Biografie van profeet Ibrahim / Abraham (v.z.m.h)

0

Biografie van profeet Ibrahim (as)

In de Naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle,

Naam          : Ibrahim / Abraham

Bijnaam      : KhalilAllah

Geboren in: Babylonië

 

Introductie

Profeet Ibrahim (as) was een van de Profeten die in een tijdperk leefde waar de meeste mensen polytheïsten waren. In de Islam is hij na profeet Mohammad (saw) de belangrijkste profeet. Volgens de koran wordt hij ook als moslim beschouwd en zijn missie leek ook heel erg op die van de laatste profeet, Mohammad (saw). Net als Mohammed (saw) had Ibrahim (as) ook een boek, dat “Suhuf” heette en dat qua regels heel erg op de heilige Koran leek. Alleen wordt de Koran gezien als de compleet makende versie van Ibrahims (as) missie naar het monotheïsme.

 

Geboorte

Ibrahim (as) werd geboren uit de stamboom van profeet Nuh (as), via de bloedlijn van Sam (as) de zoon van profeet Nuh (as).  De vader en moeder van profeet Ibrahim (as), behoorden tot de gelovigen die Allah (swt) aanbaden en tot de volgelingen van profeet Nuh (as) behoorden. Op een vroege leeftijd verloor profeet Ibrahim (as) zijn beide ouders en werd hij geadopteerd door zijn oom Azar. De vader van Ibrahim (as) had zijn oom gevraagd om hem op te voeden zolang hij nog jong was. Zo groeide profeet Ibrahim (as) op bij Azar die beroemd was als beeldhouwer van de stad waar ze woonden.

 

In deze stad leefde een heerser, die Namroed heette. Namroed had zichzelf uitgeroepen tot de Opper-God: hij vond zichzelf de machtigste man en daarom moest iedereen hem beschouwen als de belangrijkste God. Net als alle andere heersers liet hij beelden van zichzelf maken, met de intentie vereerd te worden door de mensen. De beeldhouwers die de mooiste beelden van hem maakten stonden in zijn gunst. Azar was een van hen.

 

Protesten van profeet Ibrahim (as)

Nu de profeet Ibrahim (as) bij zijn oom woonde, moest hij onder dwang meehelpen aan het maken van de afgodsbeelden van Namroed. Omdat Ibrahim (as) het hier inwendig niet mee eens was, had hij een bijzondere manier van protesteren gevonden.  Meerdere keren werkte hij heel toegewijd aan een afgodsbeeld van Namroed, zodanig dat Azar heel tevreden naar het resultaat van zijn werk keek. Maar op het moment dat hij klaar was, maakte Ibrahim dan een beweging, waardoor hij het beeld dat hij met eigen handen had gemaakt, op de grond liet vallen. Dit deed hij meerdere malen voor de ogen van Azar.

 

Azar die verliefd was op zijn kunst en altijd droomde dat Ibrahim (as) zijn opvolger zou worden, smeekte hem voorzichtiger te zijn. Maar vaak werd Azar zo boos op Ibrahim (as), dat hij een felle discussie met hem aanging. Ibrahim (as) bleef dan altijd rustig en ging op een vriendelijke wijze met Azar in dialoog. Als Azar met ontevreden stem Ibrahim (as) hier op aansprak, zei Ibrahim (as) weer:

“Wat zijn dit voor Goden die niet eens zichzelf kunnen verdedigen? “

Azar reageerde altijd weer teleurgesteld. Hij zei dat ze het immers met hun eigen handen hadden gemaakt, waar ze samen dagelijks veel tijd en energie aan hadden besteed. Dus hij wilde weten  waarom Ibrahim (as) de beelden steeds weer omgooide.  En Ibrahim (as) vroeg aan Azar:

“Wie heeft ons deze mooie handen gegeven om deze levenloze beelden te maken? Deze beelden eten niet, ze drinken niet en kunnen niet eens contact maken met ons.“

Azar was altijd verbaasd en wist hier meestal geen antwoord op te geven. Hij werd daarom ook stil en vroeg zichzelf af, waar Ibrahim (as) al die kennis vandaan haalde. Inwendig hield hij ook veel van zijn neef, want Ibrahims gezicht straalde altijd rust uit. Zijn manier van praten was rustgevend en ook de manier waarop hij Azar hielp met huishoudelijke en economische zaken, maakte Azar weer tevreden over hem. Dus ondanks het feit dat Ibrahim (as) niet in de beelden geloofde, hield Azar wel veel van hem. Maar hij kwam door Ibrahim ook in problemen.

In de tijd van Namroed was het gebruikelijk om in zijn aanwezigheid te knielen voor hem. Op een dag toen Namroed en zijn soldaten door de stad voorbijgingen en alle mensen die buiten stonden voor hem neerknielden, bleef Ibrahim (as) recht overeind staan. Door deze daad werd Ibrahim (as) uiteindelijk opgepakt en in de kerker opgesloten door de soldaten van Namroed.

Azar die zowel van zijn neef hield,  maar ook geliefd was bij Namroed, wendde zijn bemiddeling aan om Ibrahim (as) te verlossen uit de kerker. Thuis mopperde Azar weer op Ibrahim (as) en Ibrahim (as) reageerde weer kritisch dat hij en Namroed beide mensen waren. Hij zei: “De ledematen die Namroed heeft, heb ik ook. Het verstand dat Namroed heeft gekregen  heb ik ook gekregen, daarom is Namroed niet meer waard dan ik.”

 

De beeldenstorm en de wonder van Allah (swt)

Op een dag werd er ergens buiten de stad een feest gevierd. Profeet Ibrahim (as) ging niet mee, hij wachtte tot iedereen de stad verlaten had om naar het feest te gaan. Toen het rustig was geworden, vertrok hij naar de tempel waar de meeste beelden stonden. Daar sloeg hij met een bijl alle beelden, behalve het grootste beeld,  die als God werden beschouwd, aan stukken. Toen de mensen na het feest de stad weer binnen kwamen, zagen ze in afgrijzen de brokstukken van hun goden in de tempel. Ze vermoedden wel dat het Ibrahim (as) was geweest en daarom vroegen ze hem of hij dit had gedaan? Ibrahim (as) wees naar het grootste beeld, dat nog recht overeind stond en dat door hen ook als God beschouwd werd en zei: “Vraag het hem!” Maar van dat beeld konden ze natuurlijk geen antwoord krijgen. En weer nodigde profeet Ibrahim (as) de mensen voor de zoveelste keer uit tot Allah (swt). Maar men vond dat Ibrahim (as) dit keer te ver was gegaan . Uiteindelijk werd hij veroordeeld tot de doodstraf. Een groot vuur werd aangelegd om hem daar in te werpen met een katapult. Het vuur was zo hoog en groot, dat men door de hitte ervan niet eens in de buurt kon komen.  Terwijl  profeet Ibrahim (as) op de katapult werd vast gemaakt om in het vuur te worden geworpen zei hij het volgende:

“Allah is voldoende voor ons en (Hij) is de beste Beschermer.”

Vlak voordat hij in het vuur terecht kwam, zijn er volgens overleveringen verschillende engelen geweest, die bereid waren om hem te hulp te schieten. Maar de profeet wees hun hulp af, omdat hij zijn vertrouwen op Allah (swt) had gesteld. Toen profeet Ibrahim (as) in het vuur geworpen werd, gaf Allah (swt) het vuur een merkwaardige bevel. Allah (swt) zei namelijk:

“O vuur, wees koud en veilig voor Ibrahim.”  (Heilige Koran, Surah al-Anbiyaa, vers 69) 

Op bevel van Allah (swt) gebeurde dat ook, terwijl Ibrahim erin terecht kwam. Wat nog veel bijzonderder was, was dat Ibrahim in een groene tuin terecht kwam. In deze tuin voelde hij helemaal geen hitte van het vuur en sterker nog, hij rook de lekkere geur van de planten die hem omringden. Profeet Ibrahim (as) kon in een veilige en rustgevend sfeer zich overgeven aan de aanbidding van Allah (swt). Want alleen Allah (swt) kon hem redden en Ibrahim (as) was de geliefde die nooit twijfelde aan de belofte van Allah (swt). Nadat het vuur na een lange tijd werd gedoofd, konden de mensen niet geloven dat deze profeet,  die zo geliefd was bij Allah (swt),  niet eens was verbrand! Na dit grote wonder begonnen meer mensen in Allah (swt) te geloven. Helaas waren er ook koppige mensen die sceptisch bleven en niet in Hem wilden geloven.

 

De dood van Namroed

Toen Namroed deze gebeurtenis hoorde, liet hij Ibrahim (as) bij zich komen en vroeg waarom hij niet neerboog voor hem en in welke God hij geloofde. Profeet Ibrahim (as) vertelde dat hij in Allah (swt) geloofde en dat zijn God leven en dood schonk aan de mensen op aarde. Uit hoogmoed liet Namroed ter plekke een onschulig persoon vermoorden en gaf een bevel om een gevangen persoon, die de doodstraf zou krijgen, uit de kerker vrij te laten. Hiermee wilde hij aan profeet Ibrahim (as) laten zien dat hij ook kan wat zijn God kon: iemand het leven schenken en een ander het leven ontnemen. Maar Ibrahim (as) ging weer verder met hem in dialoog en zei dat zijn God, Allah (swt),  geen adviseur, noch opvolger noch hulp nodig had en dat hij de macht had over de hemelen en de aarde. Hij zei:

Mijn God (Allah) laat iedere ochtend vanuit het oosten de zon opkomen. Laat jij nu eens de zon uit het westen opkomen!”

 

Dit kon Namroed natuurlijk niet, terwijl de duivel, ook wel bekend als Iblies, hem in de oren fluisterde:

“Jij bent de God van de aarde en de God van Ibrahim is de God van de hemel, ga een strijd aan met de God van de hemel en maak je adviseur dood. Laat Ibrahim zien dat je net als zijn God onafhankelijk bent.”

Inmiddels waren Namroed en de duivel al grote vrienden geworden, maar Namroed had niet door dat deze duivel hem misleidde en dat deze samenwerking hem te duur zou komen te staan. Namroed gaf bevel om zijn adviseur te vermoorden en verbande de profeet uit de stad. Namroed vond de aanwezigheid van Ibrahim gevaarlijk en wilde hem nooit meer zien. Nadat hij Ibrahim (as) verbannen had, besloot hij naar de hoogste toren van de stad te gaan om daar een pijl af te vuren op de God van profeet Ibrahim (as). Nadat hij de pijl had geworpen, stuurde Allah (swt) uit de hemel een klein mugje dat in zijn neus vloog en via zijn neus naar zijn hersenen vloog om hem gek te maken. Namroed die zich tot de grootste en machtigste God had uitgeroepen, kon niet eens van een klein mugje afkomen en dagen lang was hij aan het lijden van de pijn. In zijn paleis was hij zelfs afhankelijk van de mensen om hem heen. Volgens sommige overleveringen knalde hij zelfs zijn hoofd tegen de muren van de pijn, maar het had geen zin. Hij riep meerdere malen om hulp maar niemand kon zijn pijn stillen. De duivel was blij dat hij de zoveelste mens had misleid! De kleine mug die door de God van Ibrahim (as) was gestuurd, versloeg Namroed, die het hoogtepunt van arrogantie, hoogmoed en onrecht had bereikt.

 

De emigratie van profeet Ibrahim (as)

De profeet trouwde uiteindelijk met een van de gelovige vrouwen uit de stad, die Sara heette.  Ze besloten samen om de stad van kufr en shirk te verlaten met een klein aantal van zijn volgelingen. Onder die gelovigen zat ook profeet Lut (as). Dat was een van de trouwe vrienden van profeet Ibrahim (as). Onderweg kregen ze een slavin erbij die Hajar heette. Hajar werd door profeet Ibrahim (as) bevrijd uit haar slavernij en daarna wilde ze uit vrije wil een bediende van Sara worden om haar bij de huishoudelijke taken te helpen. Profeet Lut (as) die lange tijd met profeet Ibrahim (as) was, moest na een lange tijd afscheid nemen van zijn vriend. Want Allah (swt) had Lut (as) opgeroepen voor een nieuwe missie in een andere regio, waar de zonden en onwetendheid hun hoogtepunt hadden bereikt.

Hajar en Ismail

Na een aantal jaren gelukkig te hebben geleefd, begon Sara het erg te vinden dat ze geen kind kon baren voor Ibrahim (as). Profeet Ibrahim (as) stelde zijn vrouw Sara gerust en maakte haar duidelijk dat hij van haar hield, ook zonder een kind. Maar Sara nam er geen genoegen mee, want ze miste ook de aanwezigheid van een kind in het huis. Daarom bleef ze Ibrahim (as) vragen om actie te ondernemen en te trouwen met een tweede vrouw die hem wel een opvolger kan baren. Sara stelde haar bediende Hajar aan profeet Ibrahim (as) voor. Na lang gesproken te hebben, accepteerde profeet Ibrahim (as) haar verzoek en trouwde met Hajar. Van haar kreeg hij een zoon genaamd Ismail. Ismail (as) bleek een intelligente jongen te zijn met heel veel talenten. Hij was al snel geliefd in de familie en bij de metgezellen van profeet Ibrahim (as). De aandacht voor Ismail (as) en Hajar steeg zo hoog, dat de jaloezie van Sara ook steeg. Dit keer kwam de duivel langs bij de eerste vrouw van Ibrahim (as). Sara eiste uiteindelijk dat profeet Ibrahim (as) zijn tweede vrouw Hajar en zijn zoon Ismail (as) niet meer zou zien. Profeet Ibrahim (as) kwam in een moeilijke dilemma terecht. Uiteindelijk stelde Allah (swt), profeet Ibrahim (as) gerust. Hij zei tegen hem dat hij zijn vrouw Hajar en zijn zoon Ismail naar Hidjaaz moest brengen, wat een droog gebied aan het westen van Arabië was. Daar zouden Hajar en Ismail (as) onder de bescherming van Allah (swt) hun leven moeten doorbrengen. Dit was de tweede grote test voor profeet Ibrahim (as), maar zoals altijd gehoorzaamde hij zijn Heer.  Hij bracht zijn tweede vrouw en enige zoon naar een gebied tussen Safa en Marwa en daar heeft hij ze midden in de woestijn achtergelaten. Sara had tegen hem  gezegd dat Hajar en haar zoontje Ismail zeker zouden sterven in die droge woestijn waar niks groeide. Daarom deed profeet Ibrahim (as) een smeekgebed bij Allah (swt) en vroeg om een veilig verblijf voor zijn vrouw en kind, met voldoende levensonderhoud. Allah (swt) stelde profeet Ibrahim (as) gerust dat uit zijn stamboom, via de bloedlijn van zijn zoon Ismail (as) een groot koninkrijk zou voortkomen in het leiden van de mensheid. Met deze belofte van Allah (swt) liet Ibrahim (as) zijn vrouw en kind achter en keerde weer terug naar Sara.

“Of benijden zij de mensen om hetgeen God hun vanuit Zijn overvloed heeft gegeven? Waarlijk, wij gaven aan de kinderen van Ibrahim het boek en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koningrijk.” (Heilige Koran, Surah Al Nisa, vers 54)

Nadat Ibrahim (as) zijn vrouw en kind achter had gelaten, raakte Hajar in paniek. Ze begon heen en weer te rennen om een oase te vinden of een aankomende karavaan. Ze kreeg dorst en haar zoontje Ismail begon te lijden van de warmte. Terwijl Hajar heen en weer rende tussen de heuvels Safa en Marwa, viel Ismail op de grond omdat hij bezweek van de warmte. Daarbij wreef hij zijn voet op de grond. Dankzij de wil van Allah (swt) kwam er water onder de voeten van Ismail uit de grond omhoog. Toen Hajar weer zonder succes terug kwam bij haar zoontje, zag ze dat er water beetje bij beetje onder de voeten van haar zoontje omhoog kwam. Ze kon haar ogen niet geloven en begon Allah (swt) te danken voor de hulp die ze kreeg. Dat water is later vernoemd naar: “Zamzam” en het bestaat nog steeds. Jaarlijks bezoeken talloze moslims de vijver van Zamzam en drinken daar uit water voor de zegening. De moslims beschouwen het water als heilig en zuiver water. Rondom deze Zamzam bron vestigden zich mensen, tenslotte groeide er een hele stad om deze bron heen – die stad was Mekka.

 

Offering van Ismail

Op een nacht kreeg profeet Ibrahim (as) een visioen van Allah (swt), dat hij weer terug moest keren naar zijn vrouw Hajar en zijn zoon Ismail (as). De profeet werd blij en kon niet wachten tot hij zijn vrouw en zijn geliefde zoon kon zien. Maar Allah (swt) voegde er ook aan toe dat hij dit keer zijn zoon Ismail moet onthoofden omwille van Allah (swt). Profeet Ibrahim (as)  wist niet wat hij hoorde. Dit besluit was voor hem zo zwaar dat hij even niet wist wat hij moest doen. Uiteindelijk raakte hij zijn vetrouwen in Hem niet kwijt en gehoorzaamde de volgende test. Hij zei: “Omdat Allah (swt) het van mij vraagt, doe ik het en gehoorzaam ik Hem.” Hij keerde weer terug naar Hidjaaz om zijn vrouw en zoon te ontmoeten. Ismail (as) was inmiddels al wat ouder geworden en hij ontving zijn vader met veel liefde. Na de hereniging met zijn dierbaren, vertelde Ibrahim (as) mee wat hij van zijn God had gehoord. Ismail (as) twijfelde er geen moment aan, dat het een bevel was van God en daar dat gehoor aan gegeven moest worden.

Profeet Ibrahim (as) nam zijn zoon Ismail (as) mee voor de offering, maar onderweg naar de plek waar het moest gebeuren, kwam hij de duivel (Iblies) tegen. Iblies vroeg hem waar hij mee bezig was. Wat had hij aan een zoon die onthoofd moest worden en hem niet meer kon opvolgen? Profeet Ibrahim (as) trapte er niet in en pakt een steen en gooide daarmee in de richting van de duivel. De duivel vluchtte jammerend weg…

Profeet Ibrahim (as) zei: 

“Labbayk Allahumma Labbayk!”

De duivel waagde een tweede poging bij Ibrahim (as) en zei: “Ga je de zegen van dit volk offeren? Waarom zou je een deel van je eigen vlees en bloed moedwillig naar de slachtbank brengen?” De duivel probeerde de profeet bang te maken dat het bloed van Ismail (as) hem op zou breken. Hiermee wilde hij de profeet in twijfel brengen. En weer gooide de profeet met een steen naar de duivel…

“Labbayk Allahumma Labbayk!”

De profeet ging weer verder met zijn zoon Ismail (as). Opnieuw verscheen de duivel en weer probeerde hij hem te verleiden. Maar de profeet Ibrahim (as) gaf de duivel geen aandacht meer. Hij stond bij zijn zoon en deelde hem weer mee dat hij Allah (swt) nooit ongehoorzaam is geweest en dat hij alle vertrouwen in Allah (swt) had. Ismail (as) vroeg of hij tijdens de onthoofding op zijn buik mocht liggen. Anders zou er namelijk oogcontact kunnen ontstaan wat het moeilijk zou maken voor zijn vader om zijn opdracht uit te voeren. Ibrahim (as) gaf gehoor aan het verzoek van zijn zoon. Met een loodzwaar stem zei hij “Bismillah” en sneed de keel van Ismail (as) door. Maar Allah (swt) gaf het mes een bevel om de keel van Ismail (as) niet door te snijden, en daardoor bleef Ismail (as) toch in leven. Verbaasd kregen ze van Allah (swt) te horen, dat ze beiden waren geslaagd voor deze test. Uit de hemel werd een ram neergezonden dat ze mochten slachten omwille van Allah.

Na deze derde grote test gaf Allah (swt) profeet Ibrahim een nog hogere positie dan hij al had, niet die van profeet, ook niet van vriend van Allah, maar die van “Imam”. Deze positie hield in dat men naast een spirituele nabijheid tot Allah en de verkondiging van Zijn woord, ook nog eens een grote autoriteit kreeg toebedeeld op het gebied van wereldse macht. In Surah Baqara uit de heilige Koran lezen we:

“En toen de Heer van Ibrahim hem met zekere opdrachten beproefde en Ibrahim deze vervulde, zei Hij: “Ik zal u tot leider (imam) maken.” “En ook onder mijn nakomelingen?” Hij zei: Mijn verbond betreft de overtreders niet.” (2: 124).

Ook uit de nakomelingen van profeet Ibrahim (as) kwamen Imams voort, waarvan profeet Mohammed (s) de grootste was..

 

Laatste jaren van profeet Ibrahim (as)

Na de derde test keerde Ibrahim (as) met zijn familie terug naar Hebron, de plaats waar Sara woonde In Hebron verbleven ze nog een paar jaar. In deze tijd schonk Allah (swt) hem zijn tweede zoon, van Sara dit keer. Dat was een groot wonder, want beiden waren al op hoge leeftijd. Zijn tweede zoon, Ishaaq/Izaak, en hij werd de stamvader van het Joodse volk, dat geëerd zou worden met vele profeten. Uit de eerstgeboren zoon Ismail (as) stamde het Arabische volk af, waaruit vele eeuwen later het zegel der profeten voort zou komen, namelijk de profeet Mohammed (sav).

Na verloop van jaren kregen Ibrahim en Ismail (as) hun laatste opdracht: zij moesten de Ka’aba bouwen (Het huis van God). Het was een eenvoudig symbolisch gebouw waar iedere moslim omheen zou moeten lopen om God te gedenken. Samen bouwden ze de Ka’aba in Mekka en Allah (swt) zegende Ismail (as) als de eerste opvolger van zijn vader Ibrahim (as).

Het is aan de profeet Ibrahims (as) rotsvaste geloof en inspanningen te danken, dat wij deze plek hebben om onze gebeden naartoe te richten en onze bedevaart te maken tot het einde der tijden.

“Voorzeker, het eerste huis dat voor de mensheid bestemd werd, is dat te Bekka (Mekka) vol van zegeningen en als richtsnoer voor alle werelden.” (Koran 3:96-97)

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Comments are closed.