi, Aboe Ubayda Moamar bin al Mothani al Basri, Aboe al Hasan Saeed al Majashayi, Ahmed ibn Yaha ibn Yasser Aboe al Abbas, Aboe al Abbas Mohamed ibn Yazeed al Azdi al Basri, Aboe Ishaaq Ebraheem ibn Mohamed al Zajaaj, Aboe Bakr Mohamed ibn al Qasem ibn al Anbari.

 

De Heilige Koran heeft het woordje ‘’mawla’’ meerdere keren gebruikt, zoals in hoofdstuk 9: Het berouw, vers 51.

‘’Zeg niet: Zal ons iets anders treffen dan wat Allah (swt) voor ons beschreven heeft. Hij (swt) is onze beschermer en dus is het op Allah (swt) waar de gelovigen hun vertrouwen moeten stellen.’’

Wanneer de Heilige Koran spreekt over het woordje ‘’mawlana’’, zien wij Allah (swt) dan slechts als een vriend of als een leider?

Mohamed ibn Al Sa’eb Alkalbi zegt hier het volgende over: ‘’Allah (swt) is onze leider wanneer wij leven en wanneer wij overlijden.’’

Ten derde, als wij terug gaan kijken naar de preek van de Heilige Profeet (s), dan zien wij dat de Heilige Profeet (s)zegt: ‘’Allah (swt) is mijn mawla en ik ben de mawla over de gelovigen. Voor wie ik de mawla ben, is Ali zijn mawla.”

Zien wij Allah (swt) slechts als vriend of als een leider? Zagen de metgezellen de Heilige Profeet (s) dus slechts als een vriend of als een leider?

Zegt de Heilige Koran niet: ‘’De heerser op de dag van het oordeel.’’(1:3)

Ten vierde, de groot geleerde Ibn Mandhoer bevestigt in zijn boek Lisan al Arab dat het gaat om leiderschap – ‘al wilayah’. (Lisan al Arab, Ibn Mandhoer, Deel 15, p. 407-408)

 

Bewijzen

Dat deze interpretatie niet alleen voor sjiieten geldt, maar voor alle moslims, bewijzen de boeken van soennitische schrijvers. Er zijn talloze overlevringen en wij sommen er hieronder een aantal op.

 

De hadith : ‘’Voor wie ik de leider ben is Ali de leider. O Allah (swt), help degenen die hem helpen en wees de vijand van zijn vijanden’’ is betrouwbaar en staat in ‘Mujamaa al Zawad’, van Al Haythamie, dl. 9, p.128, overleverd door Ahmed. Idem in deel  9, p. 130, p159.

Deze hadith staat ook als betrouwbare hadith vermeld in  ‘Sjarh Mashal al Athaar’ van Imam al Tahawi, dl.5, p.18-19, en in: ‘Al-Ahadieth al-Mokhtara’ van Imam al-Moqaddasi, dl.2 p.106 en in: ‘Al Bidayah wa al Nihaya’ van Hafedh al Demeshqi, dl.7 p.668 en in: ‘Kanz al aamal’ van Imam al Hindi, p. 187 en in: ‘ Al Mo’jam’van Ibn al Moqry, p.36

 

De hadith: ‘’Voor wie ik de leider ben, is Ali de leider.’’ staat in ‘al-Soennah’ van Imam abee Esaam, op p. 903. Verder komt het over verschillende delen verspreid voor in: ‘Tareekh Madinat Dameshq’ van Ibn Asakir, dl. 18, p. 138; dl. 25, p.108; dl. 38 414; dl. 42, p.100; en in dl. 65, p. 324.

Dezelfde hadith komt ook voor in ‘Siear A´lam en-Nobala’van Imam al Dhahabie, dl. 8, p.335 en deze overlevering is betrouwbaar.

Dezelfde hadith komt ook als betrouwbare hadith voor in ‘Saheeh sunan ibn Majah’, van Al-Albani, dl. 1, nummer 94, p.56; en op p.58, nr.98.

Dezelfde hadith komt ook voor in ‘Saheeh ibn Habban’ van Ibn Habban, dl.15 p.375 en in: ‘Tafseer al-Tha’lebie’ van Imam al-Tha’lebie, dl.4, p.92

Verder wordt de hadith als betrouwbaar geclassificeerd in  ‘Umdatul Qari sjarh saheeh al-Boekhari’ van  Imam al-Ayni, dl. 18, p. 277 en ‘Tareekh al Boekhari’ van Imam al Boekhari, dl.1 p.375, overlevering: 1191 en in: ‘Fathul Qadeer’ van Al-Shoekani, dl.4, p. 346 en in: ‘Tafseer al manaar’van Mohamed Rasheed Reda, dl.6, p.464 en in: ‘Sunan al Tirmidhi’ van Imam al Tirmidhi, dl.5, p.450, nr.4712 en in: ‘Fadhaeil al Sahaba’ van Imam Ahmed ibn Hanbal, p.569, nr.959

 

De hadith: ‘Voor wie Allah en de Profeet een leider is, is Ali ook een leider.’ wordt als betrouwbare hadith overgeleverd in ‘Ethaaf Alkheera al Mahre’van  Imam al-Boesieri, dl. 7, p.210.

Dat het Koranvers “’O boodschapper, breng over wat tot u neergezonden is van uw Heer, en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn (swt) boodschap helemaal niet overgebracht. Allah (swt) zal u beschermen tegen de mensen, Allah (swt) leidt het ondankbare volk niet recht.’’ (5:57) over Ali ibn Abi Taleb gaat wordt bevestigd in ‘Tafseer al-Qoran al-Adheem’ van Imam al-Razee, dl.2, p.1172.

De hadith:  ‘’Ali is van mij en ik  ben van Ali, hij is de leider over de gelovigen na mij’’ is te vinden in ‘Sunan al Tirmidhi’van Imam al Tirmidhi, dl.5, p. 450, nr.3712

 

 

 

Onderzoekscomité Ahlalbayt4iedereen.

 

10371462_10204197851043926_3969802932966892469_n

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Comments are closed.