Biografie Profeet Mohammed (vzmh)

0

Naam: Profeet Mohammed (vzmh)
Titel: Al-Mustafa
Agnomen: Abul-Qasim
Vader: Abdullah ibn Abdul Mutalib
Moeder: Aminah bint Wahab
Geboorte: Geboren in Mekka op vrijdag, 17e Rabiu’l-awwal, in het jaar van de lieden van de Olifant.
Overleden: 28e Safar, 11 AH (Arabische kalender maanden).
Levensjaren: 63 jaar.
Profeetschap: 23jaar.
Begraven: in Madina.

In de naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle


Nog nooit heeft een mens arbeid verricht, die zo ver boven de menselijke macht ging en met zo weinig middelen, want Profeet Mohammed (vzmh) had voor zowel het begrip als voor de uitvoering van de boodschap geen ander gereedschap dan zichzelf en geen andere hulp dan een paar mensen, die in de uiterste hoek van een woestijn woonden. En tenslotte kunnen we stellen, dat geen mens zo een grote revolutie met zulk langdurige gevolgen teweeg heft gebracht. Als de grootsheid van het doel, de beperktheid van de middelen en de verbluffende resultaten de ware criteria zijn van de menselijke genie, wie heeft de durf dan, om welk grootheid dan ook uit de moderne geschiedenis met Profeet Mohammed (vzmh) te vergelijken? De beroemdste mannen vormden slechts legers, wetten en heerschappen. Als ze al iets vormden, dan was dat niet meer als materiële macht, die voor hun ogen ineen schrompelde. Deze man bracht niet alleen legers, wetgeving, heerschappijen, mensen en dynastieën in beweging, hij bracht miljoenen mensen, een derde van de bevolkte wereld in beweging, nee, meer dan dat. Hij bracht altaren, goden, religies, ideeën, geloven en zielen in beweging. Op basis van een boek, waarvan elk letter een wet is, grondvestte de natie, die mensen van alle talen en alle rassen samenvoegde. Hij liet ons -onuitwisbare karakter stoel van de Islamitische natie, de afkeer van valse goden en de liefde voor de Ene immateriële God achter. De verovering van een derde van de wereld voor zijn lering was zijn wonder, maar het was niet het wonder van een man, het was wonder van het menselijke verstand.

Zijn leven, zijn overdenkingen, zijn heldhaftige aanval op het ongeloof in zijn land en zijn fermheid in de trotsering van de woede van de afgodendienaren. Zijn standvastigheid weerstond tijdens de dertiende jaar in Mekka en openbaar mikpunt voor bespotting te zijn en een slachtoffer te zijn van zijn landgenoten. Dit alles tezamen met uiteindelijk zijn migratie; zijn onophoudelijke preken, zijn oorlogen tegen het kwade; zijn geloof in zijn overwinning en zijn bovenmenselijke vertrouwen in deze ongelukkige periode. Zijn ineen getogenheid na de overwinning; de ambitie waarvoor hij leefde. Slechts dat ene doel, waarbij hij helemaal niet naar streefde, het stichten van een imperium; zijn eindeloos bidden; zijn mystieke gesprekken met God; zijn dood en de triomf na zijn dood.

Dit alles tezamen zorgde ervoor, dat de overtuiging bevestigd werd, die hem de kracht gaf om de geloofsbelijdenis te herstellen. Filosoof, redenaar, apostel, wetgever, soldaat, veroveraar van ideeën, hersteller van de rationele dogma’s, hersteller van een eredienst zonder afbeeldingen, stichter van twintig aardse heerschappijen en van één geestelijke rijk, dat is Profeet Mohammed (vzmh). Als we alle normen bekijken waarmee de menselijke grootheid wordt gemeten, dan kunnen we ons afvragen: ‘Is er ooit een mens geweest, die groter was dan hij?’

Geboorte en jongere jaren van Profeet Mohammed (vzmh)

De stam van Quraish werd gezien als een van de meest respectabele en eervolle Arabische stammen van Hijaz (het huidige Saudi Arabië voordat de Saudische dynastie tot stand kwam). De overgrootvader van de Profeet (vzmh) was Kisa Bin Kalab. Hij hield toezicht op de Ka’bah. Quraish was verdeeld in verschillende groepen, waarvan Bani Hashim de meest edele van hen was.

Hashim werd beschouwd als een nobele, wijze en eervolle man onder het volk van Mekka. Hij hielp en ondersteunde de inwoners van Mekka en begon de handel in de zomer en in de winter om het leven van de inwoners te verbeteren. Hierdoor kreeg Hashim de naam ‘Sayed’. De zonen van Hashim waren Mutalib en Abdul Mutalib. Zij werden de vertegenwoordigers en stamhoofden van Quraish. Abdul Mutalib was een man met een grote persoonlijkheid. In totaal kreeg hij twaalf zonen, waaronder Abdullah, de vader van Profeet Mohammed (vzmh). Abdullah was getrouwd met een vrouw genaamd Aminah bint Wahab. Abu Talib (vader van Imam Ali (as)) was ook een zoon van Abdul Mutalib en tevens de oom van de Profeet (vzmh).

Voordat de Profeet (vzmh) werd geboren, overleed zijn vader Abdullah. Een korte tijd na zijn geboorte overleed ook zijn moeder Aminah. Abdul Mutalib nam de voogd over zijn kleinzoon, de Profeet (vzmh), op zich. Op zijn sterfbed wees Abdul Mutalib vervolgens Abu Talib aan als voogd over Profeet Mohammed (vzmh). Tijdens de kindertijd van Profeet Mohammed (vzmh) was zijn gedrag en spraak zodanig dat hij ieders aandacht trok. Hij trok zich terug van onzuivere daden die de mensen om hem heen begingen. Hij nam geen deel aan hun losbandige poëzie bijeenkomsten, dronk geen wijn, was een vijand van de afgoden en was perfect in woord en daad. Jaren voordat hij als Profeet werd gekozen, noemden de mensen hem ‘al-Amin’ (de betrouwbare). Hij had een stralend, intellect, goddelijk en hemels karakter. Met de barmhartigheid en genade van Allah (swt) groeide Profeet Mohammed (vzmh) op tot een jonge man met een zuiver hart en geest. De Profeet (vzmh) steunde de armen en de onderdrukten en deelde met hen zijn maaltijden. Hij was een luisterend oor (voor hun wensen of klachten) en een oplosser van hun problemen.
Huwelijk

De rijke adellijke weduwe Khadijah was op zoek naar een manager voor haar kostbare mercantiele caravans. Ze selecteerde Profeet Mohammed (vzmh). De eerlijkheid van Profeet Mohammed (vzmh) maakte hem erg succesvol en al gauw werd hij als leider benoemd. Khadijah bewonderde Profeet Mohammed (vzmh) heel erg en deed hem een huwelijksaanzoek. Ondanks het feit dat Profeet Mohammed (vzmh) 25 jaar was en Khadijah 40, was het een gelukkig huwelijk. Khadijah en Profeet Mohammed (vzmh) kregen samen een dochter, Fatima (sa), moeder van de onfeilbare Imams van de Islamitische Ummah.

Nog nooit heeft iemand voor zichzelf, vrijwillig of onvrijwillig een mooier doel gesteld, want dit doel is bovenmenselijk; het bijgeloof verdrijven dat, tussen de mens en zijn Schepper is ontstaan, God weer aan de mensen teruggeven en de mensen weer aan God, het herstellen van het rationele en heilige idee van de Goddelijkheid temidden van de materiële chaos en misvormde afgodsbeelden die toen bestonden.

Nog nooit heeft een mens arbeid verricht, die zo ver boven de menselijke macht ging en met zo weinig middelen, want Profeet Profeet Mohammed (vzmh) had voor zowel het begrip als voor de uitvoering van de boodschap geen ander gereedschap dan zichzelf en geen andere hulp dan een paar mensen, die in de uiterste hoek van een woestijn woonden. En tenslotte kunnen we stellen, dat geen mens zo een grote revolutie met zulk langdurige gevolgen teweeg heft gebracht. Als de grootsheid van het doel, de beperktheid van de middelen en de verbluffende resultaten de ware criteria zijn van de menselijke genie, wie heeft de durf dan, om welk grootheid dan ook uit de moderne geschiedenis met Profeet Profeet Mohammed (vzmh) te vergelijken? De beroemdste mannen vormden slechts legers, wetten en heerschappen. Als ze al iets vormden, dan was dat niet meer als materiële macht, die voor hun ogen ineen schrompelde. Deze man bracht niet alleen legers, wetgeving, heerschappijen, mensen en dynastieën in beweging, hij bracht miljoenen mensen, een derde van de bevolkte wereld in beweging, nee, meer dan dat. Hij bracht altaren, goden, religies, ideeën, geloven en zielen in beweging. Op basis van een boek, waarvan elk letter een wet is, grondvestte de natie, die mensen van alle talen en alle rassen samenvoegde. Hij liet ons -onuitwisbare karakter stoel van de Islamitische natie, de afkeer van valse goden en de liefde voor de Ene immateriële God achter. De verovering van een derde van de wereld voor zijn lering was zijn zonder, maar het was niet het wonder van een man, het was wonder van het menselijke verstand.

Zijn leven; zijn overdenkingen; zijn heldhaftige aanval op het ongeloof in zijn land en zijn fermheid in de trotsering van de woede van de afgodendienaren. Zijn standvastigheid weerstond tijdens de dertien jaar in Mekka en openbaar mikpunt voor bespotting te zijn en een slachtoffer te zijn van zijn landgenoten. Dit alles tezamen met uiteindelijke zijn migratie; zijn onophoudelijke preken, zijn oorlogen tegen het kwade; zijn geloof in zijn overwinning en zijn bovenmenselijke vertrouwen in deze ongelukkige periode. Zijn ineen getogenheid na de overwinning; de ambitie waarvoor hij leefde. Slechts dat ene doel, waarbij hij helemaal niet naar streefde naar het stichten van een imperium; zijn eindeloos bidden; zijn mystieke gesprekken met God; zijn dood en de triomf na zijn dood.
Dit alles tezamen zorgde ervoor, dat de overtuiging bevestigd werd, die hem de kracht gaf om de geloofsbelijdenis te herstellen. Filosoof, redenaar, apostel, wetgever, soldaat, veroveraar van ideeën, hersteller van de rationele dogma’s, hersteller van een eredienst zonder afbeeldingen, stichter van twintig aardse heerschappijen en van één geestelijke rijk, dat is Profeet Profeet Mohammed (vzmh). Als we alle normen bekijken waarmee de menselijke grootheid wordt gemeten, dan kunnen we ons afvragen: ‘Is er ooit een mens geweest, die groter was dan hij?’

Profeetschap

Elk jaar ging Profeet Mohammed (vzmh) voor een maand naar de grot Hira om te mediteren en Allah (swt) te aanbidden. Voordat hij aan het einde van de maand terugkeerde naar huis, ging hij naar de Ka’ba en wandelde zeven of meerdere keren om de Ka’ba heen. Op de leeftijd van 40, terwijl Profeet Mohammed (vzmh) aan het bidden was in de grot Hira, kreeg hij de Profeetschap toegewezen door Allah (swt) via de engel Gabriël. Gabriël sprak Profeet Mohammed (vzmh) toe met: “Reciteer in de Naam van uw Heer” (Surah al-‘Alaq 96:1). Deze nacht staat bekend als Laylatul-Qadr (nacht der Maat). Profeet Mohammed (vzmh) haastte zich hierna naar huis om zijn vrouw Khadija over het Goddelijk fenomeen te informeren. Na het horen van zijn verhaal, getuigde Khadija plechtig dat Profeet Mohammed (vzmh) de Boodschapper van Allah (swt) is.

Gedurende drie jaar kreeg Profeet Mohammed (vzmh) geen opdracht om de boodschap van de Islam openlijk te verspreiden. In die tijd waren er maar een paar die vertrouwen hadden in Profeet Mohammed (vzmh). Ali ibn Abu Talib (as) behoorde tot een van de eerste mannen die Profeet Mohammed (vzmh) vertrouwde en hem opvolgde als Profeet. Khadija behoorde tot een van de eerste vrouwen[1].

Na drie jaar kreeg Profeet Mohammed (vzmh) het bevel om het volk uit te nodigen tot de Islam. Profeet Mohammed (vzmh) nodigde zijn naaste familie uit als gasten bij hem thuis. Ongeveer veertig mensen kwamen bij elkaar. Het voedsel dat Profeet Mohammed (vzmh) had voorbereid was niet genoeg om de eetlust van één persoon te bevredigen, maar met de kracht en wil van Allah (swt) had dat beetje voedsel alle magen gevuld. Dit leidde tot verbaasdheid bij de gasten. Abu Lahab riep zonder na te denken uit: ‘‘Profeet Mohammed is een tovenaar!’’. Voordat Profeet Mohammed (vzmh) nog verder kon spreken, verspreidden de familieleden zich weer. Profeet Mohammed (vzmh) riep ze de volgende dag weer bijeen. Nadat ze hadden gegeten en van de gastvrijheid hadden genoten sprak Profeet Mohammed (vzmh) ze toe: “O zonen van Abdul Mutalib. Niemand heeft iets beters naar zijn volk gebracht dan hetgeen wat ik jullie ga brengen. Ik heb jullie het beste van deze wereld en de wereld van de Wederopstanding gebracht. Ik heb het bevel van Allah (swt) om jullie tot Hem te roepen. Wie van jullie wil mij hiermee helpen en mijn broeder en khalief worden?“. Niemand antwoordde, behalve Ali ibn Abu Talib (as). De Profeet (vzmh) legde vervolgens zijn hand op de schouder van Ali (as) en zei: “Dit is mijn broer, uitvoerder en opvolger onder jullie, luister naar wat hij zegt en gehoorzaam hem”. Ali kreeg de naam Ameer Al Mu’mineen[2].

De Boodschap van de Islam

Profeet Mohammed (vzmh) is de stichter van de Islam. Het Arabische woord ‘Islam’ betekent: onderwerping of overgave aan de wil van Allah (swt). De naam ‘Islam’ is niet door de mens bedacht. Het is door Allah (swt) zelf als naam voor Zijn religie gekozen en het is duidelijk vernoemd in de Koran:

‘Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen.’ 
(Heilige Koran – 5:3)

De opkomst van de Islam had een revolutie op gang gezet. De gevestigde koningen, priesters, afpersers en tirannen waren allemaal tegen de opkomst van de Islam. De vijanden van de Islam hadden zich verenigd om de Islam te vernietigen. De bewaarders van de Ka’ba en de eigenaars van de afgoden kwamen naar Abu Talib om Profeet Mohammed (vzmh) te weerhouden van het opzeggen van ‘Er is geen God behalve Allah’ (la illaha illa Allah). Ze deden een voorstel om Profeet Mohammed (vzmh) een groot fortuin te geven en hem zelfs als hoofd of koning te benoemen als hij zijn missie (het verspreiden van de Boodschap van de Islam) zou stopzetten. Profeet Mohammed (vzmh) weigerde akkoord te gaan met het voorstel, wat tot grote woedde leidde bij de Arabische stamhoofden. Ze bedreigden met boycot, vernietiging en de dood. Abu Talib, die eigenlijk moslim werd maar het geheim heeft gehouden om Profeet Mohammed (vzmh) te beschermen, beloofde plechtig Profeet Mohammed (vzmh) te verdedigen.

De jongeren van Mekka begonnen Profeet Mohammed (vzmh) te beledigen en te bekogelen met stenen. De moedige en loyale Ali ibn Abu Talib (as) beschermde Profeet Mohammed (vzmh) en weerde de stenen af met zijn vuisten. De trouwe volgelingen van Profeet Mohammed (vzmh) kregen het zwaar te verduren onder de handen van Quraish. De pesterijen en martelingen waar de volgelingen aan hadden geleden waren extreem en zeer pijnlijk. Sommige van de volgelingen werden over het hete zand gesleept, gevangen gehouden, gemarteld en uitgehongerd. Toch hielden ze vast aan hun geloof.

Het bijna tien jaar van hard werk en preken leidde, ondanks alle vervolgingen, tot meer dan honderd volgelingen. Lichamelijke martelingen maakten het leven in Mekka ondraaglijk. RasulAllah (vzmh) adviseerde zijn volgelingen hun toevlucht te zoeken in het buurland Ethiopië. Achtentachtig mannen en achttien vrouwen zeilden naar de gastvrije kusten, onder leiding van Ja’far Al-Tayyar (broer van Ali ibn Abu Talib), de neef van de Profeet. Arabische stamhoofden achtervolgden hen en eisten hun uitlevering. Ja’far pleitte voor de oorzaak van de vluchtelingen bij de koning: ‘‘O Koning! We waren ondergedompeld in de diepte van onwetendheid en barbarisme, we aanbeden afgoden, we leefden in onkuisheid, we aten dode lichamen en we spraken gruwelen, we negeerden elk gevoel van menselijkheid en de plichten van gastvrijheid, we kenden geen wet. Tot Allah (swt) onder ons een man aanwees van wiens geboorte oprechtheid, eerlijkheid en zuiverheid bij ons bekend is. Deze man riep ons tot de eenheid van God en leerde ons om niets met Hem te associëren, hij verbood ons de afgoden aan te bidden, beval ons de waarheid te spreken, trouw te zijn, genadig te zijn en de rechten van de buren te erkennen. Hij verbood ons kwaad te spreken over vrouwen en van het eten van het wezen te eten. Hij beviel ons om afstand te nemen van ondeugd en ons te onthouden van het kwade. Hij beval ons te bidden, het geven van aalmoezen en te vasten. We hebben in hem geloofd en zijn leer geaccepteerd en niemand naast Allah (swt) aanbeden en geassocieerd. Om deze redenen is het volk tegen ons gerezen. Ze hebben ons vervolgd en gedwongen tot het aanbidden van de afgoden bestaande uit steen en hout en andere gruwelen. Ze hebben ons gemarteld en pijn gedaan. We zijn naar uw land gekomen met de hoop veiligheid en bescherming tegen de onderdrukking te vinden’’. Het verzoek werd geaccepteerd en de leden van Quraish kregen toestemming te blijven.

De stamhoofden kwamen meerdere malen naar Abu Talib en zeiden: “Wij respecteren uw leeftijd en uw rang, maar we hebben geen geduld meer met je neef. Stop hem, of we zullen met je vechten.”
Abu Talib vroeg hierop naar het besluit van Profeet Mohammed (vzmh). Met tranen in zijn ogen antwoordde Profeet Mohammed (vzmh): “O, mijn oom! Al zouden ze de zon in mijn rechterhand plaatsen en de maan in mijn linker om mij van mijn missie te weerhouden, dan nog zal ik niet stoppen totdat Allah (swt) Zijn boodschap openbaart of tot ik omkom in de poging ervan.”

Tragedies

In een periode van problemen, beproevingen en tegenslagen werd Profeet Mohammed (vzmh) getroffen door twee grote tragedies. Eerst overleed de eerbiedwaardige voogd en oom Abu Talib en kort daarna zijn edele vrouw Khadijah. Khadijah liet haar dochter Fatima (sa), het enige kind dat ze had van de Heilige Profeet (vzmh), achter. Fatima (sa) zorgde zo goed voor haar vader dat de Profeet (vzmh) haar Umm Abiha (de moeder van haar vader) noemde.

Medina

De Profeet kwam door een openbaring een plan van zijn vijanden te weten. De Mekkanen hadden gepland de Profeet te vermoorden, nu Abu Talib er niet meer was om hem te beschermen. Profeet Mohammed (vzmh) koos Ali (as) om in zijn bed te liggen en legde zijn groene kleed over hem heen. Toen de moordenaars in de nacht binnenslopen om de Profeet (vzmh) te vermoorden, zagen ze Ali (as) in plaats van de Profeet (vzmh). De Profeet (vzmh) vluchtte diezelfde nacht richting Medina. De moslim tijdperk van de Hidjrah (emigratie) is vernoemd naar dit incident en dateert uit 17e Rabi’ul-Awwal, 622 AD.
Toen werd over deze gebeurtenis dit vers neergedaald:

“En er zijn mensen die zichzelf weggeven, uit begeerte naar het welbehagen van God. God is goedertieren jegens de dienaren.”
[Heilige Koran – 2:207]

De Profeet (vzmh) bereikte, na een vermoeiende en ongemakkelijke reis, de Quba (een plaats in de buurt van Medina), waar de inwoners hem begroetten en verwelkomden. Na het bereiken van deze plaats, plande de Profeet (vzmh) om de Quba Moskee te bouwen, zodat de moslims er kunnen verzamelen om hun gebeden te verrichten en beginnen met het plannen van hun bouwkundige werken. Het werk van de bouw van de Moskee verliep snel. De Profeet (vzmh) hielp zelf ook mee met het bouwen. Na het werk volbracht te hebben, hield de Profeet (vzmh) voor de allereerste keer het Jum’a gebed (vrijdaggebed) in diezelfde Moskee. De Profeet (vzmh) hield een korte toespraak en wachtte tot zijn vertegenwoordiger Ali (as) kwam, om samen met hem en de vrouwen van Bani Hashim de stad binnen te treden.

Ali (as) bleef nog in Mekka na het vertrek van de Profeet (vzmh) voor gedurende 3 dagen en gaf alle deposito’s terug aan het volk die ze bij de Profeet hadden. Hierna vertrok Ali (as) met de vrouwen van Bani Hashim ‘s nachts richting Quba, om zich aan te sluiten bij de Profeet (vzmh). De Profeet (vzmh) trad samen met Ali (as) en de vrouwen de stad Medina binnen, waar ze een warm welkom te wachten stond van de inwoners. Na het bereiken van Medina, creëerde de Profeet (vzmh) de basis van een Moskee, om vanuit die glorieuze locatie d.m.v. prediking, de Islam te verspreiden. De Profeet (vzmh) maakte onmiddellijk een einde aan de oorlog tussen de Aus en Khazraj stammen, die al 120 jaar aan de gang was. Verder schiep hij de broederschap tussen de Moehadjirien (immigranten) en de Ansar (helpers), zodat ze in de toekomst geen problemen zouden ondervinden en samen konden leven. De Joden hadden de sleutel tot de economie in Medina. Zij voelden een gevaar aankomen dus ze verbraken hun banden met de moslims. Ze wilden de eenheid van de moslims tegengaan en de moslims doden. De Profeet (vzmh) was zich echter volledig bewust van hun werkzaamheden en samenzweringen.

Profeet Mohammed (vzmh) werd de heerser over de harten van het volk, hoofdwetgever en de opperste rechter. Geen enkele keizer was opgevolgd zoals de Profeet (vzmh) werd opgevolgd. In tegenstelling tot de Arabieren, zwaaide de Profeet (vzmh) nooit met een wapen. Echter was hij nu gedwongen de Islam te verdedigen met behulp van wapens. Beginnend met de Slag van Badr, een serie van tachtig gevechten, die gevochten moesten worden en dat succesvol is geëindigd.

[1] Tarikh at-Tabari, vol I, p. 240-245
[2] Tarikh at-Tabari, vol 3, p. 1171-1173

Laatste jaren

Na het uitvoeren van de opdracht van zijn Heer, kwamen de tekenen van het vertrek van de Profeet(vzmh) van deze wereld. De Profeet(vzmh) kreeg werd onder andere het volgende vers geopenbaard:

‘‘Waarlijk gij zult sterven en zij zullen ook sterven. Dan zult gij op de Dag der Opstanding met elkander redetwisten in het bijzijn van uw Heer’’
[Heilige Koran, Surah Az-Zumar, 30-31]

Toen de Profeet (vzmh) er zeker van was dat hij spoedig deze wereld zou verlaten, besloot hij een pelgrimstocht naar het Heilige Huis (de Ka’ba) te maken om zijn volk de wegen te laten zien van de redding en bevrijding dat hen zou beschermen tegen rampen en afgunst en ervoor zorgden dat zijn volk overwicht zou hebben over andere naties op Aarde. Daarom voerde hij de Bedevaart (hadj) naar de Ka’ba om daar aan te kondigen dat het de laatste jaar was dat hij zich onder de moslims zou bevinden. De Profeet (as) hield zijn kostbare toespraak die vol was met islamitische morelen, manieren en uitspraken. Hij eindigde zijn toespraak met: “Ik laat onder jullie twee waardevolle dingen achter, waar als je je er aan houdt, je niet zult verdwalen; het Boek van Allah en mijn nageslacht, mijn familie.”

Nadat de Profeet (vzmh) zijn laatste Bedevaart had verricht, begon hij samen met de moslims zijn reis terug naar Medina. Toen hij (en de moslims) aangekomen waren in Ghadeer Khum, kwam Gabriel naar hem toe met een zeer belangrijke boodschap van de Hemel. Het was om Ameerul Mu’mineen Ali ibn Abu Talib als khalief over de moslims (na de Profeet) te benoemen en het openlijk aan te kondigen onder de moslims.

Het volgende vers werd vervolgens geopenbaard:

O boodschapper, verkondig hetgeen u van uw Heer is geopenbaard en indien gij dat niet doet, dan hebt gij Zijn boodschap niet overgebracht. Allah zal u tegen de mensen beschermen. Voorzeker, Allah leidt het ongelovige volk niet. 
[De Heilige Koran – 5:67]

De Profeet (vzmh) was vastberaden om de wil van Allah te vervullen. Hij stopte bij de woestijn en gaf opdracht aan de caravans van de pelgrims om hetzelfde te doen. Wanneer de moslims, die ongeveer honderd duizenden of meer in aantallen waren, bijeenkwamen, begon de Profeet (vzmh) met het houden van zijn toespraak voor hen. Ten eerste legde hij hen uit wat hij heeft geleden voor het belang van hun begeleiding en hun redding van het bijgeloof en de tijden van onwetendheid en hen een veilig en nobel leven te geven. Daarna zei hij het volgende: “Ik sta op het punt om de roep van de dood te beantwoorden. Voorwaar, Ik laat aan jullie twee waardevolle dingen (thaqalayn) achter: de Boek van Allah en mijn Ahlul-Bayt. Voorwaar, deze twee zullen nooit van elkaar scheiden tot ze naar mij terugkomen bij de wand van de Vijver.”

-al­Hakim al­Naysaburi, al­Mustadrak `ala al-Sahihayn (Beirut), volume 3, pagina’s 109-110, 148, en 533). Hij benadrukt dat de overlevering sahih is in navolging van de criteria van al­Bukhari en Muslim; al­Dhahabi heeft deze oordeel bevestigd.

-Muslim, al-Sahih, (English translation), boek 031, nummers 5920-3.
-Al­Tirmidhi, al-Sahih, vol. 5, pagina’s 621-2, nummers 3786 en 3788; vol 2, p. 219.
-al-Nasa’i, Khasa’is’Ali ibn Abi Talib, hadith nummer 79.
-Ahmad b. Hanbal, al-Musnad, volume 3, pagina’s 14, 17, 26; volume 3, pagina 26, 59; volume 4, pagina 371; volume 5, pagina’s 181-2, 189-190

Hierna pakte de Profeet(vzmh) Ali ibn Abu Talib bij zijn hand en vroeg zijn volgelingen of hij superieur was in autoriteit (awla) aan de gelovigen zelf. De menigte riep eenstemmig: “Dat is zo, O Apostel van Allah”. Hij verklaarde toen: “Hij van wie ik de meester (mawla) ben, van hem is ook ‘Ali de meester (mawla). O God, wees de vriend van hem die zijn vriend is en wees de vijand van hem die zijn vijand is.” Onmiddellijk nadat de Profeet (vzmh) zijn toespraak beëindigd had, werd het volgende vers van de Heilige Koran geopenbaard:

‘Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen’.
[Heilige Koran – 5:3]

Na deze toespraak vroeg de Profeet (vzmh) iedereen om de eed van trouw af te leggen aan ‘Ali (a) en om hem te feliciteren. Onder degenen die dat deden was ‘Umar bin al-Khattab, die zei: “Goed gedaan Ibn Abi Talib! Vandaag ben je de meester geworden van alle gelovige mannen en vrouwen.”
[Musnad of Ahmed bin Hanbal, vol. 4 p. 281]

De religie werd geperfectioneerd en de grote gunst werd voltooid aan de natie door de aankondiging van de voogdij van Imam Ali (as), de pionier van de waarheid en rechtvaardigheid in de islam. E was helemaal niemand van onder de metgezellen van de Profeet of zijn familie als Imam Ali(as) in zijn kwaliteiten en idealen.

Na de benoeming van Imam Ali (as) in Ghadeer Khum als de kalief over de hele natie, ging de Profeet (vzmh) weer verder met de reis terug naar Medina. Maar, op een dag verergerde zijn gezondheid werd erger en werd de Profeet (vzmh) ziek. Hij leed vele dagen aan een ernstige koorts.
[ Al-Bidayeh wen-Nihayeh, vol. 5 p. 226.]

Het was tijd voor de Profeet (as) om deze wereld te verlaten en toe te treden tot het hoogste Paradijs. De Engel des Doods kwam om hem toestemming te vragen.
Toen Gabriël naar beneden kwam zei hij tegen de Profeet (vzmh), “O Ahmed, Allah verlangt naar jou.” De Profeet (vzmh) heeft ervoor gekozen om in de buurt van zijn Heer, het Hiernamaals zou beter voor hem zijn dan dit leven. Hij liet de Engel des Doods zijn heilige ziel te nemen.

Toen zei hij tegen Imam Ali (as): “Zet mijn hoofd in je schoot, want het decreet van Allah is gekomen. Als mijn ziel naar buiten komt, neem het en wrijf je gezicht ermee en richt me dan in de richting van de Qibla, bereid me voor voor mijn begrafenis, verricht het gebed over mij, en verlaat mij niet totdat je me hebt begraven in mijn graf. Zoek hulp van Allah, de Almachtige. ”
Imam Ali (as) zette het hoofd van de Profeet (vzmh) in zijn schoot en legde zijn rechterhand onder de kin van de Profeet (vzmh). Toen de heilige ziel van de Profeet (vzmh) zijn pure lichaam verliet, wreef Imam Ali (as) zijn heilige gezicht ermee.

-Manaqib Aal Abi Talib, vol. 1 p. 29. Refer to at-Tabaqat al-Kubra, vol. 2 p. 51,
-Majma’ az-Zawa’id, vol. 1 p. 293,
-Kanzol Ummal, vol. 4 p. 55,
-Thakha’ir al-Uqba, p. 94,
-ar-Riyadh an-Nadhirah, vol. 2 p. 219.

Imam Ali (as) was degene die de ghusl (rituele wassing) van de Profeet (vzmh) heeft uitgevoerd. Zelfs toen de Profeet (vzmh) overleed, bleef hij een heerlijke geur verspreiden. Imam Ali (as) zei: “Moge mijn vader en mijn moeder worden opgeofferd voor u, O boodschapper van Allah! U bent goed geurend, levend en dood. “ [At-Tabaqat al-Kubra, vol. 2 p. 63.]

Imam Ali (as) stond naast het lijk van de Profeet en zei: “Vrede zij met u, o Profeet, en Allah’s genade en zegeningen op u. O Allah, wij getuigen dat hij op de hoogte was van wat er aan hem is openbaard, dat hij trouw was aan zijn volk, en worstelde in de weg van Allah totdat Allah Zijn religie verheerlijkte en zijn woord perfectioneerde. O Allah, maak ons van degenen die volgen wat is geopenbaard aan hem, en standvastig op het gene na hem, en verzamel ons met hem.” Mensen zeiden:” Amen.”
-[Kanzol Ummal, vol. 4 p. 54.]

Nadat de rituelen van het gebed op het heilige lijk waren uitgevoerd, begraafde Imam Ali (as) het graf en begroef hierin het heilig lichaam van de Profeet (vzmh). De Profeet (vzmh) is begraven in Masjid an-Nabawi, in Medina, Saoedi Arabië.

Persoonlijkheid en het gedrag van Mohammed (vzmh)

Allah (swt) heeft de Profeet Mohammed (vzmh) feilloos geschapen. Gezuiverd van alle defecten. Alle verhevene eigenschappen en hoge idealen waren in Mohammed (vzmh) te vinden. Dit maakte hem in staat om de geschiedenis van de wereld te veranderen en de al bestaande geloven van die wereld te vernietigen, de wereld die bestond uit onwetendheid en zonden.

In de geschiedenis van de grootste persoonlijkheden ter wereld is er niemand die kan worden vergeleken met de Profeet Mohammed (vzmh) in zijn talenten, genialiteit, (bovennatuurlijke) krachten en persoonlijke kenmerken. Hij begon aan zijn toegewezen missie door Allah (swt) terwijl hij geen kracht had die hem kon beschermen tegen de stroom van onwetendheid en vijandigheid, behalve zijn oom Abu Talib, een van de gelovigen van Quraish en diens zoon, de held van de Islam Imam Ali (as). Hieronder worden een aantal kenmerken van de Profeet (vzmh) beschreven.

Profeet Mohammed (vzmh) was een teken van de tekenen van Allah (swt), hij was te onderscheiden van al de profeten en alle mensen door zijn ongeëvenaarde moraliteit. Hij won alle harten voor zich, zelfs van zijn tegenstanders en kon de Arabieren verenigen en leiden naar een wereld vrij van afgoderij en onwetendheid. Daarom prees Allah (swt) hem in de Heilige Koran met het volgende vers:

“En gij staat zeker op hoog zedelijk peil. “
[Surah Al Qalam – vers 4]

De Profeet (vzmh) was een zeer geduldig persoon. Wanneer zijn voortanden gebroken werden en zijn voorhoofd gewond was geraakt in de Slag van Uhud vroegen zijn metgezellen, die erg boos waren, om tot Allah te bidden tegen de vijand. De Profeet (vzmh) antwoordde echter vriendelijk en barmhartig , “Ik ben niet gezonden als een vervloeker, maar een barmhartige boodschapper. O Allah, leid mijn volk, zij zijn onwetend! ”
– [Sahih of Muslim, vol. 7 p. 20, al-Mu’jam al-Kabeer, vol. 11 p. 189] 

De Profeet (vzmh) bleef geduldig tijdens alle ontberingen en calamiteiten die hij moest doorstaan. Hij leed veel onder de agressieve stammen van Quraish. Ze deden hem pijn, beledigden hem en toen hij in Mekka was bevochten ze hem. Toen Mohammed (vzmh) emigreerde naar Medina, volgden ze hem en lokten ze de andere stammen tegen hem uit. Ze begonnen een ernstige oorlog tegen Mohammed (vzmh), maar Mohammed (vzmh) bleef altijd geduldig. Allah (swt) heeft Mohammed (vzmh) als Profeet gezonden en beval hem geduldig te zijn met het volgende vers:

‘En verdraag met geduld alles wat zij (de ongelovigen) zeggen; en verlaat hen op gepaste wijze.’
[Heilige Koran – 73:10]

De Profeet (vzmh) bleef geduldig tijdens de zware tijden die hij moest doorstaan totdat Allah hem de grote overwinning had toegekend. Ook met het volgende vers beval Allah Mohammed (vzmh) om geduldig te zijn: ‘

O mijn lieve zoon, verricht het gebed en beveel het goede aan en verbiedt het kwade en verdraag geduldig wat u ook overkomt. Dit is een ernstige zaak.’
[Heilige Koran – 31:17]

Allah (swt) heeft Mohammed (vzmh) met zo’n hoge moraal gezegend zodat hij een grote gids en leraar zou worden voor alle mensen.

De liefde voor de armen was een van de prachtige eigenschappen van de Profeet (vzmh). Diep van binnen had hij veel liefde en oprechtheid jegens hen. Hij was een vader, onderdak en toevlucht voor hen. Hij toonde hen een onbeschrijflijke vriendelijkheid en liefdadigheid. Hij raadde de moslims vaak aan om de armen vriendelijk te behandelen en hen zo veel mogelijk te helpen. Mohammed (vzmh) legde de armen een aandeel op van de rijkdommen van de rijken. Hij zette ‘zakat’ op en maakte het verplicht voor de moslims. De liefde voor de armen leidde tot Mohammed (vzmh) die bad tot Allah om hem te laten herrijzen met de armen. Abu Sa’eed heeft overgeleverd: “Ik hoorde RasulAllah (vzmh) zeggen: ‘O Allah, laat me het leven van een arme leven, sterven als een arme en laat me herrijzen met de arme gemeenschap. De meest ellendige is degene voor wie de armoede van dit leven en de kwellingen van het hiernamaals worden verzameld’.”
– [Mustadrak al-Hakim, vol. 2 p. 56]

Ongetwijfeld was de Profeet (vzmh) de meest genereuze jegens de armen en de minder bedeelden. Een vrouw had hem eens een kledingstuk geschonken die hij nodig had. De Profeet (vzmh) trok het aan. Een van de metgezellen had deze gezien en zei: “O Rasul Allah, wat is het toch prachtig!” De Profeet (vzmh) deed vervolgens het kledingstuk af en gaf het aan zijn metgezel.
– [Muhammad the Perfect Example, p. 26.]

Imam Ali (as) beschreef de vrijgevigheid van de Profeet (vzmh) met het volgende: “Hij was de meest vrijgevige van alle mensen, de meest verdraagzame, de meest waarheidsgetrouwe, de mildste en hij was van de edelste stam. Wie hem eens zag, vereerde hem, en wie zich met hem mengde ging geheid van hem houden. Iemand zoals hij heb ik noch voor hem, noch na hem, nooit gezien.”
– [Sahih of at-Termidhi, vol. 2 p. 286]

Dit kenmerk van vrijgevigheid en generositeit werd geërfd door zijn geliefde kleinzoon Imam al-Hassan (as). De Imam (as) kon geen enkele waarde voor geld bedenken, behalve voor het voeden van de hongerige of het kleden van de schaars geklede. Hij werd ‘de genereuze van de Ahlul Bait (as) genoemd’, alhoewel alle Imams (as) vrijgevig waren.

De Profeet (vzmh) stond ook bekend om zijn bescheidenheid. Op een dag kwam Ady bin Hatim naar de Profeet (vzmh). De Profeet (vzmh) nam hem mee naar zijn huis, verwelkomde hem en ontving hem hartelijk. Hij spreidde een tapijt voor zijn gast uit en nodigde hem uit om er op te zitten terwijl Mohammed (vzmh) zelf op de grond plaats nam. Adiy was verbaasd over de hoge normen die de Profeet (vzmh) bezat. Hij verklaarde eerbiedig en vol bewondering: : “Ik erken dat u zich niet boven deze aarde wil verheffen en erken dat u geen kwaad wilt stichten”. Adiy bekeerde zich tot de Islam.
– [As-Seera an-Nabawiyyah by ibn Hisham, vol. 4 p. 227, As-Seera an-Nabawiyyah by ibn Katheer, vol. 4 p. 125, 126.]

Mohammed (vzmh) overtrof alle profeten in zijn aanbidding van Allah (swt) en de overgave aan zijn Heer. De Profeet (vzmh) wendde zich tot Allah (swt) en putte zichzelf uit met het aanbidden van zijn Heer tot het volgende vers werd openbaard:

“Taa Haa. Niet hebben Wij de Oplezing op u nedergezonden om u ongeluk aan te doen.”
[Heilige Koran – 20: 1 en 2]

Imam Ali (as) had deze gewoonte van de Profeet (vzmh) overgenomen. Hij benaderde Allah (swt) met hart en ziel. De daaropvolgende Imams (as) volgden deze gewoonte ook. Zij zijn de ware voorbeelden voor het trouw keren naar Allah (swt) en Hem te vrezen. Dit was terug te zien in hun gebed, dat angst en tranen als gevolg had door de onderwerping aan Allah.
– [Rawdhat al-Kafi, vol. 2 p. 489, Sahih of Abu Dawud, vol. 2 p. 91. Encyclopedia of Imam Ameerul Mo’minin Ali bin Abi Talib (a.s.), vol. 1 p. 97] 

Mohammed (vzmh) beschikte over een onbeschrijflijk grote moed. Deze moed werd overgeërfd door zijn kleinzoon Imam al-Hussain (as), die een van de moedigste was. Imam al-Hussain (as) stond alleen in het slagveld tegenover een groot leger dat wegrende voor hem als schapen die wegrennen voor een wolf.

De Profeet (vzmh) was de meester van welbespraaktheid, hij was de elegantste spreker. Zijn welbespraaktheid en retoriek verbaasden zelfs de meest wijzen. Zijn uitspraken waren van ongekend niveau en bevatte geen moeilijkheden of dubbelzinnigheid.

Een aantal van zijn metgezellen zeiden tegen de Profeet (vzmh): “O boodschapper van Allah, hoe welsprekend bent u toch! We hebben nog nooit iemand gezien zo welsprekend als u.”

Mohammed (vzmh) antwoordde: “Wat kan mij daarvan weerhouden, terwijl de Quran via mijn tong is openbaard in een duidelijke Arabische taal?”
– [Bihar al-Anwar, vol. 6 p. 230.]

Profeet Mohammed (vzmh) onderscheidde zichzelf door zijn verstandige en intelligente beleid, zoals die niet eerder gezien waren in alle perioden van de geschiedenis. Hij regeerde over de onwetende maatschappij met zijn vriendelijkheid en hoge moraal. Hij tolereerde de onbeschoftheid, agressie en moeilijkheden die de mensen hem toonden. Hij was geduldig tijdens het leed dat hij moest ondervinden in die maatschappij totdat dezelfde mensen gehoor aan zijn missie gaven en in zijn principes en waarden gingen geloven. Hij maakte van hen een sterk leger, gewapend met hun krachtige geloof. Zij vochten gewillig en met tevredenheid totdat de Islam uitgroeide tot een krachtig geloof dat de overhand kreeg over het grootste deel van de wereld. Islam werd een geloof dat onmogelijk kon worden uitgeroeid. Dit alles was te wijten aan het perfecte beleid van de Profeet (vzmh), dat gebaseerd was op pure eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Beoordeling

90% Uitstekend
  • informatief 100 %
  • Betrouwbaar 100 %
  • Kompleet 70 %
  • Goed Geschreven 90 %
Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Wij zijn tot uw dienst! Deel deze informatie a.u.b. met uw vrienden en familie. Heeft u een vraag, opmerking of een klacht? Stuur ons via de contactformulier een email. Wij zullen het snel beantwoorden, Dank U!

Leave A Reply