Biografie Imam Hasan (as)

0

Naam: Hasan
Titel: Al-Mujtaba
Agnomen: Abu Muhammad
Vader: Imam Ali (as)
Moeder: Fatima al-Zahra (sa)
Geboortedag: 15e van Ramadan 3 AH (Arabische kalender maanden)
Geboorteplaats: Medina
Leiderschap: 10 jaar
Levensjaren: 47 jaar
Overleden: 28e van Safar 50 AH (Arabische kalender maanden)
Begraafplaats: Jannatul Baqih in Medina, Saoedi Arabië.


In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.

 

Geboorte van Imam Hasan (a.s.)

 

Midden in de maand Ramadan, het derde jaar na Hijrah werd Imam Ali’s (a.s.) eerste zoon in Medina geboren. Toen het kind net enkele ogenblikken geboren was nam de profeet (vzmh) hem in zijn armen en fluisterde de Azhan in zijn rechteroor en de Iqame in zijn linker oor.

Toen er aan Imam Ali (a.s.) werd gevraagd hoe hij zijn zoon zou noemen antwoorde hij:

“De naamgeving van mijn zoon is met RasulAllah (vzmh), niet met mij.”

Waarop er aan de Profeet  (vzmh) werd gevraagd hoe hij zijn kleinzoon zou noemen, Rasoel Allah (vzmh) antwoorde:

“De naamgeving van mijn kleinzoon is met Allah (swt) niet met mij.”

Waarna Allah (swt) de engel Gabriel naar de Profeet (vzmh) zond met een bericht en de naam van onze vierde ma’soem. De Profeet(vzmh), in opdracht van Allah (swt), noemde hem Hasan (a.s).

Zeven dagen nadat Imam Hasan (a.s.) geboren was offerde de Profeet (vzmh) een groot geit en gaf hij een groot deel aan de vrouw die Seyyede Fatima (a.s.) hielp bevallen. De zelfde dag schoor hij het hoofd van Imam Hasan (a.s.) en woog zijn haar. Het aantal gram haar gaf de Profeet (vzmh) ‘sadaqa’ in zilver.

Daarna zei de Profeet (vzmh) tegen Imam Ali en Sayyede Fatima (a.s.) dat ze hun zoon moesten besnijden. Deze volgende vier stappen zijn een Sunna voor alle moslims geworden;

De Azhan in het linker oor en Iqame in het rechter oor fluisteren, dier offeren, sadaqe geven en (als het een jongen is) hem besnijden.

 

Het karakter en de opvoeding van Imam Hasan (a.s.)

Imam Hasan (a.s.) en zijn broertje Imam Husein (a.s.) werden opgevoed door hun grootvader de Profeet (vzmh), hun moeder Seyyede Fatima (a.s.) en hun vader Imam Ali (a.s.). Het is niet te ontkennen dat zij hierdoor een zeer hoog niveau van onderwijs in de geestelijke en ideologische opvoeding bezaten. Er is niemand die zoveel kennis en inzicht na hun grootvaders en hun ouders heeft dan Imam Hasan en Husein (a.s.).

Het karakter van Imam Hasan (a.s.) deed veel mensen denken aan het karakter van zijn vader en werd gezien als een weerspiegeling van de Profeet (vzmh). In de acht jaar tijd dat Imam Hasan (a.s.) met de Profeet (vzmh) heeft geleefd, werd hij behandeld als een deel van zijn hart. Imam Hasan (a.s.) was zo geliefd bij de Profeet (vzmh) dat hij hem zelfs op zijn schouders droeg. Dit lijkt nu voor ons normaal, maar in de tijd van de Profeet (vzmh) werd het als een zwakte gezien als een man liefde toonde aan zijn (klein)kinderen. Na het zien van deze actie van de Profeet (vzmh) zeiden zijn metgezellen tegen Imam Hasan (a.s.):

“Oh zoon, Wat ben jij gezegend met de plaats die jij hebt”

De Profeet Mohammed (vzmh) zei:

“Nee, wat ben ik gezegend met de bezitter van deze plaats.”

Imam Hasan (a.s.) was acht jaar toen de Profeet ziek werd en op 28 safar, 11 jaar na hijrah stief. Een aantal maanden later zag Imam al Hasan (a.s.) zijn moeder Fatima (a.s.) gemarteld worden en voor zijn ogen sterven. Ondanks dat zijn grootvader en moeder toen hij nog jong was stierven, heeft zijn opvoeding daar niet onder geleden.

Zijn vader Imam Ali (a.s.) leerde hem bij wat hij had geleerd van de Profeet (vzmh) en ronde zijn stadium van de Goddelijke voorbereiding af. Imam Hasan (a.s.) was bereid samen met zijn vader Imam Ali (a.s.) te strijden voor het recht en na de dood van zijn vader de verantwoordelijkheid op zich te nemen, om de boodschap van Allah(swt) en zijn Profeet en grootvader (vzmh) te verspreiden.

Er was geen man zo gastvrij, bescheiden en vriendelijk als Imam al Hasan (a.s.). Ali ibn Jadh’an, Tabaqat ibn Sa’d en Abu Naim zeiden ooit:

“Imam Hasan (a.s.) heeft twee keer al zijn geld aan de armen gegeven, tot drie keer de helft van zijn geld aan de behoeftigen gegeven. Hij was zo goedaardig dat hij één van zijn schoenen aan een arme zou hebben geven en de andere zelf zou hebben behouden.“

Ook is er een verhaal dat laat zien hoe bescheiden en vriendelijk Imam Hasan (a.s.) was, zelfs tegenover de volgers van Muawiya.

Een Syrische man, vol met haat en woede tegenover de familie van de Boodschapper van Allah (vzmh) door de leugens van Muawiya bin Sufyan, zag de Imam (a.s.) op zijn paard. Direct begon hij hem te vervloeken en uit te schelden. Imam Hasan (a.s.) onderbrak hem niet en zei niks terug totdat de man uitgesproken was. Imam Hasan (a.s.) keek hem glimlachend aan en zei:

“Ooh oude man, u ziet er uit als een vreemdeling. Is het mogelijk dat u me voor iemand anders hebt aangezien? Als u behoefte heeft voor wat dan ook, ik zal u tevreden stellen. Als u ons om advies vraagt, dan zullen wij u leiden. Als u een lift nodig hebt, nemen wij u met ons mee. Als u honger heeft, zullen wij u eten geven. Als u kleren nodig hebt, zullen wij het u geven. Als u arm bent, zullen wij u rijk maken. Als u een vluchteling bent, zullen wij u onderdak bieden. Als u een verzoek hebt, zullen wij het u bieden. Als u uw bagage bij onze aansluit en onze gast wil zijn tot het einde van deze reis, dan zou dat nuttig voor u zijn. Wij hebben een ruime plek, een goede maatschappelijke positie en een behoorlijk hoeveelheid geld.”

Bij het horen van deze woorden brak de syrische man in tranen uit.

Hij zei: “Ik getuig dat u de standhouder bent van Allah(swt) op deze wereld. Allah(swt) weet wie Hij zijn boodschap aan moet toevertrouwen. Ik zag u en uw vader als de meest hatelijke schepsels van Allah(swt). Maar u en uw vader zijn nu de meest geliefde schepsels van Allah(swt) voor mij.”

Imam Hasan (a.s.) nam de Syrische man mee naar zijn huis als zijn gast tot de tijd van zijn vertrek. De man was volledig veranderd van mening en positie in de richting van Ahlalbayt (a.s.).

Een van de opvallendste eigenschappen van Imam Hasan (a.s.) was zijn gulheid. Hij geloofde dat geld was gemaakt om het aan de benodigde te geven, om arme mensen te kleden, de schulden van de verschuldigden af te betalen en lege magen te vullen.

Eens werd hem gevraagd: “Wij zien u nooit een bedelaar teleurstellen. Waarom?”

Waarop hij antwoorde:

“Ik vraag Allah(swt) voor Zijn gunsten. Ik hou van Hem en wil nabij Hem zijn. Ik ben zelf een behoeftige van Allah(swt), ik zou mij schamen om een andere behoeftige de rug te keren. Allah(swt) wende me aan een gewoonte waar ik overladen word met zijn geschenken, ik wende Allah(swt) aan de gewoonte. Namelijk door Zijn geschenken door te geven aan de mensen. Ik ben bang dat als ik stop met mijn gewoonte, Allah(swt) ook zal stoppen met Zijn gewoonte.”

Een ander verhaal dat heel mooi zijn bescheidenheid laat zien luid als volgt:

Onderweg naar huis liep Imam Hasan (a.s.) langs een paar arme mannen die broodkruimels op de grond aan het eten waren die ze eerder onderweg hadden verzameld. Toen de mannen Imam Hasan (a.s.) zagen kijken, nodigden ze hem uit om mee te eten, ze gingen ervan uit dat hij ook honger had en vandaar hun zo aankeek. Hij accepteerde het aanbod en zei: “Het is zeker dat Allah(swt) niet houdt van een persoon met trots.”

Nadat de broodkruimels op waren, nodigde Imam Hasan (a.s.) de arme mannen uit bij hem thuis, voedde ze met een uitgebreide maaltijd, gaf ze kleding en geld.

Daarnaast had Imam Hasan (a.s.) vele mooie gewoontes, één daarvan was voordat hij een moskee binnenstapte, hij aan de deur een speciale du’a reciteerde:

“Oh Allah(swt), Uw gast staat aan Uw deur. Oh Weldoener, Uw zondaar is gekomen, vergeef mij mijn lelijke daden met Uw schoonheid, oh Barmhartige.”

 

Strijd van Djamal (Kameel)

Wanneer Imam Hasan (a.s.) hoorde dat Abo Mussa al Ash’ari mensen aanmoedigde om in Kufa te blijven tijdens het gevecht van Djamal besloot hij een toespraak te geven aan de mensen om samen met hem en zijn vader Imam Ali (a.s.) tegen Muawiya te strijden. Waardoor hij een groep mensen verzamelde waaronder, Malik il Ashtar, Mohammed ibn Hanafiye en meerdere strijders op de eerste rij stonden naast Imam al Hasan (a.s.). Hoewel Imam Hasan (a.s.) de moed had en gedreven was om te vechten riep zijn vader hem steeds terug.

Imam Hasan (a.s.) vroeg aan zijn vader: ”Vader, waarom?”

Waarop Imam Ali (a.s.) antwoorde “Hasan blijf achter! Jij zult na mij de Imam zijn. Ik weet hoe dapper je bent, maar ik wil je niet in het midden van dit gevecht zien.’’

Ook in strijden als Saffin en Nahrawan vocht Imam Hasan succesvol samen met zijn vader tegen Muawiya.

strijd kameel
[Strijd van Kameel in beeld gebracht]

 

Het Leiderschap van Imam Hasan (a.s.)

Toen Imam Ali (a.s.) op de 21ste dag van Ramadan, 40 Hijrah overleed, heeft Imam Hasan (a.s.) de taak van zijn vader op zich genomen om over de Ahlalbayt (a.s) en sjieten te waken en beschermen. Imam Hasan (a.s.) was hier 37 jaar. Imam Ali (a.s.) benoemde hem als de volgende Imam.

Op de nacht van het overleiden van Imam Ali (a.s.) sprak Imam Hasan de mensen van Kufa toe:

‘’Er is vanavond een man overleden die een van de eerste (goede) moslims was met het verrichten van goede daden. Geen andere latere moslim heeft zijn niveau van het verrichten van goede daden bereikt. Hij vocht aan de zij van de boodschapper van Allah (swt), moge Allah (swt) hem en zijn familie zegenen en beschermde hem met zijn eigen leven. De apostel van God (vzmh) stuurde hem met zijn standaard, terwijl Gabriel hem aan zijn rechterzijde steunde en Michael hem aan zijn linkerzijde ondersteunde. Hij zou niet terugkeren tot God overwinning door zijn haden bracht. Hij, Imam Ali (a.s.) is overleden op deze nacht waarop Jezus (vzmh), de zoon van Maria, werd opgenomen in de Hemel, waarop Joshua, de zoon van Noah (Nuh), de testamentaire opvolger (wasi) van Mozes(vzmh), stierf. Hij heeft geen goud en zilver achtergelaten met uitzondering van zevenhonderd dirham van zijn geld (ata), waarmee hij van plan was om een dienaar te kopen voor zijn gezin.

De tranen vloeiden uit zijn ogen en hij begon te huilen, en het volk weende met hem. Daarna ging hij verder:

‘’Ik ben de (klein)zoon van degene die het goede nieuws bracht. Ik ben de (klein)zoon van de waarschuwer. Ik ben de (klein) zoon van de man die, met toestemming van God, de mensen tot God had geroepen. Ik ben de (klein)zoon van het licht dat straalde naar de wereld. Ik ben van het Huis, van waar God gruwel heeft weggestuurd en ons grondig heeft gezuiverd. Ik ben van het Huis voor wie God in zijn boek liefde heeft verplicht, toen God, de Allerhoogste, zei:

Allah de Almachtige heeft gezegd: Ik vraag u geen loon voor (mijn prediking), behalve liefde van verwanten.” En hij die het goede verricht, zal het goede voor zichzelf laten toenemen. [Heilige Koran 42:23]

Het goede is de liefde voor ons, de mensen van het Huis. Vervolgens ging hij zitten.

Abd Allah b. al-Abbas, moge God genade met hem hebben, stond voor hem op en zei:

‘’Mensen, dit is de zoon van de Profeet, de testamentaire opvolger (wasi) van uw Imam. Dus zweer uw trouw aan hem.’’

Het volk antwoordde hem met het volgende:

Niemand is meer geliefd bij ons, noch heeft iemand meer recht op successie (khilafa).

Ze haastte zich naar voren om Imam Hasan(a.s.) trouw te beloven als opvolger van Imam Ali (a.s.). Dat was op een vrijdag op de elfde dag van de maand Ramadan in het jaar 40 AH – het jaar 660. Vervolgens wees hij de belasting verzamelaars aan en gaf hij instructies aan de gouverneurs van de provincies.

Wanneer Muawiya hoorde dat Imam Ali (a.s.) was overleden en hij de Imamat aan zijn zoon had overgedragen, stuurde hij spionnen naar Kufa en Basra om Imam Hasan (a.s.) in de gaten te houden en om hem op de hoogte te houden van wat er gaande was. Hierop stuurde Imam Hasan (a.s.) een brief aan Muawiya:

“Je stuurde mannen om fraudueuze handelingen als moorden uit te voeren. Je stuurt spionnen alsof je een onmoeting (strijd) wilt. Met Allah’s(swt) wil, zal deze binnenkort komen, een strijd is nabij. Ik heb gehoord dat je hoogmoedig bent geworden op een manier waarop geen wijze man hoogmoedig zou worden. “

Waarop Muawyia antwoordde dat hij de rol van khalifa niet bij Imam Hasan (a.s.) vond passen, en dat hij de khalifa van de moslims zou moeten zijn. Hij zegt ook duidelijk dat als Imam Hasan (a.s.) niet zal aftreden, hij zijn leger zou verzamelen en ze zal voorbereiden op een strijd.

Muawiya ging met zijn leger richting Irak. Imam Hasan (a.s.) stuurde Ubayd’Allah ibn Abbas (de neef van de Imam (a.s.)) met 12.000 soldaten voor hem uit richting Muawiya. Hij wees hem nog op zijn twee metgezellen. Imam Hasan (a.s.) zei:

“Vraag Qais ibn Saed en Saeed ibn Qais om raad bij moeilijke beslissingen. Zij zijn jouw opvolgers als jij te overlijden komt.”

Imam Hasan (a.s.) bleef achter om meer soldaten te verzamelen en met hen richting Muawiya te vertrekken. Sommige van hen waren volgelingen van Imam Ali’s (a.s.) Shia. Een aantal waren lid van de Khawarij, dit is een groep die wraak wilden nemen op Muawiya, omdat hij hun eerder heeft proberen te vermoorden. Een aantal anderen waren mannen van gevechten en onenigheden hielden. Een ander aantal waren mannen die twijfelde en sommige gingen mee om de zwaarden en andere kostbare materialen van gedode soldaten mee terug te nemen. Met de reis mee zagen veel van deze soldaten af van het gevecht of werden omgekocht of omgepraat om bij Muawiya’s leger aan te sluiten en tegen Imam Hasan (a.s.) te strijden.

Imam Hasan (a.s.) was ervan bewust dat zijn volk en leger hem verlieten en dat een groot deel daarvan zich aansloot bij het Syrisch leger. Zo was hij ook bewust van de corrupte intentie van de Muhakkima, dit was een machtige groep die hun haat duidelijk maakte aan Imam Hasan (a.s.). Dit deden ze door hem te vervloeken, hem te beschuldigen van ongeloof, daarnaast verklaarde ze dat het wettelijk rechtmatig was om zijn bloed te vergieten en zijn bezittingen te plunderen. Nadat zelfs ubayd’Allah Imam Hasan (a.s.) verraadde, bleef de Imam achter met een klein groep trouwe strijders met wie hij niets zou voorstellen tegenover het krachtige Syrische leger van Muawiya.

Muawiya schreef hem een brief over een wapenstilstand en een vredersverdrag. Hij stuurde ook een brief van zijn volgelingen waarin zij verklaarde en garandeerde om Imam Hasan (a.s.) te doden of hem levend te overhandigen aan Muawiya. In de brief schreef Muawiya dat Imam Hasan zoveel voorwaarden mocht hebben als hij wilde om zijn vredesverdrag te beantwoorden. Hierbij zwoor Muawiya om zich aan de voorwaarden te houden. Maar Imam al Hasan (a.s.) had geen vertrouwen in hem,hij was bewust van zijn bedrogen en zijn pogingen tot moord. Hij kon ook niet ontsnappen aan het vredesverdrag, want zijn volgelingen waren een te zwakke groep om verzet te tonen. Daanaast was hij zich ook bewust van dat de mensen die zijn bloed wilden vergieten en hem aan Muawiya wilden overhandigen. Hij besloot na een aantal eisen gezet te hebben om het vredesverdrag te aanvaarden.

 

De 11 redenen waardoor Imam Hasan (a.s.) het vredescontract accepteerde te tekenen:

1.Ubayd’Allah ibn Abbas. Hij was de neef van Imam al Hasan (a.s.), waarmee Imam Hasan (a.s.) zijn eerste groep soldaten stuurde, werd door Muawiya voor één miljoen dirham omgekocht. Tweederde van zijn soldaten gingen daarin mee.

2. De soldaten van Imam Hasan (a.s.) werden beperkt tot een hele kleine groep.

De soldaten die Imam Hasan had verzameld, waren voor een groot deel geen trouwe volgelingen van de Imam. Deze groep werd om meerdere redenen kleiner.

3. Muawiya kocht de leiders van de groepen in Iraq om, waardoor ze grote invloeden hadden op de bevolking.

Doordat velen van deze leiders macht hadden, dwongen ze hun volk om de Imam (a.s.) in de steek te laten. Ook beloofden ze Muawiya om Imam Hasan (a.s.) geboeid aan hem te leveren. ( Sila7 tha7adeyn)

Na veel onderdrukking, onrecht en wreedzame handelingen tegen de Imam sprak hij het volk toe:

“Bij Allah (swt) als ik tegen Muawiya zou gaan strijden, dan zouden zijn soldaten mij bij mijn nek grijpen en mij aan hem leveren. Bij Allah (swt) als ik vrede met Muawiya zou sluiten en ik geliefd ben, is dat beter dan dat ik zijn gevangene word en Muawiya genade moet smeken.“

4. Hij wilde niet dat de Soldaten die alsnog bij hem bleven zouden sterven.

5. De kracht van de tegenstander.

Het leger van Muawiya was zeer groot, had goede en scherpe geweren en was goed getraind.

6. Imam Hasan (a.s.) is onfeilbaar.

Waardoor hij in tegenstelling tot Muawiya, geen spionnen naar het leger van Muawiya stuurde om ze om te kopen of om te praten wist hij dat zijn leger niet van het leger van Muawiya kon winnen. Dit weegde ook mee met de keuze om het contract te tekenen.

7. Imam Hasan (a.s.) wilde de mensen die hem in de steek hebben gelaten, de gevolgen van het volgen van Muawiya’s leger laten zien.

Door Muawiya aan de macht te laten komen zouden ze zien waarom hij in eerste instantie tegen Muawiya wilde strijden. Het ging Muawiya niet om de boodschap van de Profeet (vzmh), maar om macht. Hierdoor zou veel onderdrukking, verwaarlozing en ongerechtvaardigheid tegenover het volk onstaan.

8. Tot drie keer werd er poging gedaan om de Imam (a.s.) te moorden.

Eerste poging: Tijdens het gebed werd er een boog op hem afgevuurd. Deze had hem niet geraakt dus was de poging tot moord mislukt.

Tweede poging: Tijdens het gebed werd de Imam (a.s.) met een mes (khenjar) gestoken.

Derde poging: Een groep boosdoeners stalen zijn gebedskleed, trokken het van onder zijn voeten en

Al-Jarrah ibne Sinan stak hem in zijn dij. De wond was zo diep dat het tot het bot drong. Imam Hasan (a.s.) lag dagen dood ziek op bed tot zijn wond was genezen.

9. Muawiya stuurden spionnen en burgers rond met de roddel dat de Imam vrede wilde sluiten met hem.

Een van de roddels was wanneer wafd il Amawi, mensen uit de groep van Muawiya gingen naar de Imam (a.s.) om van hem de vredeverklaring te vragen. De Imam (a.s.) weigerde. Alsnog spreiden de Wafd al Amawi dat Imam Hasan (a.s.) de vredeverklaring had geaccepteerd. Er waren weinig mensen die dit niet geloofden.

10. Voordat de wafd il Amawi kwam, spreiden de spionnen de roddel al dat de Imam vrede wilde.

Hierdoor gingen een groot deel van het volk daar van uit en geloofden ze het woord van Wafd il Amawi toen de leugen werd uitgebracht.

11. Hij zag dat de Ummah ver was van wat het moest zijn.

Er was niemand voor het recht, de waarheid en de boodschap van de Profeet (vzmh) vocht.

Door deze elf punten besloot Imam Hasan (a.s.) om het vredescontract alsnog te tekenen. En logisch gezien zou geen één leider de strijd aangaan met al deze punten tegen hem. Niemand anders zou het bloed van zijn overgebleven soldaten vergieten om de strijd tegen een leger dat tig keer zo groot was als de zijne aan te gaan.

Waarom werd er dan van Imam Hasan (a.s.) wel verwacht om te vechten als hij geen resultaat zou bereiken?

Vele van overgebleven strijders diemet de Imam (a.s.) wilden vechte waren teleurgesteld en verkleinde hem door hem uit te schelden en de rug te keren.

Imam Hasan (a.s.) zei:

“Ben ik niet de Hujat van de Almachtige die jullie herinnert aan jullie schepsel. Heeft de Heilige Profeet van de Islam (vzmh) niet gezegd:

“Hasan en Husein zijn de twee Imams, of ze nu zitten of staan? Als ik dit werk niet had gedaan (ondertekening van het vredesverdrag) zou niemand van de Shia’s hier nog staan. Elke persoon zou worden gedood.’’

Imam Hasan (a.s.) wilde aan iedereen (van toen en nu) laten zien dat de waarheid met hem was, dus besloot hij het contract te accepteren, indien Muawiya zijn voorwaarden zou accepteren. Hij wist dat deze voorwaarden niet door Muawiya zouden worden nageleefd. Doordat Muawiya dit contract had ondertekend, heeft Imam Hasan (a.s.) bewijs kunnen leveren dat zijn prioriteiten lagen bij zijn familie, metgezellen en het volk, dat hij streef naar gerechtigheid en alleen de boodschap van de Profeet (vzmh) wilde verspreiden.

 

De vijf voorwaarden van Imam Hasan (a.s.):

1. Muawiyah zou regeren volgens de regels van de Islam, de Quran en de sunna van de Profeet (vzmh).

2. Na de dood van Muawiya mag er geen opvolger worden aangewezen door Muawiya zelf. Dit zou imam Hasan (a.s.) zijn. Zou hij destijds overleden zijn, dan zou Imam Husein (a.s.) de opvolger zijn.

3. Muawiya zou stoppen met het vervloeken van Imam Ali (a.s.) tijdens de gebeden in de moskee en hem alleen in positieve zin herdenken.

4. Het leven, de bezittingen en kuisheid van de leden van de Islam waaronder ook de Shia zou worden beveiligd en beschermd. Ook voor de metgezellen van Imam Ali (a.s.), voor hun vrouwen, eigendommen en vrijheid. Muawiya moet hier zweren op Allah(swt) en een belofte afleggen dat hij zich hier aan houd.

5. Alle mensen, waar zij ook ter wereld leven, moeten veilig zijn op de aarde van Allah (swt).

Zelfs de Irakezen mogen niet gestrafd worden voor de vijandigheid tussen beiden. Imam Ali’s Shia moeten zonder angst verder kunnen leven, ongeacht waar ter wereld. Imam Hasan (a.s), zijn broer Imam Husein (a.s) en hun Ahlalbayt hoeven niet te vrezen dat Muawiya kwaadaardige plannen maakt om één van hun waar dan ook ter wereld te schaden.

Muawiya accepteerde de voorwaarden en liet het contract ondertekent door onder anderen:

AbdalAllah bin Nawthal bin Al Harif, Umar bin Abi Saleme.

Muawiya ging kort na de wapenstilstand en het vredesverdrag naar Kufa voor een ontmoeting met de plaatselijke burgers en sprak ze toe met het volgende:

“Bij Allah, ik heb niet gevochten tegen jullie om jullie te laten bidden noch om jullie te laten vasten, noch om de bedevaart te maken of zakat te betalen. Integendeel, jullie doen dit al. Ik vocht zodat ik macht over jullie zou krijgen en Allah (swt) heeft mij dat gegeven. Ik ben door Al-Hasan (a.s.) gevraagd voor een aantal dingen en die dingen heb ik gegeven. Alles daarvan zit nu onder mijn voet (=onder mijn macht). Vanaf nu zou ik niks daarvan nakomen.”

Muawiya nam vanaf dat moment de macht over. En na dit gehoord te hebben bleef Imam Hasan (a.s.) niet lang meer in Kufa. De mensen van Kufa namen met verdriet afscheid van hem. Niet lang daarna begonnen de mannen van Muawiya de mensen van Kufa op te sluiten, bang te maken, ten onrechten te straffen, van ze te stelen, enzovoort. Tot ze langzamerhand door kregen dat ze met Imam Hasan (a.s.) ten goede einde zouden komen.

Imam Hasan (a.s.) ging terug naar Medina waar hij een school begon om de kennis en de boodschap van de Islam en Ahlalbayt (a.s.) te verspreiden. Daar leide hij veel wijze geleerde op. Veel mensen begonnen zich bij hem aan te sluiten tot hij op een gegeven moment een eigen Ummah had.

Wanneer Muawiya dit hoorde stuurde hij zijn “halfbroer” Ubaid ibn Ziad om de huizen van de geleerden te plunderen, te slopen, ze te vermoorden, te martelen en te onthoofden. Hij en zijn volgelingen liepen in Medina met de hoofden rond om de mensen angst aan te jagen.

 

Martelaarschap van imam Hasan (a.s.)

Muawiya stuurde een van zijn spionnen om Juda, de vrouwen van Imam al Hasan (a.s.) te vragen om haar man te vermoorden. Hij beloofde haar een beloning van 100.000 dirham als zij gif in het drinken van Imam Hasan (a.s.) zou stoppen. Daarnaast zou hij haar huwen aan Yazid (zoon van Muawiya). Zij aanvaarde dit en deed wat haar gevraagd werd. Ze stopde het gif in een glas drinken en gaf dit aan Imam Hasan (a.s.). Imam Hasan (a.s.) viel direct op de grond. Hij lag veertig dagen dood ziek op bed. Imam Hasan (a.s.) was meerdere malen vergiftigd geweest, maar het gif die Muawiya dit keer aan onze Imam (a.s.) liet drinken was ongelovelijk sterk. Voor veertig dagen heeft hij bloed en zelfs delen van zijn ingewanden overgegeven.Na veertig dagen in het jaar 50 na Hijrah, is Imam Hasan (a.s.) overleden, hij was 48 jaar geworden.

De meningen over het overlijden van de Imam (a.s.) zijn verdeeld. Sommige geleerden zeggen dat het de dag van 25 Rabi’ al awal was en anderen zeggen dat het op 7 of 28 Safar was.

Wanneer Juda naar Muawiya ging gaf hij haar als beloofd de 100.000 dirham. Waarop ze aangaf dat het andere deel van de beloning was om haar met Yazid te huwen.

Muawiya antwoorde het volgende:

“Hoe kan ik een vrouw die de kleinzoon van de Profeet (vzmh) vergiftigd aan mijn eigen zoon huwen.”

Imam Hasan (a.s.) wilde bij zijn grootvader Profeet Mohammed (vzmh) begraven worden. Wanneer Bani Hashim hem erheen droegen werden ze tegengehouden door Ayesha (vrouw van de Profeet (vzmh)) en Bani Umayya. Zij weigerde om Bani Hashim door te laten. Om geen bloedbad te veroorzaken keerde Imam Husein (a.s.) om en begraafde zijn broer in een plaats genoemd Jannatul Baqee in Madina. Hij werd begraven bij zijn grootmoeder Fatima binte Assad.

 

Bronnen:

1. Ziaraat.org

2. maaref-foundation (Boek: THE LIFE OF IMAM AL-HASAN AL-MUJTABA, bij Baqir Shareef al-Qurashi)

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.