Biografie Imam al-Hadi (as)

0

Naam: Ali
Titel: Al-Hadi
Agnomen: Abul Muhammad
Vader: Imam al-Jawad (as)
Moeder: Samaana
Geboortedag: 5e Rajab 212 AH (Arabische kalender maanden)
Geboorteplaats: Medina
Leiderschapperiode: 33 jaar
Levensjaren: 42 jaar
Overleden: 3e Rajab 254 AH (Arabische kalender maanden)
Begraafplaats: Samerra, Iraq.


In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle.

 

Ouders, geboorte en jeugd

 

Imam Ali al Naqi (as)’s moeder was een zeer vrome vrouw die haar hele leven doorbracht aan vasten. De 10e Imam heeft gezegd dat zijn moeder een van de dames was van het paradijs en een van de ‘Ahlul Haqq’ (mensen van de waarheid) is. Imam Ali al Naqi (as) werd Imam op een leeftijd van 8 jaar. De khalifa schreef een brief naar de gouverneur van Medina en vroeg hem om Ali al Naqi (as) te sturen naar een persoon genaamd Junaydi om toezicht te houden op de Imam en voor onderwijzing (de gouverneur van Medina werd bedreigd dat als hij dat niet deed, de mensen van Medina vernietigd zouden worden). Junaydi was een 80 jaar oud bekende dichter in die tijd en was een ‘anti-Ahlalbayt’. De khalifa was van mening dat, indien dit gedaan werd dan zou alles wat de Imam deed of zei toegeschreven worden aan Junaydi, aldus het was Junaydi’s verantwoordelijkheid om de Imam te onderwijzen. Toen Junaydi eens werd gevraagd over de voortgang van zijn leerling zei hij: ” Ik ben de student en hij is de leraar, ik weet nu pas wat kennis is. Wat ik zeg is omwille van wat ik geleerd heb van de Imam”. De khalifa’s plan was opnieuw mislukt. Hij liet de Imam voor een tijdje in vrede en vrijheid, doordat ze in beslag waren genomen met het uitzoeken van hun eigen zaken (het afzonderen van de Iraniërs van de macht, het toevoegen van de Turken en het vormen van macht in Samarrah). Ondertussen gebruikte de Imam de tijd om scholen te openen in de moskee van de Profeet (sawas) en de sfeer neigde als de in de tijd van de 6e Imam Jafar al-Sadiq (as).

Imam Ali al-Naqi diende het langste periode van Imamaat (naast de 12e Imam). 34 Jaar die kunnen worden verdeeld in twee delen – 17 jaar in vrijheid en 17 jaar onder arrestatie. In 234 na de hijri kwam een van de meest tirannieke heersers van de Abbasieden khalifat genaamd Mutawakkil. Hij regeerde met tirannie, geweld, beroving en terrorisme, voornamelijk tegenover de volgers van Ahlalbayt. Mutawakkil was ook degene die de opdracht gaf om de graf van Imam Husain (as) te ontheiligen en wilde het lichaam van de Imam verwijderen en verbranden (het lukte hem niet). Hij probeerde ook stromend water over het graf te laten lopen zodat er geen sporen van het graf zouden blijven, maar dat was tevens niet succesvol. Hij besloot om handen, voeten en vingers af te hakken van de mensen die Karbala wouden bezoeken en men alleen kon gaan pas als een familielid eerst werd gedood. De Imam vroeg alsnog de Shi’ieten om Karbala te gaan bezoeken. Toen Mutawakkil zag dat alles mislukte, kon hij het niet meer langer aanzien en verbande hij alle bezoeken volledig naar Karbala.

Mutawakkil riep de Imam naar Samarra toe. De Imam stond bekend onder het mom van respect en liefde naar hem toe. Hij was bewust van Mutawakkil’s intenties, maar liet weten dat dit een uitstekende gelegenheid is om de turken te laten zien wat de ware Islam was. Bij de aankomst in Samarra waren Turkse spionnen mee gestuurd en waren verbaasd over de kennis van de Turkse taal van de Imam, terwijl hij nooit eerder Turkije bezocht.

Het was een kans voor de Imam om de mu’mineen (gelovigen) in Samarra te laten voorbereiden voor ghaibat. Hij werd opgesloten in een plaats die bedoeld was voor bedelaars, armen en criminelen. Vanuit deze plaats werd hij weer afgevoerd naar een kwaadaardig man genaamd Zarraqui onder zijn controle (deze man veranderde toen in een fanatieke liefhebber van de Imam). Nadien werd hij weer verdreven naar een man genaamd Seyyid. Mutawakkil wist van de vooruitgang van de Imam die hij had gemaakt in Medina in 14 jaren van het verspreiden van kennis. In feite moest hij zelfs de Imam vragen toen de Ceaesar van Rome hem (Mutawakkil) vroeg: ”Ik heb gehoord dat er een hoofdstuk was van een goddelijk geopenbaard boek dat de letters ( t d k S en X) niet bevat en als dit hoofdstuk wordt gereciteerd verleent de reciteur het paradijs, ik zou graag willen weten welke hoofdstuk, welke boek en waarom deze letters niet aanwezig zijn”. Mutawakkil’s ‘ulema’ (geleerden) waren verward en Mutawakkil wendde zich uiteindelijk tot de Imam. De Imam vertelde hem dat het hoofdstuk Suratul Fatiha in de Qur’an was en de bovengenoemde letters niet aanwezig waren, omdat het een hoofdstuk van genade was en elk van de bovenstaande letters weergeven de woorden van Adhab (straf) of Ghadhab (woede van Allah). Bijvoorbeeld: Jaheem (hel), khusr (verlies) of Zaqqum (vruchten van Jahannam). Mutawakkil zag dat hij de Imam op geen een wijze kon vernederen, hij kondigde zijn aankomst in Samarra als Ibnur Reza (8e imam) en beteugelde hem in zijn hof met dingen als glas wijn in zijn handen duwen, met het verzoek om te zingen. Imam Hassan Al-Askari (11e Imam) werd geplaatst onder afzonderlijke huisarrest dan zijn vader op jonge leeftijd van 5 jaar, want Mutawakkil wilde geen geboorte van de 12e Imam. Terwijl Imam Ali Al-Naqi (as) onder huisarrest was, regelde hij voor de komst van Bibi Nargis te Samarra en haar goed te verwelkomen met Fiqh kennis door zijn geleerde zus Bibi Hakima. De Imam bracht zijn leven door met het voorbereiden van de ghaibat van de 12e Imam en het makkelijker te maken. Kort daarna, werd Mutawakkil gedood door zijn eigen zoon die het gedrag van zijn vader niet kon weerstaan. Na de dood van Mutawakkil was zijn zoon de opvolger en hief de beperkingen van het bezoeken van Karbala. Zijn heerschappij was in tegenstelling tot de tirannie van zijn vader, maar bleef slechts 6 maanden aan de macht en stierf op de leeftijd van 25 jaar. Toen kwam Mustan Billah (Ahmed bin Mo’tasam), gevolgd door Mo’taz Billah die de tirannie voortzette tegen de Imam en zijn volgelingen.

 

Leiders van de tijd

De 33 jaarse Imamaat van Imam Ali al-Naqi viel samen met het khalifat van de volgende 6 khaliefen: Mu’tasim bin Harun, Wathiq bin Mu’tasim, Mutawakkil bin Mu’tasim, Muntasir bin Mutawakkil, Musta’in en Mu’tazz bin Mutawakkil. Wathiq bin Mu’tasim had een zeer wellustig levensstijl en had geen tijd om de sjiieten en de Imams van Ahlalbayt lastig te vallen.Tijdens de khalifat verstigden een groot aantal nakomelingen van Imam Ali (as) in Samarra, de Abbasidiche hoofdstad. Maar de rustige dagen voor de sjiieten van Ali en de Imam duurde niet lang. Na Wathiq kwam zijn broer Mutawakkil aan de macht. Mutawakkil was de meest wrede van alle Abbasidische khaliefen en was vergelijkbaar met Yazid bin Mu’awiyah van de Omajjaden. Mutawakkil, enerzijds, begon met het bevorderen van de Shafi’i madhhab (stroming) om de massa weg te leiden van de Ahlalbayt. En anderzijds versterkte hij de intimidatie van de sjiieten. Hij had zo een haat aan Ahlalbayt dat hij in 236 na hijra een opdracht gaf om de graf van Imam Husain (as) met de grond gelijk te leggen, en dat het omliggende gebied moet worden omgevormd tot landbouwgrond, zodat er geen spoor van het graf wordt overgelaten. Dit alles werd gedaan om de sjiiteten te stoppen met het bezoeken (ziyaraat) van de graven van Imam Husein(as) en andere martelaren van Karbala. Maar wanneer Allah wenst Zijn ”licht” te beschermen, kan geen een mens er iets tegen aan doen. De poging om alle sporen van het graf van Imam Husein(as) te verwijderen, maakte veel moslims woedend; mensen begonnen met ant-Abbasidische leuzen op de muren te schrijven.Opstandelijke dichters uitten ook hun gevoelens over dit onderwerp. Een beroemde gedicht tegen Mutawakkil wordt hier gegeven: Bij Allah, als de Omajjaden Husein onterecht hebben gedood, zoon van de dochter van de Profeet, pleegden zijn neven een soortgelijke misdaad want ik zweer dan zou Husein zijn graf gewist zijn. Het lijkt erop dat ze spijt hebben voor het niet deel te hebben genomen aan het bloedbad, zodat ze erna naar het graf gingen!

Mutawakkil genoot van het martelen van de volgers van Ahlalbayt, zelfs de personen die door hem als gouverneur in Medina en Mekka werden geïnstrueerd, om te voorkomen dat mensen aardig en beleefd waren voor de Ahlalbayt. In 234 na hijra eisde Mutawakkil de Imam te brengen van Medina naar Samarra en hem te plaatsen in een huis naast de Khalief’s zijn bezetting. Imam Ali-al Naqi leefde onder constante bewaking tot Mutawakkil werd vermoord door zijn eigen troepen op aansporing van zijn eigen zoon, Muntasir. Muntasir ibn Mutawakkil keerde tegen het beleid van zijn vader tegenover de Ahlalbayt(as); hij was vriendelijk en gul naar hen toe, gaf de eigendommen terug van Fadak aan de afstammelingen van de Imams Hassan en Husein (as). Helaas duurde zijn khalifat niet langer dan 6 maanden en stierf toen in 248 na hijra. Toen Musta’in aan de macht kwam na Muntasir keerde het onderdrukkende beleid van zijn voorouders. Maar al snel waren zijn eigen Turkse soldaten in opstand tegen hem en beloofde trouw aan Mu’tazz ibn Mutawakkil die uit gevangenis gered werd. Tot slot werd Musta’in vermoord en Mu’tazz ontwikkeld tot de Khalief.

Overlijden.

De Imam overleed tijdens het bewind van Mu’taz bin Mutawakkil en werd gemarteld door een vergiftiging. Mu’taz regelde deze vergiftiging via een ambassadeur. Uiteindelijk werd de Imam gemarteld op maandag 3 van Rajab 254 a.h. Niemand behalve zijn zoon Imam Hassan al Askari (as) was aanwezig bij zijn dood en deed de ghusul (wassing) en kafan (kleding van het lijk) van zijn vader en huilde bitter.


Bron: Ziaraat.org

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Comments are closed.