Biografie Imam al-Jawad (as)

0

Naam: Mohammed
Titel: Al-Jawad
Agnomen: Abul Ja’far
Vader: Imam al-Reza (as)
Moeder: Sabiqa
Geboortedag: 10e Rajab 195 AH (Arabische kalender maanden)
Geboorteplaats: Medina
Leiderschapperiode: 17 jaar
Levensjaren: 25 jaar
Overleden: 29e Zilqada220 AH (Arabische kalender maanden)
Begraafplaats: Kazemein, Iraq.


In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.

 

Zijn ouders & geboorte

Imam Musa al Kazim (as) had een van zijn metgezellen verteld dat zijn schoondochter een van de meest vrome vrouwen van haar tijd zou zijn en dat hij haar de groeten moest doen. Ze kwam uit dezelfde stam als de vrouw van de profeet.

Imam Mohammad Taqi (as) werd geboren, toen zijn vader, Imam al-Reza (as), 45 jaar oud was. Voor zijn geboorte werd Imam al-Reza (as) constant beledigd, omdat hij geen kinderen had. Toen de negende imam ter wereld was gekomen, was een broer van Imam al-Reza (as) boos, omdat hij het erfrecht van de eigendom van de Imam zou verliezen. Uit jaloezie verspreidde hij een gerucht dat Imam al-Reza (as) niet de vader van het kind was, maar gelukkig was er iemand die kon bewijzen dat het kind wel de zoon van Imam al-Reza (as) was.

Jeugd

Op een keer toen Imam al-Reza (as) wilde vertrekken, zag hij dat zijn zoon zand in zijn haar deed. Hij vroeg hem waarom hij dit deed en de zoon zei dat dit iets was wat een weeskind doet.

Zijn titels, leven & werk

Imam Mohammad Taqi (as) werd de religieuze leider/Imam toen hij negen jaar oud was. Mamun Rashid, de toenmalige heerser van de Abbasieden van die tijd, wilde niet dezelfde fout maken als alle heersers voor hem, die de imams hadden onderdrukt, zonder dat dit hun plan had geholpen. Hij probeerde probeerde van de achtste imam zijn erfgenaam te maken en hem macht en rijkdom te geven. Hij hoopte hiermee de Imam onder zijn controle te krijgen, maar ook dat had een averechtse werking.

Met de negende imam probeerde hij opnieuw zijn macht en rijkdom te delen. Hij ging ervan uit dat de imam makkelijker te beïnvloeden zou zijn, omdat hij nog jong was. Zijn belangrijkste doel was om ervoor te zorgen dat de twaalfde Imam (die hij kende als iemand die gerechtigheid in de wereld zou brengen) van zijn eigen nageslacht zou zijn. Daarom wilde hij zijn dochter Ummul Fadhl aan de Imam geven. Mamun ging vervolgens verder met het onderdrukken van de familie en de volgelingen van de Ahlalbayt (as).

Mamun liet de jonge Imam (as) van Medina naar Baghdad komen en bood zijn dochter aan hem aan. Dit maakte zijn familie (Banu Abbas) woedend, omdat het nog een jong kind was. Daarom wilde Mamun de excellentie van de Imam op jonge leeftijd bewijzen. Hij regelde een ontmoeting tussen de Imam en de meest geleerde man van die tijd: Yahya bin Athkam. Het was een grote gebeurtenis waarbij zo’n 900 andere geleerden aanwezig waren.

Yahya vroeg als eerste een vraag aan de Imam (as):

”Wat voor een boete moet de persoon krijgen, die in Ihraam op zijn prooi jaagde en zijn prooi doodde?”

De imam zei dat er meer informatie nodig was, voordat hij de vraag kon beantwoorden:

”Heeft de Muhrim ( iemand in staat van Ihraam) in de haram of buiten de haram gejaagd?

”Was de Muhrim op de hoogte van de sharia of niet?”

”Heeft hij met opzet gejaagd?”

”Heeft hij voor het eerst gejaagd of heeft hij dit meerdere malen gedaan?

”Was hij een vrij persoon of was hij een slaaf?”

”Was zijn prooi een vogel of een ander dier?”

”Was het groot of klein?”

”Jaagde hij overdags of ’s nachts?”

”Was hij een baligh (puber) of niet?”

”Was hij verdrietig of niet?”

”Was zijn Ihraam voor de Hadj of de Umrah?”

Yahya was verbijsterd. Hij keek naar beneden en begon te zweten.

Mamun vroeg de jonge Imam om de vraag te beantwoorden, wat hij deed en de Imam vroeg Yahya een vraag die hij niet kon beantwoorden. De imam had gewonnen en Mamun gaf de gelegenheid om zijn dochter aan de Imam aan te bieden om mee te trouwen. De imam (as) reciteerde zijn eigen Nikah ( de khutba wat hedendaags wordt gereciteerd) met een Mehr (bruidsschat) van 500 dirhams. De imam schreef een brief naar Mamun dat hij Ummul Fadhl ook een bruidsschat gaf voor de rijkdom van het hiernamaals. Dit was een vorm van 10 duas die hij voor elke hajaat (verlangen) verrichtte [Keten van de overleveringen van Allah (swt), de profeet (s.a.w) en Jibrail. Vandaar zijn titel Al-Jawad; de gulle.]

De Imam woonde een jaar in Baghdad met Ummul Fadhl. Ze was erg ongehaarzaam aan de imam. Toen ze erachter kwam dat de imam een andere vrouw had (uit het nageslacht van Ammar-Yasir) en ook kinderen van die vrouw had, was ze erg jaloers en boos. Ze besefte dat het plan van haar vader was mislukt. Ze klaagde bij haar vader, die ook besefte dat zijn plan om ervoor te zorgen dat de twaalfde imam van zijn nageslacht zou zijn, was mislukt. Hij was woedend en in zijn woede dronk hij veel. Dronken ging hij naar het huis van de negende imam en viel de imam met zijn zwaard aan.

Zowel Ummul Fadhl als de bediende zagen de aanval en geloofden dat de Imam was vermoord. Mamun werd de volgende ochtend wakker en realiseerde zich de gevolgen van zijn aanval. Hij dacht aan het regelen van de begrafenis van het lichaam van de Imam. Maar toen zag hij dat de Imam in goede staat was en hem geen schrammetje mankeerde. Hij was in de war. De Imam liet hem vervolgens een ketting zien, genaamd Hirze Jiwad, en zei dat de ketting van zijn grootmoeder hazrate Fatima Zahra (as) was.  De drager ervan zou tegen alles beschermd zijn behalve tegen de engel des doods. Mamun wilde zo een ketting en de Imam gaf hem er een.

Mamun was bang en probeerde een nieuwe tactiek. Hij probeerde de imam af te laten dwalen door mooie vrouwen en muzikanten naar hem te sturen. Toen hij zich realiseerde dat dit geen enkel effect op hem had, liet hij de Imam terug naar Medina keren.

De imam maakte deze keer gebruik van de vragen over Taqleed en Ijtihaad in voorbereiding voor de twaalfde imam, wetende dat zowel de tiende als de elfde imam het grootste deel van hun leven in de gevangenis zouden doorbrengen. Ook bereidde hij de mensen van Medina voor dat dit voor een lange tijd hun laatste keer zou zijn, dat ze direct begeleid konden worden door een imam. De mensen leerder zo de ware Islam kennen.

Ummil Fadhl klaagde voortdurend bij haar vader over de Imam en hij stuurde weer brieven terug naar haar.

Mamun stief in 218 A.H. en werd opgevolgd door zijn broer Mo’tasam. Hij maakte openbaar dat de sji’iten geen moslim waren. Hij zei dat het voor de mensen nodig was om de sji’iten te vervolgen, te vermoorden en alle eigendommen van de sji’iten te vernietigen.

Ummul Fadhl begon nu bij haar oom te klagen die sympathiek was voor haar. Mo’tasam riep de Imam bij zich in Baghdad. Hij vroeg de Imam om een uitspraak te doen over een dief die gestraft moest worden. De imam zei dat alleen zijn vingers konden worden afgehakt, omdat de handpalm voor Allah (sw.t) is (zoals de Qur’an zegt dat het een wajib gedeelte is om de grond tijdens de sajda aan te raken.) Aangezien dit besluit tegenstrijdig was met het besluit van de andere ”Ulema” klaagden ze bij Mo’tasam.

Overlijden & Begrafenis

Aangespoord door de ‘Ulema’ en door Ummul Fadhl, gaf Mo’tasam het gif aan Ummul Fadhl. Zij deed dit in het drinken van onze Imam gooide en gaf het aan hem. Onze Imam overleed op de 29ste Dhulqa’ada op de leeftijd van 25 jaar. Hij werd naast zijn grootvader begraven in Khadhmain. (De tiende Imam voerde de Ghusl bij hem uit en deed zijn kaffan, het witte kleed, om hem heen.)

Samenvatting van het werk van Onze Imam

Hij is degene die boeken schreef voor de masails van idjtihaad en Taqleed die van essentieel belang waren om de gelovigen op de komst van de twaalfde Imam te voorbereiden.

Opmerkingen

Op een dag toen de jonge Imam op weg was naar Bagdad kwam hij langs een van de feesten van Mamun op zijn terugweg nadat hij op jacht was gegaan. Alle andere kinderen op de straat renden weg, maar de Imam niet.

Mamun vroeg de jonge Imam:

‘’Waarom ben je niet weggelopen?”

De Imam zei dat de weg breed genoeg was voor iedereen om er te lopen en ook had hij geen zonde begaan.

Mamun vroeg hem om zich te identificeren.

Nadat Mamun wist wie hij was, vroeg hij de Imam wat hij (Mamun) in zijn handen had.

De Imam antwoordde: “Allah heeft kleine visjes in de rivier gecreëerd. Al deze vissen worden gejaagd door de haaien van de koningen, maar de afstammelingen van de Profeet zullen de geheimen onthullen.’’

Bron: al-islam.org

 

 

 

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.