De gebeurtenis van Al Mubahila

0

In de Naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle, 

De gebeurtenis van Mubahila heeft de naam te danken aan een debat tussen profeet Mohammad (s) en de christenen van Najran die van mening waren dat Jezus de zoon van God is en zij de ware geloof aanhangen. Najran was een groot centrum van de mensen in Jemen die van afgoderij was veranderd tot het christendom. Echter waren zij geïmmigreerd naar de islamitische gebieden waar profeet Mohammad (s) regeerde.

Profeet Mohammad (s) had aan het begin van zijn profeetschap brieven gestuurd naar de verschillende bevolkingen en had ze al eerder uitgenodigd tot de islam en een kennismaking met dit religie. Sommigen reageerden er positief over, anderen weer negatief of sceptisch. Ook een van zijn brieven kwam terecht bij de christenen van Najran. Zijn brief voor uitnodiging tot de islam, was gericht tot een bisschop genaamd Asqaf.

 

Het luidde als volgt:

“In de Naam van de God van Abraham, Ishaaq en Ya’qoeb, 

Deze brief is van Mohammad, de profeet en boodschapper van Allah aan de Asqaf (bisschop) van Najran. Geprezen zij de God van Abraham, Ishaaq en Ya’qoeb. Ik nodig u uit om Allah te aanbidden in plaats van (Zijn) dienaren. Ik nodig u uit de heerschappij van de dienaren van Allah en in de heerschappij van Allah zelf te komen. Als u mijn uitnodiging niet accepteert, dan moet u op z’n minst belasting betalen… (zodat jullie levens en eigendommen kunnen worden beschermd)…”

Door de naam van voorgaande profeten te gebruiken, wilde profeet Mohammad (s) aan de christenen duidelijk maken dat zijn weg, ook de zelfde weg is van die profeten. Eén van hen, die een ervaren en intelligent persoon was, adviseerde dat een groep die met het volk van Najran naar Medina moet gaan om de vordering van de profeetschap van de Heilige Profeet (s) te bestuderen. Uit hun volk kozen ze voor een groot delegatie van maar liefst zestig meest geleerde mensen, geleid door drie hoogste geleerden op hoog niveau.

De groep arriveerde in Medina en ging de moskee binnen. Ze droegen zijden kleding, gouden ringen en kruizen om hun nek. Toen de profeet ze zo binnen zag komen, keek de profeet ongeinteresseerd naar ze. Want moskee is een plek waar men nederig moet betreden uit respect voor Allah (swt). Op advies van imam Ali (a) deden ze hun sieraden af en werden ze warm verwelkomt door profeet Mohammad (s).

De Heilige Profeet Mohammad (S): “Ik nodig jullie uit tot het geloof van Tawhid en aanbidding van één God en tot het overgeven aan Zijn wil.” (Daarna reciteerde hij vers 64 van Surah Aali Imran.)

Christian Pontiff: “Als de Islam betekent ‘het geloven in één God van het universum’, dan geloven wij al in Hem en Zijn bevelen.”

De heilige Profeet Mohammad (S): “De Islam heeft een aantal voorwaarden/eisen, en sommige daden van jou laten zien dat jij daar niet aan voldoet en dat jij dus de ware Islam niet hebt geaccepteerd. 

Hoe kan jij zeggen dat jij één God aanbidt, terwijl jij ‘het kruis’ aanbidt en jezelf niet onthoudt van het eten van varkensvlees en zegt dat God een zoon heeft?”

Christian Pontiff: “Ongetwijfeld was hij [Isa (A.S.)] de zoon van God omdat zijn moeder Maria [Maryam (A.S.)] hem baarde zonder te trouwen met iemand op deze wereld. En daarom is het overduidelijk dat zijn vader de God is van het universum.

We geloven ook in Jezus [Isa(A.S.)] als God omdat hij de doden weer tot leven bracht, de zieken weer kon genezen en vogels kon scheppen uit klei en ze kon laten vliegen. Dit allemaal bewijst dat hij God is.”

De heilige Profeet Mohammad(S): “Nee, hij was de dienaar en schepsel van God, die geplaatst werd in de baarmoeder van zijn moeder Maryam (A.S.). God verleende hem macht en kracht.

 

Op dat moment, bracht de engel Jabraeel (A) de volgende vers uit de Heilige Koran die van Allah kwam, neder:

“Voorzeker, het geval van Isa is bij Allah hetzelfde als dat van Adam. Hij (Allah) schiep hem uit stof en zeide: “Wees” en hij werd.” Sura Aali Imran [3:59]

Dit betekende dat als Isa (A.S.) de zoon van God genoemd kon worden vanwege het feit dat hij zonder een vader te hebben geboren werd, dat Adam (A.S.) deze titel (zoon van God) meer dan wie dan ook verdiende, omdat hij zonder vader of moeder tot leven is gekomen.”

Christian Pontiff kon hierop niet antwoorden maar ze bleven redetwisten uit koppigheid. Na lange discussies die in details zijn gepresenteerd in Ibn Husham’s “Sirah” 573/1, was er uiteindelijk geen overeenkomst bereikt over de positie en titel/rang van Jezus. Toen werd de volgende vers uit de Heilige Koran geopenbaard:

“Zou men nu met u over hem (Jezus) redetwisten, nadat de kennis tot u gekomen is, zeg dan: “Kom, laat ons onze kinderen en uw kinderen en onze vrouwen en uw vrouwen en onszelf en uzelf roepen; laat ons daarna vurig bidden en de vloek van God roepen over degenen, die liegen..” (Heilige koran 3:61).

De Christenen raadpleegden elkaar en kondigden aan de uitdaging te aanvaarden. Daarna keerden zij terug naar hun kamp. Deze vers verwijst naar de beroemde gebeurtenis van ‘Mubahila’ wat plaats vond in het jaar 10 A.H. tegen de Christenen van Najran. Een delegatie van 60 Christenen uit Najran geleidt door Abdul Masih (belangrijke hoge priester) kwam in discussie met de Heilige Profeet (S) over de persoonlijkheid van Hz. Isa (A).

De heilige Profeet (S) vertelde hun dat ze Jezus niet moesten vergoddelijken, omdat hij een sterveling was die door God is geschapen en dus niet zelf God is. Door te denken dat Jezus was geboren zonder een vader te hebben, dachten zij dat de heilige Profeet (S) hulpeloos zou accepteren dat God de vader is van Jezus. In antwoord op deze vraag werd voorwaar de vers, die de gelijkenis van Jezus met God hetzelfde is als de gelijkenis met Adam en God, neergedaald. Hij schepte hem uit stof en Allah zei “Wees” en hij werd. Wanneer de Christenen niet akkoord gingen met deze redenering, werd de vers geopenbaard opdat de Heilige Profeet (S) de Christenen op te roepen tot Mubahila. De Christenen accepteerd het en wilden terugkeren naar hun plaats om de volgende dag Mubahila te hebben.

Toen de Christenen van Najran van Najran terugkeerden naar hun tenten na het accepteren van de uitdaging van Mubahila, adviseerde hun leider Pontiff hun het volgende:

“Indien Mohammad morgen uit zijn huis komt met zijn familie, moeten jullie nooit de Mubahila accepteren. Maar als hij zijn metgezellen meebrengt, hoeven jullie niks te vrezen en moeten jullie zeker gaan voor Mubahila.”

Hij wist dat de Mubahila een vraag van leven en dood was voor beide kanten, inclusief zijn familieleden. Als de heilige Profeet (S) de kleinste twijfel zou hebben in de waarheid van de boodschap van de Islam, zou hij zich nooit hebben toegegeven tot de uitdaging van Mubahila met de Christenen. Als hij enig angst zou hebben voor de vloek dat hem en zijn dichtste familie zou treffen, zou hij nooit overweegd hebben om met hen te komen om de Christenen onder ogen te zien.

Tussen de twee partijen kwam men tot de overeenkomst dat de uitdaging de volgende dag zou plaatsvinden in de woestijn buiten de stad Medina. Op de dag van de historische gebeurtenis, op de 24ste van Zilhaj 10 A.H., kwam de heilige Profeet (S) voor Mubahila. In de vroege volgende morgen zond de Heilige Profeet (S) Salman al Farsi naar de open plaats, gevestigd buiten de stad om een kleine schuilplaats te bouwen voor zichzelf en voor degene die hij van plan was mee te nemen voor de uitdaging.  Aan de andere kant verschenen de Christelijke priesters, terwijl op het afgesproken uur de Christenen zagen dat de Heilige Profeet (S) het veld opkwam met Imam Hussain (A) in zijn armen, Imam Hassan (A) die zijn vinger vasthield en lopend naast hem Fatima Zahra (A) gevolgd door Imam Ali al Murtaza (A)

Nadat de Heilige Profeet (S) de aangewezen plek had bereikt vestigde hij zichzelf met zijn dochter, twee kleinzoons en schoonzoon/neef. bracht hij zijn handen omhoog gericht naar de hemel en zei:

“Oh Allah, dit is mijn Ahlulbayt.”

De Heilige Profeet (S) zei tot hen:

“Als ik bid moeten jullie Ameen zeggen.”

Gehoorzamend aan het vers van Mubahila gezonden door Allah, had de Heilige Profeet (S) Imam Hasan (A) en Imam Hussain (A) meegenomen als zijn “zonen”, Sayeda Fatima Al Zahra (A) als zijn vrouwelijke kandidaat en Imam Ali (A) als zijn mannelijke kandidaat.

De priester Pontiff zag dat de baby in de armen van de Heilige Profeet (S)  zijn jongste kleinzoon Imam Hussain (A.S.) was en het kind dat lopend de handen van de Heilige Profeet (S) vasthield, de eerste kleinzoon Imam Hasan (A) was en dat de dame achter hem zijn dochter was,  de moeder van de twee kinderen en degene die de dame volgde was de schoonzoon, de man van Fatima Zahra (A). Hij vertelde de grote menigte van mensen die zich hadden verzameld op de plek:

“Ik zweer, ik zie gezichten die, wanneer zij bidden naar God om bergen te verplaatsen van hun plekken, die bergen ook onmiddelijk verplaatsen! O zij die geloven in Jezus van Nazareth, ik zal jullie de waarheid vertellen dat indien jullie niet ingaan op de overeenkomsten van Mohammad (S), en deze zielen die Mohammad (S) heeft meegebracht met hem jullie vervloeken, jullie totaal worden weggeveegd van enig bestaan tot de laatste dag van leven op aarde.”

De mensen stemden gemakkelijk in met het advies wat gegeven werd door hun leider. Ze smeekten de Heilige Profeet (S) zijn idee over het overeengekomen Mubahila op te geven. En vroegen of zij hun geloof mochten blijven uitoefenen en om ‘Jizya’ te betalen.

Bron Tarikh Al Tabari, Commentary of the Quran v 2 blz 192 – 193.

 

Toen de Heilige Profeet (S) deze woorden hoorde zei hij:

“Bij Allah, hadden de Christenen van Najran betwist met ons, dan waren zij veranderd in apen en zwijnen. Het vuur zou over hun geregend hebben.”

 

Christian sloot het verdrag met de Heilige Profeet (S). Toen Christian Pontiff terugtrok van Mubahila, gaf de Heilige Profeet (S) hem twee keuzes: om de Islam te accepteren of om het eens te worden met de voorwaarden. De Christenen wilden de Islam niet accepteren en daarom werd het verdrag gesloten met de volgende voorwaarden:

  1. Elk jaar zullen de Christenen van Najran 2000 kledingstukken (wat overeenkomt met 40 dirhams voor elk kledingstuk) geven aan de Islamitische regering.
  2. Het tijdelijk geven van 30 paarden, 30 kamelen, 30 wapenuitrustingen en 30 speren aan de Moslim leger, indien de Heilige Profeet (S) het nodig zou hebben in elke oorlog.

Het verdrag werd gedicteerd door de Heilige Profeet (S) en werd geschreven door Imam Ali (A) en werd ondertekend door vier metgezellen van de Heilige Profeet (S) als getuigenis.  Naast de eerder genoemde voorwaarden, had het verdrag ook de volgende woorden:

“…Het volk van Najran zal onder de bescherming blijven van Allah en zijn Profeet Mohammad (S). Hun leven, hun religie, hun land en eigendom, zal allemaal veilig gewaarborgd blijven en het zal de verantwoordelijkheid van Allah en zijn Profeet (S) zijn om hun te beschermen. Dit verdrag geldt voor alle mensen van Najran, zowel voor degenen die hier aanwezig zijn en de afwezigen, en voor degenen die tot de stam behoren en voor diegenen die afhankelijk van hun zijn, zowel voor hun slaven en dienaren. Er zal geen verschil worden gemaakt in hun rechten noch privileges…”

Één van de belangrijke condities waar men in het verdrag overeen gekomen was, was dat de mensen van Najran niet zouden handelen in rente van welke aard dan ook, anders zou de Heilige Profeet (S) het verdrag met hun verbreken. Nadat de Christenen terugkeerden naar huis,  kwamen een aantal respectabele mensen uit Najran naar Medina om de Islam te accepteren en om ware moslims (volgelingen van de Ahlalbayt) te worden.

De positie van waardigheid en deugdzaamheid van de Ahlalbayt (a),  was waarlijk bevestigd door de Koran  tijdens de discussie met de Christenen van Najraan. Toen het volgende vers werd geopenbaard

“Zou men nu met u over hem (Jezus) redetwisten, nadat de kennis tot u gekomen is, zeg dan: “Kom, laat ons onze kinderen en uw kinderen en onze vrouwen en uw vrouwen en onszelf en uzelf roepen; laat ons daarna vurig bidden en de vloek van God roepen over degenen, die liegen..” (heilige koran 3:61).

Waarlijk, Ali ibn Abu Talib (A), Fatima Al Zahra (A), Hassan ibn Ali (A)  en Hussein ibn Ali (A) behoorden tot de beste mensen van zijn volk.

Bronnen:

– Sahih al Muslim (English translation), boek 031, nummer 5915

– al Hakim al Naysaburi, al Mustadrak `ala al-Sahihayn, volume 3, pagina 150. Hij verklaart dat het sahih is in navolging van de criteria van al-Bukhari en Muslim.

– Ibn Hajar al-‘Asqalani, Fath al-Bari Sharh Sahih al-Bukhari, volume 7, pagina 60

– al-Tirmidhi, al-Sahih, kitab al-manaqib, volume 5, pagina 596

– Ahmad b. Hanbal, al-Musnad, volume 1, pagina 185

– al-Suyuti, History of Khalifas Who Took The Right Way, (London, 1995), pagina 176.

 

FullSizeRender (2)

Share.

About Author

Ahlalbayt4iedereen

Comments are closed.